Lee pepert Chinezen escalatie in

TAIPEI, 23 MAART. Lee Teng-hui, die morgen volgens algemene verwachting zal worden herkozen als president van de 'Republiek China' op Taiwan, heeft op de laatste dag van de verkiezingscampagne zijn communistische rivalen in Peking de mislukking van hun intimidatie-politiek nog eens fors ingepeperd. “Wij houden presidentsverkiezingen. Jullie houden oorlogsmanoeuvres om die te verstoren. Maar dat heeft gefaald”, zo hield Lee zijn onzichtbare Chinese tegenstrevers voor.

Tijdens een verkiezingsbijeenkomst in de zuidelijke havenstad Kaohsiung vroeg de 73-jarige 'kandidaat' Lee aan een grote menigte toehoorders of de Chinese manoeuvres enig effect hebben gehad. “Nee”, schreeuwde de menigte in koor. Hij vervolgde: “Zij (de Chinezen) zeggen dat de komst van de Nimitz (het Amerikaanse vliegdekschip) zo dicht bij Taiwan buitenlandse interventie is. Dat komt omdat zij niet begrijpen dat democratische landen andere democratische landen te hulp komen”, aldus Lee.

Het zwaarwichtige refrein dat Lee tijdens zijn campagne almaar heeft herhaald, is dat hij de eerste rechtstreeks door het volk gekozen president zal zijn in vijfduizend jaar Chinese geschiedenis. Zelfs ontdaan van hyperbolen is dit van grote symbolische betekenis. En al is Lee slechts de president van een kleine Chinese rompstaat, de democratie op Taiwan is vanuit zijn optiek een dodelijke bedreiging voor de ongekozen leiders van de volksrepubliek, die geen mandaat van het volk hebben.

Zal het nieuwe presidentschap van Lee een historisch keerpunt worden en zal zijn visioen van democratie op Taiwan naar de volksrepubliek getransplanteerd worden, zoals hij vaak hardop heeft gedroomd? Of praktischer: zal Lee in staat zijn om de crisis waarin de betrekkingen met het vasteland, sinds zijn omstreden bezoek aan de VS in juni vorig jaar, verkeren te beëindigen?

Veel zal afhangen van Lee's overwinningsmarge. Als Peking zich rustiger had gehouden zou Lee een 'minderheidspresident' met naar schatting niet meer dan 40 procent van de stemmen zijn geworden. Door de grove scheldkanonnades in de Chinese media, de drie reeksen raketproeven sinds juli vorig jaar en de recente militaire manoeuvres, is hij een soort volksheld geworden die wellicht 55 procent of meer van de stemmen zal halen.

Pag.5: Bij winst zet Lee zijn 'kruistocht' voort

Volgens politieke commentatoren zal Lee een verkiezingsoverwinning met 55 procent of meer als een mandaat beschouwen om geen wezenlijke concessies aan het Chinese vasteland te doen en, religieus gedreven als hij is, zijn 'kruistocht' voor 'bekering' van het vasteland onverminderd voortzetten.

Lee blijft echter ook binnen Taiwan een controversiële figuur die onder verschillende groepen van de samenleving, o.a. mensen met een sterk Chinees cultureel bewustzijn, radicale voorstanders van onafhankelijkheid en de vastelanders felle negatieve emoties oproept. Hij wordt door vele mensen niet als een echte Chinees, maar als een culturele bastaard beschouwd die diepe affiniteit met Taiwans Japanse koloniale verleden heeft en een vrome presbyteriaanse christen is. Tijdens de verkiezingscampagne hebben zijn rivalen hem het vuur na aan de schenen gelegd met hardnekkige beweringen dat hij als student lid van de Communistische Partij is geweest en vijf kameraden de dood heeft ingejaagd om zijn eigen nek te redden.

Lee Teng-hui werd in 1923 geboren in Sanchih, een klein vissersdorpje ten noorden van Taipei. Hij was een van de weinigen die door de Japanners uitverkoren werden om hoger onderwijs te volgen aan de keizerlijke universiteit van Kyoto. Na de Japanse capitulatie keerde hij terug naar Taiwan, studeerde af in de landbouw-economie en werd universitair docent. In 1951 ging hij voor het eerst voor verdere studie naar de VS en haalde een doctoraal aan Iowa State University.

In 1957 werd hij specialist bij de Amerikaans-Taiwanese Commissie voor Landhervorming, die de basis voor Taiwans latere economische mirakel legde. In 1968 ging hij, 45 jaar oud, weer naar de VS om te promoveren aan de Cornell Universiteit in de staat New York op het proefschrift 'Intersectoral Capital Flows in the Agricultural Development of Taiwan'. In 1972 werd hij minister zonder portefeuille, belast met landbouwadviezen aan president Chiang Kai-shek. Van 1978 tot 1981 was hij burgemeester van Taipei en van 1981 tot 1984 gouverneur van de provincie Taiwan van de Republiek China. In 1984 selecteerde president Chiang Ching-kuo (de zoon van Chiang Kai-shek) Lee voor het vice-presidentschap, waardoor hij na Chiangs plotselinge dood in 1988 de constitutionele opvolger werd.

Lee werd de eerste Taiwanese president van Taiwan, dat sinds 1949 door vastelanders, vader en zoon Chiang was geregeerd. Hij nam zich voor om de erfenis van de onvoltooide Chinese burgeroorlog zoveel mogelijk te liquideren en Taiwans constitutionele impasse van een 'Republiek China' met een staatsbestel dat voor heel China gold te beëindigen. Radicale 'taiwanisering' door democratische hervormingen werd het nieuwe politieke devies.

In 1990 werd Lee nog op de oude manier voor zes jaar herkozen door de Nationale Vergadering van tachtigers en negentigers die na de verkiezingen op het vasteland in 1947 en de vlucht naar Taiwan in 1949 levenslang in hun zittingstermijnen werden 'bevroren'. Lee was nu vrij man en begon de rigoureuze afbraak van de oude staatsorde. De Nationale Vergadering (het college van presidentiële kiesmannen) werd door een arrest van de Hoge Raad ontbonden en er zou een nieuwe worden gekozen die alleen nog de bevolking van Taiwan vertegenwoordigde.

Hetzelfde gebeurde met de Wetgevende Yuan, de Tweede Kamer. De repressieve noodwetgeving die de fictie van 'communistische rebellie' handhaafde werd eveneens opgeheven. Alle in het buitenland verblijvende activisten voor een onafhankelijk Taiwan werden uitgenodigd terug te keren. De oppositionele Democratisch Progressieve Partij legde het “voornemen om een onafhankelijke staat te bouwen” in haar partij-manifest vast. China raakte zo gealarmeerd dat het bij monde van president Yang Shangkun waarschuwde dat “zij die met vuur spelen in de vlammen om zullen komen”. Het electoraat nam de waarschuwing ter harte.

Bij de eerste verkiezingen in 1991 voor de Nationale Vergadering nieuwe stijl haalde de Kwomintang nog 71 procent van de stemmen. De DPP werd gestraft voor haar gevaarlijke koers. De Kwomintang spleet echter in tweeën, een Taiwanese hoofdstroom onder president Lee en een vastelander-onderstroom onder leiding van premier Hau Pei-tsun, een loyalist van de familie Chiang.

Bij de eerste volledige verkiezingen voor de Wetgevende Yuan in 1992 zakte de Kwomintang terug naar 53 procent. Ditmaal hadden niet de relaties met het vasteland gedomineerd, maar de publieke perceptie dat de Kwomintang een decadente partij was die te lang aan de macht was geweest en zich te veel identificeerde met het corrupte grote zakenleven.

Het kopen van stemmen was schering en inslag, vooral op het platteland. In 1993 voelde president Lee zich sterk genoeg om de vastelander-premier Hau Pei-tsun te ontslaan en een Taiwanees, Lien Chan, in diens plaats te benoemen. Hierdoor spitsten de tegenstellingen binnen de Kwomintang tussen vastelanders en Taiwanezen zich nog verder toe. Op het partijcongres in augustus 1993 kwam het tot een openlijke scheuring. Jonge vastelanders van de tweede generatie richtten de 'Nieuwe Partij' op. Zij beschuldigden president Lee ervan dat hij de Kwomintang had laten verworden tot een partij die handelde in macht en stemmen, en koersloos afdreef naar onafhankelijkheid en een confrontatie met Peking.

Het Congres herriep tevens formeel het historische doel van Chiang Kai-shek om het vasteland te heroveren, hetgeen een radicale grondwetsherziening of een geheel nieuwe grondwet vereiste. Een constitutionele marathon-conferentie in 1994 besloot de dubbelzinnigheid te handhaven, geen geheel nieuwe grondwet te ontwerpen, maar wel, in 1996, voor het eerst rechtstreekse presidentsverkiezingen te houden. Lee besefte dat China dat als een de facto-onafhankelijkheidsverklaring zou kunnen opvatten.

Najaar 1993 was de campagne voor terugkeer in de Verenigde Naties, waar Taiwan in 1971 uit gestoten was, gelanceerd en de inspanningen om diplomatieke erkenning van Derde-wereldlanden te verkrijgen in ruil voor hulpprogramma's werden opgevoerd.

Begin 1994 vielen de Chinese woordvoerders en media president Lee voor het eerst persoonlijk aan, nadat hij 'vakantie-bezoeken' had gebracht aan de Filippijnen, Indonesië en Thailand, waar Taiwan een van de grootste buitenlandse investeerders is. Maar het verbale geweld was onschuldig, vergeleken bij de furie die volgde op zijn bezoek aan de VS in juni 1995.

Gezamenlijke commentaren van het persbureau Nieuw China en het Volksdagblad noemden Lee - net als de gouverneur van Hongkong twee jaar tevoren - 'de misdadiger van het millennium', 'een politieke prostitué', 'een goddelijke dictator' en verder 'samenzweerder tot het splijten van de nationale eenheid', 'landverrader' enz.

In Taiwan zelf roept Lee in verschillende kringen even giftige reacties op. De meeste vastelanders haten hem omdat hij de oude Kwomintang vernietigd heeft en zij het afdrijven naar onafhankelijkheid als een dubbel gevaar ervaren. De vastelanders voelen zich bedreigd door China en door de Taiwanese meerderheid. Stedelijke intellectuelen en middenstanders zijn tegen hem gekant omdat hij de corruptie welig laat tieren. Het steunen op de mega-rijken, inclusief gangsters en het kopen van stemmen komt zijn machtspositie immers ten goede.

Vele zakenlieden met grote belangen op het vasteland zijn huiverig voor hem omdat hun investeringen wellicht in gevaar komen. Lee's verkiezingsstrategie is dan ook primair gericht op het platteland, vooral in het zuiden waar de historische Japanse invloed het sterkst is, weinig Mandarijn-Chinees gesproken wordt en de afkeer van China het sterkst is. Het ziet er naar uit dat Lee als doorgewinterd politicus een populistische president voor de autochtone Taiwanezen zal worden. Grootmoedige gebaren naar de vastelanders op Taiwan en een verziende strategie voor verzoening met het vasteland aan de overkant van de Straat van Taiwan kunnen hem tot een staatsman maken.