'Kopie paspoort bij werkgever onnodig'

DEN HAAG, 23 MAART. De belastingrechter vindt dat een 44-jarige Rotterdammer die weigert zijn werkgever een kopie van zijn paspoort te overleggen, door de fiscus ten onrechte in het 'anoniementarief' is geplaatst. De verplichting tot legitimatie bij de werkgever vloeit voort uit de Wet op de Identificatieplicht, die sinds juni vorig jaar geldt.

De werknemer in kwestie heeft zijn werkgever wel zijn paspoort getoond, maar weigert een kopie daarvan af te staan, omdat hij principiële bezwaren heeft tegen de Wet op de Identificatieplicht. De man ontvangt daarom sinds augustus maandelijks 2600 gulden minder salaris, omdat de fiscus hem automatisch in het 60-procents tarief plaatst. De Wet op de Identificatieplicht, bedoeld om zwart werken tegen te gaan, verplicht iedere werknemer zich door middel van zijn paspoort bij zijn werkgever te legitimeren.

Vice-president H. Krans en zijn raadsheren J. Tijnagel en U. Tromp van de Belastingkamer van het Haagse Gerechtshof hebben zich in hun arrest niet hoeven te beroepen op internationaal vastgelegde uitgangspunten, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Door de wet door te nemen op de drie van belang zijnde artikelen ontdekten de rechters dat bij de tot standkoming van de Wet op de Identificatieplicht is verzuimd de werknemer te verplichten tot het verstrekken van een kopie van zijn paspoort. Als de werknemer de werkgever geen toestemming geeft om het paspoort zelf op het fotokopieerapparaat te leggen, staat de werkgever voor een situatie van overmacht.

Pas als de werknemer zou weigeren om zijn paspoort ter inzage te geven, kan de belastinginspecteur met de wet in de hand ingrijpen. Of hij dan wel het “anoniementarief” van 60 procent mag toepassen bij de looninhouding, staat overigens nog niet vast. Daarover zal de rechter vermoedelijk later een uitspraak doen. Het gaat dan om de vraag of de straf in overeenstemming is met de ernst van het vergrijp. Overigens krijgt de werknemer achteraf wel belasting terug als hij een aangifteformulier voor de inkomstenbelasting indient.

Staatssecretaris Vermeend (Financiën) zal tegen het vonnis van het Haagse Gerechtshof in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Volgens een woordvoerder van het ministerie van financiën is tot die stap besloten “omdat het onze taak is een door het parlement aangenomen wet ten uitvoer te brengen”. Het ministerie wil nu eerst de uitspraak van de Hoge Raad afwachten, in een later stadium kan eventueel worden overgegaan tot 'reparatiewetgeving'.

De hantering van het anoniementarief is een van de weinige harde sancties die de overheid ten dienste staan bij de tenuitvoerlegging van de Wet op de Identificatieplicht. Vorige maand stelde het Regionaal Interdisciplinair Fraudeteam (RIF) in Den Haag dat de Wet op de Identificatieplicht in de praktijk een papieren wet is. Veel werknemers kunnen bij controles geen paspoort, rijbewijs of ander legitimatiemiddel tonen, zo bleek uit een onderzoek naar zwartwerken in de visverwerkende industrie in Scheveningen en bij grootschalige evenementen in Den Haag.

De Wet op de Identificatieplicht, die officieel op 1 juni vorig jaar is ingegaan, zal door Justitie tot 1 juni van dit jaar nog soepel worden gehanteerd. Werkgevers hebben tot die datum de tijd om hun personeelsadministratie op orde te brengen en van iedere werknemer een kopie van een identificatiebewijs toe te voegen. Justitie heeft officieus laten weten dat als de werkgever zijn uiterste best heeft gedaan de wet uit te voeren, maar een werknemer weigert mee te werken, de werkgever coulant zal worden behandeld.

Voor het gerechtshof in Leeuwarden is op 8 februari een 'totaalweigeraar' uit het Drentse Annen verschenen die met een beroep op het Europese mensenrechtenverdrag het anoniementarief aanvecht. Deze totaalweigeraar stelt dat zijn werkgever van zijn identiteit al jaren op de hoogte is via gegevens uit het personeelsdossier. Daarnaast voert hij een aantal fundamentele bezwaren aan, waaronder inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zonder dat daartoe een dringende maatschappelijke noodzaak bestaat.