Kabinet zet mes in pacificatie 1917; Financiële pariteit scholen op helling

DEN HAAG, 23 MAART. De onderwijsregeling die garandeert dat bijzondere scholen automatisch evenveel geld krijgen als openbare scholen, gaat op de helling. Als het aan het paarse kabinet ligt, wordt dit op de grondwet gebaseerde automatisme doorbroken en krijgen de gemeenten nu een grotere rol in de toedeling van de financiële middelen aan het onderwijs.

Vanaf 1 januari 1997 kunnen gemeentebesturen afspraken maken met bijzondere en openbare scholen over de besteding van extra personeel of geld. Mocht het bijzonder onderwijs het oneens zijn met de uitvoering van de nieuwe regeling, dan kan het een procedure beginnen bij de Raad van State. In het basisonderwijs heeft ongeveer zestig procent van de scholen een bijzonder karakter, in het voortgezet onderwijs zelfs tachtig procent.

Staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) heeft gisteren het wetsvoorstel dat de grotere rol van gemeenten regelt, naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit ondanks forse kritiek van de Onderwijsraad, het algemene adviesorgaan van de regering, die het voorstel onvoldoende gemotiveerd en niet noodzakelijk vindt. Het kabinet meent echter dat door het voorstel kan worden voorkomen dat bepaalde scholen meer en andere scholen minder krijgen dan gerechtvaardigd is.

Nu kan het bijvoorbeeld gebeuren dat wanneer een openbare school een nieuw hek rond het schoolplein nodig heeft, de bijzondere school automatisch hetzelfde bedrag uitgekeerd krijgt, ook al heeft deze laatste school helemaal geen hek nodig. In de toekomstige verordening kan komen te staan dat openbare en bijzondere scholen recht hebben op een vergoeding voor een hek als de omstandigheden - een gevaarlijke omgeving bijvoorbeeld - daarvoor aanleiding geven.

Volgens het kabinet wordt door het wetsvoorstel het automatisme in de huidige overschrijdingsregeling doorbroken en krijgen scholen alleen nog geld als daar een werkelijke reden voor is.

De verordening regelt voor welke zaken scholen geld kunnen aanvragen en welke procedure ze daarbij moeten volgen. In de verordening wordt ook opgenomen hoe de gelijke behandeling is verzekerd van bijzondere scholen en openbare scholen. Tweede-Kamerlid A. Koekkoek (CDA) vreest evenwel dat door het voorstel het bijzonder onderwijs in de knel komt. “Het wetsvoorstel geeft de bijzondere scholen onvoldoende houvast tegenover de gemeenten, die een grotere vrijheid krijgen”, aldus Koekkoek. Hoewel ook het CDA onbillijkheden in de huidige praktijk ziet, vreest Koekkoek dat het bijzonder onderwijs de noodzakelijke rechtsbescherming ontbeert die nodig is om tegenspel te kunnen bieden tegen de gemeenten.

Eerder botsten het CDA en minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken al over het uit 1917 daterende grondwetsartikel dat een einde maakte aan de schoolstrijd en nog altijd de financiële verhouding van openbaar en bijzonder onderwijs regelt. Dijkstal noemde dat artikel in een interview met het weekblad Elsevier “niet meer van deze tijd”. Hoewel hij deze uitsprak in een door het CDA aangevraagd spoeddebat introk, maakte de minister duidelijk dat hij de discussie over het grondwetsartikel wilde doorzetten.