In volle vlucht (3)

In de Verenigde Staten, waar veel gevlogen wordt, is het luchttransport een zinkend cultuurgoed. Dat klinkt al onheilspellend, maar het komt erop neer dat tegenwoordig Jan en alleman maar het vliegtuig neemt. Daarmee daalt het vliegverkeer in aanzien. De rangorde van transportmiddelen begint onderaan bij bus en trein, dan volgt fiets, taxi, eigen auto, vliegtuig en, helemaal bovenaan, privé-vliegtuig. Dat is de Amerikaanse volgorde. In Nederland staat de alomtegenwoordige fiets het laagst en komen taxi's nog boven eigen auto omdat ze zo duur zijn.

Wie in Nederland het vliegtuig neemt is al op weg naar verre buitenlanden. In de VS zijn de meeste vluchten binnenslands, en voor heel veel passagiers gaat het gewoon om woonwerkverkeer. Van de weeromstuit zijn vliegtuigen een soort bussen geworden, luchtbussen, even krap, ongemakkelijk en onvoorspelbaar.

Zelden vertrekt een binnenlandse vlucht op tijd en er hoeft maar dàt te gebeuren om het hele rooster overhoop te halen. Als het hard regent of zachtjes sneeuwt, als er een zon- of feestdag aankomt, of als er waar ook ter wereld terreuralarm geslagen is, dan is het luchtverkeer in Amerika meteen geheel van slag.

En als er helemaal niets aan de hand is, dan is het ook in de war.

Daar is altijd wel een goede reden voor te bedenken. In zijn dwingende eenvoud is het beste excuus dat deze vlucht verlaat is dat de vorige vlucht ook al te laat aankwam. Dit verwijst naar het leerstuk van de erfvertraging waarin alle laatkomers nog steeds het Eerste Uitstel uitboeten. Maar meer verlichte denkers menen dat het komt omdat de oerknal al een half uur te laat kwam.

Toen ik per taxi keurig op schema op O'Hare gearriveerd was kondigde de grondstewardess achteloos een vertraging van een half uur aan. Het vertrek werd vervolgens met drie schijven van een half uur opgeschoven en de verontschuldigingen wonnen daarbij geleidelijk, niet zozeer aan overtuigingskracht, maar toch aan overredingswil. Eerst hield men het nog op algemene redenen: 'Vanwege technische omstandigheden...' Dit roept het beeld op van een technicus die gehaast in de bedrading prikt, opgejaagd door een nerveuze piloot.

Abstracter nog was de verklaring: 'Due to operational reasons...', waarbij niemand zich iets kan voorstellen, maar wat toch vagelijk militair en gewichtig klinkt.

Na een uur kreeg het excuus narratieve structuur: 'Het toestel komt uit Mexico, moest bijtanken in Houston en daarna nog worden ingeklaard ('decustomized', zei ze) in La Guardia.' Mij leek het dat al deze tegenvallers minstens een jaar tevoren te voorzien waren geweest, maar ze werden daar met frisse ootmoed opgedist.

Wanneer zo het ene uitstel achter het andere wordt gekoppeld begint zich in de wachtruimte een versnelde verwording te voltrekken. Je ziet voor je ogen de passagiers om je heen verleppen. Het gezinsdecorum brokkelt af. De enscenering van het liefhebbend ouderpaar met hun schattebout van een dochtertje was op hooguit een uur berekend en nu zet een verjengeling in waarbij waarempel opeens een moederhand naar een kinderoor uitschiet. Liefdespaartjes blijken na een half uur al uitgezoend en wat erger is, na anderhalf uur volledig uitgepraat.

Sommige reizigers hebben zich in bochten, lussen en knopen over de stoelen geplooid en houden zich slapend. De afvalbakken raken vol, de dozen van Pizza Hut en MacDonald liggen over de vloer, popcorn knispert onder de vermoeide voeten. De gezichten beginnen van kleur te verschieten als de fijne vleeswaren die al enige tijd in de uitstalling van een snackbar hebben gelegen, een verdroging en verkruimeling treedt op aan de rand van mond en ogen, de vingers, haren en oren vergroezelen. Al na een uur of twee ziet de wachtruimte eruit als een vluchtelingenkamp, door de hulpverleners opgegeven, bedreigd door cholera en banditisme: ongetwijfeld een voorproeve van de rampen die deze samenleving nog te wachten staan.

Maar eindelijk verwaardigt het toestel zich toch om op te stijgen.

De passagiers worden gesommeerd om zich in rijen op te stellen in volgorde van plaatsnummer. Bij het instappen gaan eersteklas en business passagiers voor, daarna volgen ouden van dagen en moeders met kinderen, dan pas zijn gezonde volwassenen aan de beurt: exact de volgorde waarmee de opvarenden van de zinkende Titanic de reddingsboten ingestuurd werden.

Mak en mokkend worden de passagiers het vliegtuig ingedreven. Maar eerst wordt nog een kleine territorium-oorlog uitgevochten: de reizigers proberen zoveel spullen als ze kunnen met zich mee de cabine in te slepen, de rijksten omdat ze bij aankomst niet op hun bagage willen wachten en de armsten omdat ze in grote plastic tassen en kartonnen dozen van alles en nog wat meezeulen voor hun familie ginds. De kunst is nu dat allemaal in de bagagevakken te proppen. Als daarin geen ruimte meer is moet vlug andermans mantel worden verfrommeld of een sporttas leeggeschud om voor eigen spullen plaats te maken.

Eenmaal gezeten dienen de passagiers zichzelf in hun stoel te knevelen en af te wachten of ze nog toestemming krijgen om van hun plaats te komen. Nooit en nergens werd vrijheidsberoving zo duldzaam ondergaan.

Net nu lees ik in de krant dat regelmatig passagiers in opstand komen, het personeel de huid vol schelden of een stewardess aanvliegen. Daar blijken zware straffen op te staan. Maar meestal maakt de vliegmaatschappij er geen zaak van. Men wil het vliegend publiek niet op een idee brengen.

Maar hoe heeft het ooit zover kunnen komen in deze toch zo welvarende en verlichte samenleving? Daar is een antwoord op: dit is allemaal het gevolg van de deregulatie, de ontregeling waarmee het luchtverkeer werd uitgeleverd aan het mechanisme van de vrije markt.

En vergeet niet: hoog boven dit alles spoeden zich in hun particuliere straalvliegtuigen geheel onbelemmerd de rijken en de machtigen naar hun gewichtige bestemming.