Griekenland; Papandreou's opstanding politiek 'ongezond'

ATHENE, 23 MAART. Het was natuurlijk volkomen toevallig dat in Athene de film 'Walking Death' - kandidaat voor vier Oscars - begon te draaien op dezelfde dag dat Andreas Papandreou na 123 dagen op intensive care de Onassis-hartkliniek verliet. Ook dit had iets van een spookachtige vertoning. De 77-jarige oud-premier, hoewel negen kilo aangekomen door kunstmatige voeding die nog wordt voortgezet, leek, al voortschuifelend naar de lift, op een bleke schim. Hij werd ondersteund door zijn gade Dimitra, zelf na haar geelzucht behoorlijk afgevallen, en door één van de dertien artsen. “Hij heeft iedereen overwonnen, zelfs de medische wetenschap”, zei de secretaris van de parlementsfractie van de socialistische PASOK, Dimitris Beys, een beetje orakelachtig.

Aangekondigd was dat Papandreou een verklaring aan de pers zou afleggen, die was vertegenwoordigd door een verslaggeefster van de staatstelevisie. De rechtse kranten hadden al lang tevoren gemeld dat de oud-premier niet meer dan vijf woorden achter elkaar kon uitbrengen. Het werden er zes: “Met liefde vertrek ik uit deze ...” “Hij is ontroerd”, verduidelijkte Dimitra toen daarop een stilte viel, vergezeld van machteloze lipbewegingen. Sommigen brachten zijn hapering terug op de nog niet gesloten tracheotomie die hij heeft ondergaan. Maar de indruk overheerste dat Papandreou gewoon niet meer wist hoe hij zijn zin moest afmaken.

In zijn kersverse villa buiten Athene, omstreden wegens haar grootte en luxe, moet de oud-premier nu verder op krachten komen. Veel apparatuur uit de hartkliniek is daarheen overgebracht: om de dag zal er een nierdialyse moeten plaatsvinden en 's nachts blijft het ademapparaat in werking. Sinds zijn herstel van een zware hartoperatie in Londen, in 1988, wordt Papandreou door velen, spottend dan wel bewonderend, siderènios genoemd (letterlijk: van ijzer). Dit is de wens die men iemand toevoegt na een ziekte. Van ijzer zal deze patiënt zeker niet meer worden. Het probleem is echter dat hij nog steeds voorzitter is van de regerende PASOK.

In de treurmars uit de eerste symfonie van Mahler hoort men hoe de dieren de jager ten grave dragen. Zij proberen in de plooi te blijven maar van tijd tot tijd kunnen sommige het niet laten kleine huppeldansjes uit te voeren uit vreugde dat hun belager is uitgeschakeld. Precies het omgekeerde doet zich nu voor binnen de PASOK, in het bijzonder in kringen rond Kostas Simitis. Deze werd premier nadat Papandreou op zijn ziekbed deze functie onder grote pressie had neergelegd (in een procedure die grondwettelijk kan worden betwist omdat hij het niet ten overstaan van de president van de Republiek deed). Alle kopstukken tonen vreugde dat hun partijleider in het land der levenden is teruggekeerd, met voorop Simitis vanuit Rome (“Ik hoop dat het nóg beter met hem zal gaan”). Maar menigeen heeft moeite te verbergen dat met deze resurrectie een uiterst labiele, om niet te zeggen ongezonde situatie is ontstaan.

Bij de verkiezing van een nieuwe premier in de parlementsfractie kreeg Simitis in eerste instantie slechts 53 van de 169 stemmen. In het kamp van de drie andere, verslagen kandidaten zijn gevoelens van teleurstellingen en ressentiment blijven sluimeren die kunnen leiden tot een behoefte aan revanche. Deze zou tot uiting kunnen komen bij het grote (derde) partijcongres dat voor juli is geprogrammeerd. Als de schimmige Papandreou dan nog partijvoorzitter is, zal er waarschijnlijk een plaatsvervanger moeten worden gekozen, en dat zal wel eens iemand anders kunnen worden dan Simitis. Velen vrezen dat er dan een 'diarchia' zal ontstaan, een tweehoofdige leiding, iets waarvoor Griekenland en de PASOK nog niet rijp zouden zijn.

Degenen die Simitis bij dit congres zouden willen belagen, zouden daarbij kunnen inhaken op de 'nationale kwestie'. Het conflict met Turkije bevindt zich na het prestigeverlies rond de Imia-eilandjes nog steeds in een zeer netelige fase, terwijl de regering inzake de 'Macedonische kwestie' het publiek voorbereidt op een concessie die een samengestelde naam (waarschijnlijk Novamakedonia) zou inhouden.

Gevreesd wordt nu dat de 'anti-simitische' oppositie binnen de PASOK in haar, deels nationalistische, campagne gaat 'investeren' in de figuur Andreas Papandreou, ondanks, of juist dankzij, diens immobiliteit. De groep 'volgelingen', die hem steeds trouw is gebleven en nu de kop weer opsteekt, zal bij deze 'exploitatie van de adem van Andreas' een eigen rol kunnen spelen. Datzelfde geldt voor Dimitra, wier aanzien er niet op achteruit is gegaan nadat zij vier maanden lang bijna letterlijk geen duimbreed is geweken van het ziekbed van haar echtgenoot. Het laatste - telefonische - vraaggesprek dat zij afstond, eindigde met de woorden: “Wie het laatst lacht, lacht het best.”