Foto

Fazal Skeikh: A Sense of Common Ground 96 blz., Scalo 1996, ƒ88,05

Honderddertig schitterende (groeps)portretten bevat A Sense of Common Ground, vanaf 1992 gemaakt in vier vluchtelingenkampen in Kenia. Bij elkaar zo'n 600.000 mensen verblijven er, verdreven uit Soedan, Ethiopië, Somalië en Rwanda. Toch is het een boek zonder de honger, lijken en uitgemergelde wanhoop die gewoonlijk met het onderwerp worden geassocieerd.

Integendeel; de mensen in het boek van de jonge Amerikaanse fotograaf Fazal Skeikh (1965, zoon van een Keniaanse vader en een Amerikaanse moeder) zijn neergezet als mensen en niet als slachtoffers.

Slechts bij hoge uitzondering staat er op zijn (altijd met toestemming van de gefotografeerden gemaakte) foto's iemand bij wie honger of geweld zichtbare littekens heeft achtergelaten. Alle andere zijn gewoon zichzelf, poserend op een pleintje of voor een muurtje van takkebossen of een tentdoek, en in het onderschift voorzien van hun naam. Ze hebben een onbevangenheid en een vanzelfsprekende trots die, dat zie je, niet speciaal is aangemeten voor de foto.

Daarmee doen Skeikhs foto's denken aan die van de Malinees Seydou Keita, die twee weken geleden op deze plaats stonden. Al wordt datgene wat Keita vanzelfsprekend vond door Skeikh wel erg nadrukkelijk nagestreefd, getuige ook het meedrukken van de rommelige negatiefranden van de poloroid-film waarop zijn foto's zijn gemaakt, wat even de indruk wekt dat het hier zou gaan om historische, op glasplaten gemaakte foto's.

Skeikhs foto's vormen een ontroerend protest tegen het cliché van Afrika's ellende. Maar hij slaat niet door naar het andere uiterste: gelachen wordt er op zijn foto's nauwelijks. Niet door de acht jaar oude Hadija (links) die geen woord meer heeft uitgebracht sinds ze haar moeder is kwijtgeraakt op haar vlucht uit Somalië, en zelfs niet door de pasgetrouwde Kuot Chan en Adhieu Pok (links boven).

'Mukanzabonimpa' heet een van de kinderen in de schoot van de Rwandese vroedvrouw op het groepsportret dat Skeikh maakte in Lumasi (boven): God zal me iets geven, maar ik weet niet wanneer.