Een renaissance voor het jaar 2000; Cultuurschepen Eric Antonis vecht tegen provincialisme in Antwerpen

Kan kunst de wereld redden? Met die slagzin maakte het Antwerpse gemeentebestuur goede sier tijdens de manifestatie Antwerpen 93. Nu, drie jaar later, blijkt er in de stad weinig reden tot optimisme. Een gesprek met Eric Antonis, voormalig intendant van Antwerpen 93 en nu schepen van cultuur.

ANTWERPEN, 23 MAART. De stad Antwerpen is wereldkampioen terugkijken naar het verleden, maar ze heeft moeite met haar eigentijdse geschiedenis. Die diagnose stelt Eric Antonis, wethouder van cultuur in Antwerpen. “Hedendaagse beeldende kunst zie je hier weinig, nieuwe architectuur is mondjesmaat.” Het bijna verliefd koesteren van het verleden, werkt provincialisme in de hand. Deze mening, die Antonis al verkondigde toen hij in 1990 aantrad als intendant van Antwerpen 93, Culturele Hoofdstad van Europa, werd hem door de Sinjoren (Antwerpenaars) niet altijd in dank afgenomen.

Inmiddels is Antonis Antwerps schepen (wethouder) van cultuur en nog steeds stuit hij op behoudende tegenstand. Bijvoorbeeld toen de Amerikaanse woordkunstenaar Lawrence Weiner vorig jaar een kunstwerk zou maken voor het openluchtmuseum Middelheim. Het schepencollege dreigde de opdracht tegen te houden. “Het waren toch maar letters geschilderd op een huis, zeiden ze, en of dat nog kon.” Antonis droeg aan dat Weiner internationale faam geniet en dat politici zich niet inhoudelijk moeten bemoeien met de keuze van een museum. “Uiteindelijk is het goed gelopen, het werk komt er nu”, zegt Antonis. “Maar het was een frustrerende ervaring.”

Eric Antonis (54), voormalig directeur van Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven en daarna intendant van Antwerpen 93, werd politicus ondanks zichzelf. “In alle eerlijkheid denk ik dat ik liever aan de kant van adviseur had gestaan.” Maar toen hij besefte dat het stadsbestuur niets voelde voor zijn continuïteitsplan van Antwerpen 93, besloot Antonis dat hij alleen als politicus “sporen kon nalaten”. Het politieke bedrijf is hem niet meegevallen, erkent de schepen na een jaar en drie maanden. “Ik heb het collegiaal bestuur onderschat. Ik dacht dat je autonomie binnen je sector kreeg, maar over de muurtjes heen wordt veel meegepraat.” Hij heeft moeite met de trage manier van besluitvorming. “Als intendant nam ik veel meer beslissingen dan nu als schepen van cultuur met een ploeg van elf mensen die akkoord moeten gaan.” In 1993 was hij “een eigenzinnige jongen, relatief dictatoriaal”. Nu moet hij compromissen sluiten.

Volgens een recent artikel in Kunst en Museumjournaal leek tijdens Antwerpen 93 alles te kunnen in de Scheldestad, maar uiteindelijk bleek dat dit 'alles' “een scheet in een fles” was. Dat is te sterk uitgedrukt, vindt Antonis. Maar hij beaamt wel: “Als je vraagt: Heeft het project de stad fundamenteel veranderd? Dan zeg ik nee. Maar toch is er wat teweeg gebracht in de hoofden van een aantal mensen. De geschiedenis moet uitwijzen of het een scharniermoment was.” In de viereneenhalf jaar die hem resten, wil de cultuurschepen vooral voorwaarden scheppen voor kunstenaars en instellingen, en minder stadsbemoeienis.

Met die gedachte werden deze week de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (KNS) en het Koninklijk Jeugdtheater (KJT) uitgeroepen tot stichting. Die status moet de theatergezelschappen meer vrijheid geven. “Het waren typisch stedelijke repertoiregezelschappen, die een beetje functioneerden als in het ancien régime. Het was moeilijk om jonge, interessante theatermakers daar warm voor te maken.” Ook de musea moeten autonomer worden en hun eigen budget gaan beheren. Antonis wil ze restylen, bijvoorbeeld door van het Vleeshuis, nu een heemkundig museum, een museum voor de geschiedenis van Antwerpen te maken: “Een historisch referentiekader van de stad tot vandaag.”

Om vervolg te geven aan Antwerpen 93, werd vorig jaar al de Zomer van Antwerpen in het leven geroepen: een reeks evenementen in de zomermaanden. Antonis wil van de Zomer van Antwerpen vanaf volgend jaar een groter festival maken, met aan het hoofd een intendant. Voor die functie worden gesprekken gevoerd met onder andere Jan Hoet, conservator van het Museum voor Schone Kunsten in Gent. Op het verlanglijstje van de cultuurschepen staat verder een kunsthal voor hedendaagse beeldende kunst, naar Rotterdams voorbeeld. “We hebben nood aan ruimtes voor grotere internationale tentoonstellingen.” Hij heeft zijn oog laten vallen op Hangar 25-26 aan de Scheldekaai: “Een mooie, lichte ruimte waar we met niet zoveel inspanningen een tentoonstellingsruimte kunnen realiseren.”

Behalve de stadstheaters, musea en bibliotheken heeft Antonis ook monumentenzorg in zijn portefeuille. Twee mensen werken daar nu. “Onwaarschijnlijk, als je het vergelijkt met Nederlandse steden”, geeft Antonis onmiddellijk toe. In 1992 werd de Antwerpse dienst monumentenzorg afgeschaft en ondergebracht bij ruimtelijke ordening. “Zo doe je niet echt aan monumentenzorg”, vindt de schepen. “We willen er opnieuw een dienst van maken, van acht man.” Ook over moderne architectuur maakt Antonis zich zorgen. “Toevoegen wat uit je eigen tijd komt, is een lastig proces in deze stad.” Hij wijst op de sociale woningbouw achter het stadhuis. “Nostalgie-architectuur, teruggebouwd zoals het was.” Antonis vindt dat de stad het goede voorbeeld moet geven met projecten, zoals de vernieuwing van het Vleeshuis. “Dat kan een signaal zijn voor de bevolking dat nieuwe architectuur mooi kan zijn.”

Het motto van Antwerpen 93 was 'Kan kunst de wereld redden?' De vraag lijkt nu: Kan kunst Antwerpen redden? Bij de laatste verkiezingen stemde 28,5 procent van de Antwerpenaren voor het extreem-rechtse Vlaams Blok. Moet cultuur geëngageerd zijn, of juist autonoom blijven? “Beide”, vindt Antonis. “Er zijn twee soorten kunstenaars: sommigen zijn autonoom, anderen vinden het belangrijk om fouten in de maatschappij te manifesteren.” Beiden moeten worden ondersteund, vindt de cultuurschepen. “We moeten niet terug naar het politiek theater van weleer, we kunnen maatschappelijk engagement niet verplichten.” Wel denkt de cultuurschepen dat het traditionele verenigingsleven nieuw leven moet worden ingeblazen. Antonis, tijdens Antwerpen 93 nog gezien als een elitaire jongen, komt nu op voor de culturele wijkcentra, om het sociale weefsel van de stad te herstellen. Hij vreest dat het huidige college de populariteit van het Vlaams Blok nog niet heeft kunnen terugdringen. “Het is nog een relatief verbolgen sfeer die je opsnuift in de cafés.” En de tijd dringt. “In het jaar 2000 moeten we toch een renaissance hebben in Antwerpen.” Kunst kan het extremisme niet bestrijden, erkent Antonis, maar het kan er wel toe bijdragen. “Met kunst en cultuur kun je pleisters plakken. Samen krijg je het been vol.”