Een kapper die zich in eigen zaak scheert, moet daarover BTW afdragen; Italiaanse winkeliers rijp voor oproer

De Belastingwetgeving drijft de kleine zelfstandigen van Italië tot wanhoop. De regeltjes zijn ontelbaar, de belastingsdienst bureaucratisch en uiterst hardvochtig, ook bij kleine vormfouten. Maar gedreven door de angst voor de kiezers, gaan nu ook de politici zich ermee bemoeien. Het (belasting)leed is niet te overzien.

'Wij hebben Italië wakkergeschud', zegt Giuseppe De Maria fier. “Met zijn allen hebben wij hier in Turijn het land een flinke stomp in de maag gegeven.”

Deze kleine bloemist heeft de verkiezingscampagne veranderd. Als voorzitter van het plaatselijk verbond van kleine ondernemers en winkeliers, de Ascom, heeft hij het startsein gegeven voor een campagne tegen het belastingstelsel. “Gemiddeld moeten we om de vijf dagen iets betalen”, vertelt hij in het hoofdkwartier van zijn organisatie, vlak achter het centraal station van Turijn. “De staat behandelt ons onbehoorlijk.”

Begin deze maand hebben zestigduizend winkels en bars hun rolluiken een dag lang naar beneden gelaten. Vanuit Turijn heeft dit protest zich als een lawine over de rest van het land verspreid. Komende maandag is uitgeroepen tot een nationale Tax Day, met demonstraties overal in het land en een winkelsluiting tussen elf en één.

Politici hebben hun abstracte toespraken over regeerbaarheid, hervorming van de kieswet en de voors en tegens van een presidentieel stelsel in de prullenbak moeten gooien. Het debat gaat nu over zeer concrete problemen als belastingdruk en een bureaucratie die de burger een reeks zinloze verplichtingen oplegt.

Al bij het openingsschot in Turijn bleek dat deze discussie rechts beter ligt. Op de protestdag was zowel Gianfranco Fini, leider van de ex-neofascistische Nationale Alliantie uitgenodigd, als Romano Prodi, leider van de centrum-linkse Olijf-alliantie. Fini kreeg een open doekje, maar Prodi werd uitgefloten. Hij had geen antwoord op de reeks klachten van de kleine ondernemers in de zaal en hij moest na vier minuten machteloos het spreekgestoelte verlaten.

“Dit was een hinderlaag van Fini”, was het verweer van Prodi, die claimde dat de zaal eenvoudig niet wilde luisteren. De linkse burgemeester van Turijn sprak bezorgd over “een virus van intolerantie” en Massimo D'Alema, leider van de Democratische Partij van Links, riep vanuit Rome dat de aanhangers van de Nationale Alliantie een spoedcursus democratie moeten gaan volgen.

Maar Fini en mediamagnaat Silvio Berlusconi, bondgenoten in een rechtse electorale alliantie die zij de 'pool van de vrijheid' hebben gedoopt, voelen dat links op dit punt kwetsbaar is. Zij proberen het thema van de belastingen uit te tillen boven de discussie over winkeliers en kleine ondernemers en het tot de inzet van de verkiezingen te maken.

Hun boodschap ligt goed in het gehoor: minder belastingen en een lagere belastingdruk. Propaganda, gevaarlijke simplificaties, zo repliceert links. Maar voor veel kiezers gaat de boodschap van het tegenvoorstel verloren in de nuances en de kanttekeningen.

Giuseppe De Maria houdt zich buiten de algemene discussie en beperkt zich tot de problemen van de kleine zelfstandigen. Hij heeft zich openlijk gedistantieerd van de mensen die Prodi hebben uitgefloten, maar hij poetst het incident ook weg als een bedrijfsongelukje dat niet de aandacht mag afleiden van de noodkreet van zijn organisatie.

“Wij zijn niet meer bereid de kosten te betalen van het niet-functioneren van de publieke sector”, zegt hij. De kleine zelfstandigen voelen zich het slachtoffer van een bureaucratie die niet bij machte is om op een simpele manier hun type economische activiteit te controleren en te reguleren en hen daarom een schier eindeloze reeks van verplichtingen oplegt.

Een doorsnee ondernemer moet wel honderd keer per jaar naar een overheidsloket om iets te betalen of om een stempel te vragen. Enkele voorbeelden. Vijftien keer per jaar moet een opgave van de BTW worden gedaan. Alle verschillende boeken voor de boekhouding (minimaal zes, maar het aantal kan oplopen naar negentien) moeten officieel worden geregistreerd, bestempeld en genummerd, sommige ieder jaar weer. En de Italiaanse fantasie kent ook in het bedenken van belastingen geen grenzen. Bedrijven moeten belasting betalen over een koelkast. Tot voor kort moesten bijvoorbeeld hotelhouders voor iedere koelkast in iedere kamer een apart formulier gebruiken.

Alleen iemand die er zijn vak van heeft gemaakt kan nog wijs uit de wirwar van voorschriften, regels, termijnen, heffingen en belastingen. Italië heeft 150.000 wetten, tegen 7.500 in Frankrijk, 5.000 in Duitsland en 3.500 in Groot-Brittannië. De controle is niet altijd even strikt. Maar als er wordt gecontroleerd en er is iets niet in orde, dan is de belastingdienst onverbiddelijk. De Maria noemt het voorbeeld van Marco Patton, een kapper uit Trento die een nationale beroemdheid is geworden wegens zijn ruzie met de fiscus. Hij kreeg een boete van ongeveer twee miljoen gulden, omdat hij vergeten was een rekeningenblok officieel te laten registreren. Dat gebeurt soms met opzet, om belasting te ontduiken, maar Patton had over het ontvangen bedrag keurig de BTW afgedragen.

Twee miljoen gulden voor een vormfout die te goeder trouw is gemaakt, vond Patton te veel. Hij besloot uit protest van zijn woonplaats Trento, in het noorden van het land, naar Rome te gaan rennen, waaarbij hij onderweg af en toe tv-interviews gaf aan verslaggevers die in een auto naast hem reden.

Op 12 maart is hij vertrokken, donderdagmiddag kwam hij aan in de hoofdstad, met 631 kilometer in de benen. “Ik ben erg tevreden, maar wel een beetje moe”, zei Patton, met een zwakke glimlach over zijn bleek weggetrokken gezicht. “Ik hoop dat mijn tocht nuttig is tegen de absurditeit van de fiscus.”

Het voorbeeld past precies in het straatje van De Maria. In tegenstelling tot sommige collega's vermijdt hij te praten over de totale belastingdruk. Dat is een gevoelig onderwerp, want als categorie zijn de kleine ondernemers notoire belastingontduikers. Daarom zijn de afgelopen jaren verscheidene pogingen gedaan om een norm-inkomen vast te stellen en op basis daarvan belasting te heffen. De kleine zelfstandige die claimde minder te verdienen, moest dat met veel papier bewijzen.

“Het gaat niet om de hoeveelheid belasting die we moeten betalen, het gaat erom hoe we worden behandeld,” zegt De Maria. “We willen niet minder betalen, maar op een andere manier. Als alles eenvoudiger zou worden, besparen we alleen op die manier al vier tot vijf miljoen lire per jaar” (ruim vier- tot vijfduizend gulden). Dat is ongeveer het bedrag dat een commercialista kost, een belastingadviseur.

Hij onderstreept dat de belastingjungle niet de enige oorzaak is van de onvrede onder de kleine zelfstandigen. De daling in de particuliere consumptie van 1993, volgens OESO-cijfers met 2,5 procent, is nog steeds niet ingehaald. Zij voelen zich ook in het nauw gedreven door de gestage opkomst van supermarkten en warenhuizen. Die vormen een enorme bedreiging voor het netwerk van kleine winkels en gespecialiseerde bedrijfjes die veel Italiaanse binnensteden ritme en vitaliteit geven. Italië loopt op dit gebied dertig jaar achter bij veel andere Europese landen. In heel het land zijn er nu ongeveer vijfduizend, vooral in het noorden. De Maria hoopt dat die achterstand kan worden benut om economische kaalslag te voorkomen. “In Frankrijk en Duitsland hebben we gezien welke rampzalige gevolgen een wilde liberalisering kan hebben”, zegt De Maria. Behalve simplificering van het belastingstelsel eist hij betere bescherming voor zijn categorie tegen “de arrogantie van het grootkapitaal”.

Een vaak terugkerend voorbeeld daarvan is de kredietverlening. “Het Italiaanse banksysteem heeft steeds de grote bedrijven bevoorrecht”, zegt De Maria. “De kredieten aan kleine en middelgrote bedrijven zijn voortdurend beperkt. Wij hebben steeds een veel hogere rente moeten betalen.”

Hij erkent dat de komst van supermarkten niet valt af te remmen, maar hij wil een economische en sociale schokdemper. Een eerste stap in die richting is al gezet. Kleine zelfstandigen die hun winkel of zaak sluiten, kunnen drie jaar lang een soort minimumuitkering krijgen. Vroeger konden ze hun vergunning nog goed doorverkopen, maar wegens de crisis in deze sector zijn die vergunningen veel minder waard geworden. Maar dit gaat een concurrerende organisatie in dezelfde branch, de Confesercenti, nog lang niet ver genoeg. Deze organisatie heeft voorgerekend dat er voor iedere nieuwe grote super- of hypermarkt die erbij komt, 34 andere winkels en bedrijfjes verdwijnen, en lang niet alleen in de voedingssector. Zij heeft voorgesteld om drie jaar lang geen vergunningen voor nieuwe supermarkten en grootwarenhuizen af te geven. In de tussentijd zou grondig studie gemaakt moeten worden van de gevolgen voor het economische en sociale weefsel van een stad wanneer kleine bedrijven verdwijnen. “Het gaat niet alleen om ons, het gaat om de werkgelegenheid, om de leefbaarheid van de steden”, zegt De Maria.

De kleine zelfstandigen voelen zich nu politieke wezen. Decennia lang heeft er een stilzwijgend pact bestaan tussen deze groep en de christen-democratische partij: stemmen in ruil voor bescherming tegen harde concurrentie en tegen al te ijverige belastinginspecteurs. Die band is met de ineenstorting van het oude bestel verbroken. “Er was een stilzwijgend akkoord tot wederzijdse bijstand”, zegt De Maria. “Nu geeft de politiek ons geen antwoord meer. Ons referentiepunt is weggevallen.”

In deze verkiezingscampagne probeert zowel links als rechts deze op drift geraakte groep kiezers aan zich te binden, met soms curieuze gevolgen. Afgelopen woensdag beschuldigde Romano Prodi, de kandidaat-premier van links, zijn rechtse tegenstanders ervan delen van zijn programma te hebben gekopieerd. “Dit is een geval van plagiaat op bijbelse schaal”, zei Prodi. “Hele zinnen zijn hetzelfde, alleen is het slechter Italiaans.” Een dag later werd het mysterie opgehelderd. In hun poging de onvrede te kanaliseren naar het eigen hokje op het stembiljet, heeeft zowel links als rechts een paar pagina's overgenomen van voorstellen die zijn gedaan door de Confcommercio, de overkoepelende organisatie waarbij De Maria en zijn Turijnse kleine zelfstandigen zijn aangesloten. Berlusconi is een onlogische bondgenoot. Hij vertegenwoordigt de grote winkels waar de kleine zelfstandigen zo bang voor zijn: de warenhuisketen Standa, de grootste van Italië, is een belangrijk onderdeel van Berlusconi's Fininvest-groep. En Berlusconi preekt juist de harde liberalisering. Maar Fini kan binnen het rechtse blok zorgen voor de sociale schokdempers: de Nationale Alliantie is economisch gezien nog minder liberaal dan politiek.

Rechts krijgt veel applaus voor zijn belofte van minder belastingen. Vorig jaar heeft het onafhankelijke onderzoeksinstituut Eurispes een studie gepresenteerd onder de titel 'De waanzinnige fiscus'. In negen jaar tijd is het aantal belastingen gestegen van een honderdtal naar ongeveer driehonderd. Vele daarvan brengen niet eens op wat het kost om ze te innen en te controleren. En de ratio is vaak zoek. Een boer die een stal heeft, moet daar twee keer belasting over betaling: als inkomsten uit onroerend goed en uit bedrijfsruimte. Een croupier die fooi krijgt in een casino, moet een deel doorgeven aan de fiscus. Over de groene bladen van de cichorei, een populaire groente in Italië, wordt vier procent BTW geheven, en over de wortel ervan, vaak gebruikt als vervanger van koffie, negen procent. Een kapper die zich in eigen zaak scheert, moet daarover BTW betalen. Ook op een simpele stok kaarten zit belasting.

Na enige aarzeling bepleit nu ook links een grote schoonmaak in de belastingwetgeving. Maar alleen rechts stelt voor de belastingdruk te verlagen. De werkgeversorganisatie Confindustria, die overigens meer op de lijn van Prodi zit, heeft voorgerekend dat de Italiaanse bedrijven het zwaarst belast zijn van heel Europa. De fiscus pakt 57 procent van de bruto winst, aldus een studie, tegen 48 procent in Duitsland, 43 procent in Frankrijk, en 34 procent in Groot-Brittannië. Uitgangspunt was wel dat alle belasting wordt betaald, en iedereen weet dat dat niet gebeurt. Vorig jaar heeft de belastingdienst een rapport over 1991 gepubliceerd waarin staat dat BTW-plichtigen in dat jaar voor ongeveer zeshonderd biljoen lire (volgens de huidige koers ruim zeshonderd miljard gulden) aan inkomsten verborgen hebben gehouden. Als die schatting juist is, heeft de schatkist ongeveer negentig miljard gulden aan belastinginkomsten misgelopen. Daarom roept links, zij het niet al te hard, dat het probleem van de grootschalige belastingontduiking niet mag worden vergeten. De vakbonden protesteren al jaren dat de loontrekkers met hun automatisch ingehouden belasting het leeuwedeel van de schatkist vullen, terwijl de zelfstandigen en de vrije beroepen genieten van la dolce vita.

Voor rechts is de belastingontduiking geen issue. Het Italiaanse stelsel is criminogeen, zegt Giulio Tremonti, in 1984 minister van Financiën in het kabinet-Berlusconi: “Als de belastingdruk oneerlijk is, wordt de belastingplichtige gedwongen oneerlijk te zijn.” Kernbegrippen in zijn plan zijn vereenvoudiging naar niet meer dan acht belastingen, geen heffingen op personen maar op bezit en decentralisatie van de belastinginning.

“Wie betaalt moet vier zekerheden hebben: wanneer hij moet betalen, aan wie, hoeveel, en de garantie dat wat betaald wordt ook in overeenstemming is met de kwaliteit en kwantiteit van de diensten die de staat in ruil aanbiedt”, zegt Gianfranco Fini.

Die zekerheid is nu ver te zoeken. En als Prodi en zijn linkse bondgenoten niet met een helder en aansprekend antwoord komen op de vrolijke rekensommen van rechts, lopen zij gevaar te verliezen. Op dit onderwerp en gezien de passies die het losmaakt, verliezen zij misschien wel de hele campagne.