Drugs

Straks spelen twee Nederlandse voetbalclubs de finale van een Europees bekertoernooi. Het hadden er eigenlijk drie moeten zijn want PSV heeft de voorbije weken meer dan Ajax en Feyenoord geïmponeerd. Voor een natie die verziekt is door drugs (en sex) is dat niet slecht geboerd. En dan zwijgen we nog over het schaatsgeweld van Annamarie Thomas, het eeuwige leven van Bettine Vriesekoop en Paul Haarhuis, die over zijn aangeboren Weltschmerz heen, Pete Sampras naar huis mepte. Misschien moet Erica Terpstra tijdens de paasdagen toch maar eens met een statistisch register naar het Elysée om Chirac duidelijk te maken dat Nederland naast drugsstaat ook een bloeiende sportnatie is. Anton Geesink zou dat nog beter kunnen. Hij staat niet zo te daveren als een lichtjes geconstipeerde onderwijzeres met te veel humor. De oude reus is geoefend in het knielen voor beëdigde patsers en hanteert het wapen van een beetje bête glimlach en een beetje verdwaalde knik met een brille en panache die ijzervreters ontredderen. Voor Anton smelten stoïcijnen. Hij kent de corruptie van het diplomatieke palaver en tenslotte is corruptie in Frankrijk een vorm van dagelijks met elkaar omgaan. Chirac weet daar alles van.

Of moeten de sporters met hun gezonde Hollandse koppen zelf naar Parijs gaan om een petitie af te geven? Ik denk nu aan een door de media georkestreerde actie onder leiding van Ronald Koeman, de ideale ambassadeur van Hollandse gewoonheid en ordentelijkheid. Representant par excellence van de poldergeest die dit land groot heeft gemaakt. Nooit van wiet gehoord, wel van fietsen in guur weer. Als de sport zich niet uit de maatschappij wil laten tillen dan kunnen vedetten en kampioenen niet ongevoelig blijven voor de Franse hysterie. Er zijn ooit wielrenners geweest die voor minder goede doelen met het bloed in de schoenen reden. En was Gullit ook niet een fervent tegenstander van de apartheid? Sport en politiek, het raakt elkaar wel.

Een aantal Franse sporthelden is de voorbije maanden door hun bonden geschorst voor het gebruik van cannabis. Voetballers, basketballers, boksers, zelfs tafeltennisters werden tijdens dopingcontroles ontmaskerd als leden van de joint-familie. Daar hoor ik Chirac niet over.

Van Van der Sar en Waterreus weet ik het niet zeker - zij staan altijd zo bleekjes tussen de doelpalen - maar voor Koeman, Wouters, Jonk, Heus, Advocaat en Foppe de Haan durf ik mijn handen in het vuur steken: zo ze ooit al in een hasjwalmpje terechtkwamen dan werd het weggeblazen door hun ouders. Een gewoon sigaretje: jawel; emmers pils: laat maar komen. Voor de doorsnee Nederlandse sporter blijft de zoektocht naar geluk opgesloten in het jaren vijftig-model. Een enkele kleiduifschieter of korfbalster zal wel eens aan een cokelijntje hebben gelegen, maar dan hebben we het over jongelui die geteisterd werden door het grauwste lot of door een niet te stulpen liefdesverdriet.

De totaal aardse gretigheid waarmee Feyenoord en vooral PSV deze week op de bal joegen deed denken aan zuurkool met spek, niet aan de wazige illusie van een stickie. De schoonheid van deze avonden was de nauwelijks te ontwarren scrum van naamlozen, niet van gemankeerde flaneurs. Ik heb me altijd laten vertellen dat het genot van roesmiddelen tot implosie van geest en verlangen leidt. Tot de individuele expressie van de meest individuele emotie. Nou, ik zag in De Kuip en in Eindhoven alleen maar een vaderland beuken tot het laatste fluitsignaal. De ene furie leunde op de andere. In het Olympisch Stadion was dat iets minder duidelijk omdat daar Ronald de Boer schitterde als de mooiste solist van de eeuw.

Het zal wel dat het nachttafeltje van schrijvers, intellectuelen, journalisten, aspirant-filosofen en gedreven minnaars 's ochtends blauw ziet van de shit. Het zou mij ook niet verbazen als ministers, kamerleden, rechters en prelaten op een onbewaakt moment overgaan tot een collectieve biecht: Heer, ik heb geblowd, gesnoven en gespoten. En in Rotterdam loopt vannacht weer een nieuw heroïnehoertje over de boulevard dat kermt en kreunt van wanhoop tot er een geeltje in haar schoot valt. Dan lacht ze even. Nederland leeft niet in de Middeleeuwen, schuwt de decadentie niet altijd, koketteert zelfs af en toe met een mondain lef. Maar een ding weet ik zeker, meneer Chirac: Nederland als sportnatie is drugsvrij. Of toch bijna.