Delta-boys

M.C. VERBURG: Zeeland 1940-1990. Economische ontwikkelingen in het licht van de ruimtelijke economie en de economische geografie

273 blz., Den Boer/De Ruiter 1996, ƒ45,-

Van platteland tot 'booming'-industrie-regio. Hoe die omschakeling in Zeeland, vooral in de jaren zestig en zeventig, geschiedde, beschrijft M.C. Verburg in dit proefschrift. Als directeur van het ETI (van 1948 tot 1977), het Economisch Instituut in Zeeland, was Verburg een van de roemruchte 'Delta-boys', een netwerk van invloedrijke ambtenaren en politici dat met name de Zeeuwse achterban, uiteindelijk met succes, probeerde warm te krijgen voor de ontvangst van grote industrieën. Nu, op 75-jarige leeftijd, promoveerde Verburg met bovengenoemde studie aan de Universiteit van Amsterdam, en blikt hij terug.

Zeeland stond er economisch gezien de laatste twee eeuwen uiterst belabberd voor. Verburg beschrijft hoe de provincie, toen nog gewest, na de val van Antwerpen in 1585, lijdzaam moest toezien hoe het economisch zwaartepunt van de lage landen zich verplaatste naar Amsterdam. Even wist Zeeland zich, met handel via de Oost- en West-Indische Compagnieen, staande te houden. Zo bereikte Middelburg aan het eind van de 17de eeuw een record-inwonertal van 30.000. Maar rond 1660 werd de stad definitief voorbijgestreefd door onder andere Rotterdam.

Daarna ging het verder bergafwaarts. Noord en Zuid ontwikkelden zich verder, maar met de ruggen naar elkaar toe. Zeeland, in het midden, had het nakijken. Het inwonertal van Middelburg, bijvoorbeeld, was in 1815 teruggelopen tot ongeveer 14.500. Ook de aanleg van het Kanaal door Walcheren, een spoorverbinding, en de bouw van het eerste Nederlandse 'opzettingsdok' voor schepen in Middelburg aan het eind van de 19de eeuw konden het tij niet keren. Daar bovenop kwamen in de eeuw daarna de grote verwoestingen door bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de watersnoodramp van 1953. De economische structuur van Zeeland lag in puin.

Vreemd genoeg, constateert Verburg, werd er in de provincie in het begin van de jaren vijftig weinig ondernomen om daar iets aan te doen.

Terwijl de provinice Drenthe al in 1951 werd benoemd tot 'stimuleringsgebied' en de rest van Nederland een bijna volledige werkgelegenheid bereikte, bleef Zeeland zich koesteren in zijn isolement. Vanaf de kansel voorzag men ontkerkelijking door de komst van industrie. Zelfs de Kamer van Koophandel voor Midden- en Noord-Zeeland stelde zich op het standpunt dat het beter was voor de Zeeuwse economie om confectie-bedrijven aan te trekken dan bijvoorbeeld chemie-gigant Hoechst. Maar toen waren de jaren zestig al aangebroken, en stond de 'nieuwe tijd' definitief voor de deur.

Volgens Verburg hebben de Deltawerken de gote impuls geleverd voor de omwenteling in denken. Terwijl de dijken en dammen werden aangelegd die de provinice voortaan moesten beschermen tegen het water, groeide het besef bij de Zeeuwse bestuurders dat tegelijkertijd nieuwe wegen en diepe zeehavens moesten worden ontwikkeld. Geld was er genoeg, en na enig lobbywerk van vooral de eerder genoemde Delta-boys werd Zeeland in 1959 aangewezen tot stimuleringsgebied.

En toen kwamen ze: grote buitenlandse bedrijven als het Amerikaanse Dow Chemical, Pechiney, Hoechst en Total. Met, vlak daarna, in hun kielzog een keur van toeleveringsbedrijven. Nederlandse concerns konden kennelijk niet worden geïnteresseerd voor vestiging in het 'verre' Zeeland, maar de buitenlandse collega's zagen wel de voordelen van diepe zeehavens zonder sluizen, aantrekkelijke premies, en goede rail- en verkeersverbindingen die de produkten snel tot ver in het Europese achterland konden brengen.

Zeeland 'boomde'. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de provincie wat betreft nieuwe bedrijfsvestigingen in de periode 1971-'72 met kop en schouders boven de andere provincies uitstak. De bevolkingsleegloop zette zich om in groei. In de periode 1966-'81 nam de bevolking toe met 32.300 personen. Er werd volop nieuwbouw gepleegd, en het percentage werklozen lag lange tijd onder het landelijk gemiddelde.

De laatste jaren doet zich weer een kentering voor. Zo zal, volgens cijfers van het RBA (Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening), de werkloosheid tot het jaar 2000 in Zeeland hoger blijven dan het nationaal gemiddelde (8,0 tegenover 7,2 procent).

Verburg blijft echter positief. Het rijk zal zo goed als zeker de veerboten over de Westerschelde vervangen voor een geboorde tunnel. Deze nieuwe infrastructuur betekent volgens hem opnieuw een grote impuls voor de Zeeuwse economie, die vast en zeker vruchten zal afwerpen.