Bij Harnoncourt is Brahms spontaan en weids

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt, m.m.v. Gidon Kremer. J. Brahms: Vioolconcert en Eerste symfonie. Gehoord: 20/3 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 24/3; Radio-uitzending 24/3, 14.15 uur.

De een maakte naam in wat hij zelf ooit het getto van de historische muziek noemde, de ander nog het meest in het getto van de moderne muziek. Dezer dagen treffen zij elkaar op het kruispunt van de romantiek, in een uiterst sensitieve vertolking van het Vioolconcert van Brahms. Violist Gidon Kremer, die talrijke eigentijdse werken in première bracht, werd uitgenodigd dit Vioolconcert te spelen in de Brahms-cyclus die Nikolaus Harnoncourt, ooit één van de voormannen van de historische uitvoeringspraktijk, samen met het Koninklijk Concertgebouworkest realiseert en waarvan het resultaat op enig moment op de cd kan worden wedergehoord. Wanneer dit moment daar zal zijn, is, mede doordat Harnoncourt zich bij een eerder Brahms-concert ziek meldde, niet geheel duidelijk.

De cd-registratie verklaart de bijzondere opstelling van het orkest. De eerste en tweede violen bevinden zich aan weerszijden van de dirigent, de contrabassen geheel links, de altviolen enigszins rechts en de celli trekken een korte streep links uit het midden. Behalve dat deze podiumgeografie een enkele keer voor een lichte desoriëntatie zorgt, beïnvloedt zij de klank niet wezenlijk. Onder Harnoncourt komt het Concertgebouworkest in elk geval tot een warme en genuanceerde totaalklank waarin de afzonderlijke instrumentgroepen evenwichtig mengen. De aandacht voor de mengklank van het orkest ging woensdag zo ver dat Harnoncourt soms even leek te vergeten dat in de zaal orkest èn solist gehoord moesten worden. Terwijl Kremer poogde zo fijnzinnig mogelijk en met een gedoseerd vibrato zijn dolce-passages te spelen, gingen deze soms ten onder in een dominant fortepiano van het hout.

Niettemin werd er een Vioolconcert neergezet (met een voortvarend genomen Adagio) dat voortdurend bleef boeien. Wie onder Harnoncourt de 'oorspronkelijke' cadens verwachtte van Joseph Joachim, de vioolgrootmeester die nauw betrokken was bij het ontstaan van de compositie en hiervan de eerste uitvoering gaf, kwam bedrogen uit. Kremer koos voor een weinig bekende cadens van de hand van de Roemeense violist en componist George Enescu, wat (bewust of onbewust) een aardige programmatische link opleverde met Brahms' Eerste symfonie. Ooit speelde Enescu namelijk als orkestmusicus deze symfonie onder leiding van de componist zelve.

Met Harnoncourt als dirigent wordt in Brahms' Eerste niet zozeer de naïeve eenvoud van de tot elementaire drieklanken te herleiden thematiek onderstreept, maar veeleer de extreme schoonheid van de eenvoud en de inbedding hiervan in het contrapuntisch samenweefsel. De gracieus golvende melodieën in het derde deel vormen een opmaat voor een werkelijk ravissante finale met ingehouden pizzicati, een weidse strijkershymne en geraffineerde versnellingen. Volledig gecontroleerd, organiek, maar tegelijkertijd zó spontaan in uitstraling - Harnoncourt ten voeten uit.