Bij De Federatie jubelen de doden en klagen de levenden

Voorstelling: Zog van Peer Wittenbols door De Federatie. Decor: Matt Vermeulen; kostuums: Dorien de Jonge; regie: Rob Ligthert; spelers: Marisa van Eyle, Hans Hoes, Monic Hendrickx e.a. Gezien 14/3 Plaza Futura, Eindhoven. Tournee t/m 3/5. Inl. 043-3252770.

Aan gene zijde van de rivier de Styx ligt de onderwereld. Daar heerst Hades, god over de schimmen der doden. Terwijl het al te jonge meisje Kore boven op het veld bloemen plukte, roofde en ontvoerde hij haar naar zijn onderaardse spelonken.

Haar moeder, Demeter, is waanzinnig van verdriet. Zij is de godin van de vruchtbaarheid maar ook, als haar toorn dat vereist, van de vernietiging van alle aardse zegeningen. Kores vader is Zeus. Die oppergod is weer een broer van Hades. Dus Zeus staat toe dat zijn dochter de liefdessponde moet delen met die doodskop van een Hades.

Maar ze vindt het verrukkelijk. Ze wil nooit terugkeren naar het rijk van de levenden; haar doodsgewaad is als haar bruidstooi. Schrijver Peer Wittenbols (1965) maakte van dit klassieke gegeven een voorstelling die Zog heet; dat staat voor moedermelk, rijpe borsten, en ook voor kielzog, een ander woord voor 'doodwater' achter een schip. In zulk water bevindt zich Kore, want zij mag geen eigen wil hebben. Zog is een familietragedie in het godenrijk. Zeus, Hades, Demeter en de zonneman Helios strijden om Kore.

In de voorstelling door De Federatie verbeeldt de Styx een zwarte vijver in het midden van het toneel, waarin Hades en zijn slachtoffer op symbolische wijze afdalen. De begrenzing aan de achterzijde bestaat uit witbetegelde nissen, waartegen de zwarte, bijna religieuze gewaden van de acteurs vol contrast afsteken. Het gevecht om Kore (mooi en onschuldig-licht gespeeld door Monic Hendrickx) krijgt vorm in tal van registers. En dat is de kracht van de voorstelling. De acteurs, vooral Zeus (een sterke rol van Hans Hoes), weten in een enkele sekonde van poëzie over te schakelen tot aan wreedheid grenzende heftigheid, om dan te doen alsof er niets aan de hand is. Tegen overgevoeligheid en esthetiek. Maar ook tegen nutteloos cynisme. In dit kleine universum wil iedereen zich ten koste van de ander handhaven.

Wanneer Demeter (optimaal vertolkt door Trust-actrice Marisa van Eyle) bij Zeus klaagt over zijn flamboyante overspeligheid, dan verwijt hij haar dat ze 'moeder werd en vergat vrouw' te blijven of dat het 'winter' werd tussen haar benen. Fijntjes voegt Zeus eraantoe: “Ik ben maar een man.” Intimiteit is er ook: Hades en Krone beleven het prille, onomkeerbare geluk van jonggelieven. Dat hij haar aan het slot verbant, komt aan als een genadeslag. Krone is een willoze vrouw in een morbide spel tussen een ras van naargeestige machthebbers.

In de stijl zweeft de voorstelling tussen groteske en tragedie, tussen choquerende uitdaging en hartepijn. Regisseur Rob Ligthert koos voor een strak in de hand gehouden wisseling van gevoelens en belangen, zodat geen enkele scène nodeloos is uitgesponnen. Telkens wil hij naar de kern. De statische vormgeving sluit trefzeker aan bij een secure tekstbehandeling en vooral een uitgewogen mimiek. Elke acteur onderscheidt zich van de andere door een oogopslag die meteen raak is, een opgetrokken mondhoek die niemand kan ontgaan, een vals om de lippen spelend lachje.

Ik moest denken aan de regies van Karst Woudstra vroeger bij De Korre, zoals zijn Britannicus. Dezelfde concentratie waaronder de passies van de personages kolken en gisten. Er wordt vaak in theater van alles overhoop gehaald, totdat enkele acteurs, een schrijver en een regisseur bewijzen dat in eenvoud een onwaarschijnlijke zeggingskracht ligt besloten. Reflecties van licht dat op water schijnt tegen de wanden maken het dodenrijk tot iets feestelijks; bij Zog zingt en jubelt de onderwereld, en klagen de levenden. Ik kan de jonge Kore goed begrijpen dat ze niet terug wil naar die verziekte wereld van de volwassenen. Maar helaas, ze moet.