Amsterdam moet niet moraliseren

Politie en gemeentebestuur van Amsterdam maken zich druk om publieke uitstallingen van ansichtkaarten met seksuele voorstellingen. Op gezag van enkele verontruste ouders en seksofobe toeristen menen gemeente en politie eendrachtig de vrijheid van seksuele uitingen te moeten beknotten, alsof ze geen belangrijker zaken aan hun hoofd hebben. Op basis van een stokoud artikel uit de strafwet willen ze het publiekelijk uitstallen van aanstootgevende objecten verbieden.

Het is helemaal de vraag wat vandaag de dag nog aanstootgevend is. Sommige van de erotische ansichten zijn misschien stuitend lelijk, maar dat geldt voor wel meer objecten in de Amsterdamse binnenstad. De betreffende kaarten zijn voor een aanzienlijk deel van het publiek dat zich daarover op de lokale televisie uitliet, in ieder geval niet aanstootgevend. Er zijn vast meer toeristen die deze kaarten hebben gekocht dan die zich erover hebben beklaagd.

De seksuele moraal is sterk veranderd en wat in 1911 aanstootgevend was, is dat 85 jaar later voor veel mensen niet meer. Er is geen enkele reden om het moralistisch dictaat van bepaalde groepen aan iedereen op te leggen. Tegenwoordig zullen in de Amsterdamse binnenstad meer mensen auto's dan seks aanstootgevend vinden. Dat is toch geen reden om auto's uit het straatbeeld te bannen? Ambtenaren die teren op overleefde opvattingen over publieke seksuele uitingen zoals de agenten Hoek en Riessen en burgemeester Patijn kunnen beter naar een betrekking in een andere plaats omzien.

In de Amsterdamse binnenstad zijn etalages te zien waar een ruim aanbod van schiet- en steekwapens op ooghoogte te koop wordt aangeboden. Affiches voor een martelmuseum hangen overal in de binnenstad. De gemeente profiteerde van de precariobelasting die dit museum betaalde voor het ophangen van een spandoek op De Dam. Openbare uitingen van geweld zijn kennelijk makkelijker te tolereren voor de moraalridders van gemeente en politie dan dito uitingen van seks. Zulke selectieve verontwaardiging is geen goed bestuur.

Het wordt tijd dat politie en gemeente zich eens goed realiseren dat Amsterdam een paradijs van seksuele vrijheden is. Daar horen openbare uitingen zoals raamprostitutie en pornowinkels bij. Met de meeste van de gewraakte ansichten is helemaal niks mis. Zulke 'vieze' plaatjes bieden voor slimme ouders een uitstekende aanleiding om eens met hun kroost over mooie en lelijke seks te praten. Precies zo konden kinderen 'in de goede oude tijd' heel wat opsteken van het publieke seksuele leven van dieren dat in de regel een beroerder model bood voor menselijke relaties dan de erotische prenten die nu verwijderd moeten worden.

De vrijheid van meningsuiting is in het geding. Agenten van de zedenpolitie zijn begonnen met een campagne tegen kinderporno en nu ageren ze verder tegen erotische plaatjes en dildo's. Het is helemaal de vraag waar deze onbezonnen hetze ophoudt. De autoriteiten doen er verstandiger aan niet te buigen voor de morele verontwaardiging van groepen die geobsedeerd zijn door zogenaamde seksuele verloedering en lak hebben aan de vrijheid van anderen.

De toeristen die Amsterdam mijden om zulke plaatjes, kunnen naar elke andere stad in Europa uitwijken. De toeristen die er juist voor komen hebben in het vrije westen helaas geen alternatief. Tot in Japan toe zingt de pers de lof op de openbare speelruimte die juist Amsterdam voor seks biedt. De gemeente kan om sociale en economische redenen beter de kwaliteit van seksuele uitingen op straat bevorderen dan ze allemaal verbieden omdat er een paar zo lelijk zijn.