Alles zomaar op het net zetten leidt tot een info-chaos; Overheid moet maat houden op Internet

Met zijn artikel 'Zet het rapport Van Traa op Internet' (4 maart) heeft Dick van Eijk een belangrijk thema aan de orde gesteld: de toegankelijkheid van overheidsinformatie in het digitale tijdperk. Staatssecretaris Kohnstamm reageerde kort daarna al in deze krant (18 maart). Hij veronderstelt dat er dankzij bijvoorbeeld Internet een betere situatie ontstaat voor iedereen die overheidsinformatie wil raadplegen. Ook is de staatssecretaris van mening dat basisinformatie van de overheid voor iedereen nagenoeg kosteloos beschikbaar moet zijn.

Tot voor kort kon men officiële publicaties, zoals de Handelingen, Kamerstukken en wet- en regelgeving alleen op papier krijgen. Daarvan wordt gebruik gemaakt door geïnteresseerde particulieren, door een grote groep professionele gebruikers, door advocatenkantoren, belastingadviseurs, vakbonden, politieke partijen, overheidsinstanties en journalisten. De verspreiding heeft de overheid tegen vastgestelde tarieven uitbesteed aan Sdu, de voormalige Staatsdrukkerij en Uitgeverij, waarvan de staat nog steeds honderd procent van de aandelen bezit. Wie bij Sdu een abonnement neemt op alle officiële publicaties ontvangt per jaar ongeveer 16.000 documenten, met zo'n 80.000 pagina's. Voor dat hele pakket betaalt men circa 10.000 gulden. Dat is nog geen 13 cent per pagina.

Sinds een half jaar kan iedereen dezelfde stukken ook via Internet opvragen. Sdu berekent abonnees op deze service 80 gulden per maand. Die prijs heeft niets te maken met rechten, maar met redactionele ontsluiting. Zo werken er aan OPmaat negen full time redacteuren en documentalisten. Primaire doelgroep is vanzelfsprekend de professionele gebruiker, die bereid is te betalen voor toegevoegde waarde. Deze kan met een abonnement zeer gericht (op trefwoord), met kruisverwijzingen en via een persoonlijk interesseprofiel de weg vinden in de vele documenten en het dagelijkse nieuwe aanbod van informatie.

Dick van Eijk pleit voor het toegankelijk maken van àlle overheidsinformatie via Internet. Sdu is het daar in principe mee eens, maar het is zeer de vraag of de samenleving en de democratie ermee gediend zijn, wanneer dit als de ultieme oplossing wordt aangegrepen. Om het voorbeeld van het rapport-Van Traa maar even vast te houden: Sdu is van mening dat professionele gebruikers gebaat zijn bij een uitgave als de versie op CD-rom. Daarop staan de volledige 4.900 pagina's, inclusief foto's. Dat geheel is voorzien van hyperlinks en een effectief zoek- en bladerprogramma. De gebruiker kan bij de relevante passages elektronische bladleggers aanbrengen en het eigen commentaar toevoegen aan de tekst. Voor de gemiddelde Nederlander, die gewoon geïnteresseerd is, is de berichtgeving in dagbladen als NRC HANDELSBLAD in de meeste gevallen al voldoende. Voor wie meer wil weten, heeft Sdu een pocketuitgave van 55 gulden op de markt gebracht. Dat is voor veel mensen een stuk handiger dan het downloaden van 4.900 pagina's vanaf Internet. De vorm waarin overheidsinformatie het beste kan worden aangeboden, is dus mede afhankelijk van het onderwerp en van de gebruiker. Met andere woorden: zoveel mensen, zoveel wensen.

Een nieuw medium als Internet kan dus ontegenzeglijk een zinvolle bijdrage leveren aan het verbeteren van het democratisch functioneren van de samenleving. Maar voor overspannen verwachtingen moet worden opgepast. Het simpelweg op Internet zetten van alle informatie leidt al snel tot een ondoordringbare informatiechaos. In de praktijk is de overvloedige hoeveelheid slechts te verteren wanneer de informatie gemakkelijk toegankelijk en op maat wordt aangeboden. Internet is dus niet de oplossing voor alle democratische kwalen en wordt te sterk gepresenteerd als de ultieme remedie om de kloof tussen politiek en burger te dichten.

Een andere oproep van Dick van Eijk betreft een debat in de Tweede Kamer over het uitgeven van de eigen stukken. Sdu levert graag een bijdrage aan die discussie. Daarop vooruitlopend op deze plaats alvast enkele overwegingen: in de visie van Sdu zorgt de overheid ervoor dat alle overheidsinformatie voor iedereen gratis of kostendekkend op Internet te raadplegen is. Deze taak besteedt zij uit aan facilitaire dienstverleners die dit, doordat zij moeten concurreren voor de opdracht, op kosteneffectieve wijze uitvoeren. Van monopolies kan hierbij geen sprake zijn, alleen van verworven contracten die berusten op marktconforme prijzen en onderworpen zijn aan de tucht van de markt. De op Internet beschikbare overheidsinformatie is vrij van rechten en dus door een ieder en voor elk doel te gebruiken. Deze basisinformatie wordt in de vorm van platte tekst (als html-pagina's) op Internet geplaatst. Een simpel zoekprogramma kan de toegang tot deze overheidsdocumenten voor een breed publiek verbeteren.

Uitgevers van produkten en diensten met meer toegevoegde waarde zullen zich met name richten op professionele gebruikers: mensen die de informatie nodig hebben voor hun werk. Sdu is daarbij een voorstander van vrije concurrentie, waarbij iedere aanbieder gebruik kan maken van dezelfde publiekstoegankelijke basisinformatie, die vanzelfsprekend vrij is van auteursrechten. De uitgevers hebben dan een gelijke uitgangspositie en moeten hun diensten tegen commerciële, concurrerende voorwaarden aanbieden.

De burger heeft zo de garantie van volledigheid en actualiteit en kan 24 uur per dag van huis uit overheidsinformatie raadplegen. Daarbij kan een ieder kiezen uit de gratis overheidsinformatie of uit de toegevoegde waarde produkten van commerciële uitgevers. Sdu heeft haar prijsstrategie reeds gebaseerd op deze visie. De abonnees van de Internet-service voor officiële publikaties, OPmaat, betalen immers voor de redactie en de digitale ontsluiting. Niet voor de openbare informatie, die is van ons allen. Daarnaast is Sdu staatssecretaris Kohnstamm graag van dienst; vanaf 1 mei 1996 staan alle Handelingen van de Tweede Kamer en Eerste Kamer gratis op Internet.

Over prijsstelling gesproken: ten aanzien van de CD-rom is nuancering van eerdere berichtgeving in deze kolommen op zijn plaats. Dick van Eijk voert aan, dat de kosten van het dupliceren van een CD-rom bij een grote oplage uiterst beperkt zijn. Dat is juist, al gaat het om enkele guldens en niet om enkele kwartjes. Hij vergeet echter, dat je met dupliceren alleen nog geen produkt hebt. Om slechts enkele andere kosten te noemen: het converteren van de informatie naar het juiste formaat, het aanvullen van die informatie, het aanbrengen van kruisverwijzingen, het ontwikkelen van een gebruiksvriendelijk zoekprogramma, het bemannen van een goede helpdesk, enzovoorts. De duplicatiekosten van de CD-rom zijn daarbij vergeleken marginaal.

Informatievoorziening in het digitale tijdperk is dus minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. De toegankelijkheid van overheidsinformatie en de digitale democratie zijn dan ook zeker een discussie waard. Sdu zal dit artikel daarom morgen op Internet plaatsen, als uitgangsstuk voor een digitaal debat. Een ieder is hierbij van harte uitgenodigd daaraan deel te nemen. De Sdu-site vindt u op het adres: http://www.sdu.nl.