Agonie van een genie

Toen Frankrijk in 1940 door de Duitsers verslagen werd vluchtte Aleksander Aleksandrovitsj Aljechin naar Marseille. Een paar maanden later probeerde hij toestemming te krijgen om naar Cuba te gaan en hij maakte het de Cubanen aantrekkelijk door te beloven dat hij een match zou spelen tegen Capablanca, zijn voorganger als wereldkampioen.

Vreemd om te bedenken dat hij, als de vlucht naar Cuba gelukt was, nu de reputatie van een onverzoenlijke vijand van de nazi's zou hebben. In 1939, toen Frankrijk de oorlog aan Duitsland verklaarde, was Aljechin captain van het Franse team dat aan de olympiade in Buenos Aires meedeed. Hij weigerde om zijn team te laten spelen tegen de Duitsers, de vijanden van zijn land. Toen het volgend jaar de echte oorlog begon was Aljechin terug in Frankrijk. Hij nam als tolk dienst in het Franse leger. En dan, na de nederlaag van Frankrijk, uitwijken naar Cuba, zoals hij eerder in zijn leven voor de bolsjewieken uit Rusland was gevlucht.

Als het zo gegaan was, zou er later misschien nog wel eens iets geschreven zijn over antisemitische opmerkingen die Aljechin zich in de jaren voor de oorlog had laten ontvallen, maar het zou zijn reputatie niet hebben geschaad, omdat hij op het moment dat het er op aankwam aan de goede kant had gestaan.

Maar het ging anders. De vlucht naar Cuba ging niet door, Aljechin ging terug naar Frankrijk, naar zijn vrouw en zijn kasteel, en zijn reputatie zou heel anders worden.

In april 1941 was Aljechin in Lissabon. Nu probeerde hij een visum voor de Verenigde Staten te krijgen. Ook dat mislukte. Vreemd eigenlijk. Zijn vrouw Grace Wishar was door een eerder huwelijk Engelse, maar door geboorte Amerikaanse. Aljechin was wereldkampioen schaken en zou in Amerika zeker in zijn onderhoud kunnen voorzien. Er zullen veel visumaanvragen zijn geweest in die tijd, maar je zou denken dat Aljechin voorrang zou krijgen. Het kan zijn dat de Amerikanen al wisten van de serie antisemitische artikelen over joods en arisch schaak die onder de naam van Aljechin waren verschenen. Hij kreeg geen visum. Voor het redden van zijn reputatie was het in ieder geval al te laat geweest.

Aljechin ging terug naar het door Duitsland bezette Europa om te schaken. Hij raakte bevriend met Hans Frank, de gouverneur van Polen, die later in Neurenberg als oorlogsmisdadiger de doodstraf zou krijgen. Frank was een groot schaakliefhebber en zijn schaakbibliotheek was een van de beste die Aljechin ooit gezien had.

De kansen keerden in de oorlog. Vanaf 1943 leefde Aljechin in de neutrale landen Spanje en Portugal. Hij zei dat geen woord van de beruchte artikelenserie door hemzelf was geschreven, dat de nazi's zijn naam misbruikt hadden en dat hij niet in de positie was geweest om er tegen te kunnen protesteren. Over het auteurschap van Aljechin wordt nog steeds getwist. Zeker is, dat Aljechin in september 1941 in een interview met de Spaanse krant El Alcázar met trots naar die antisemitische artikelen verwezen had.

In die laatste jaren in Spanje en Portugal was Aljechin arm en eenzaam. Zijn vrouw en zijn bezittingen waren in Frankrijk en hij kon er niet bijkomen. Hij speelde toernooien, maar ze waren beneden zijn niveau. Tenminste, zo zou het moeten zijn. Zijn niveau ging hard achteruit. Hij had altijd veel gedronken, nu dronk hij meer dan hij ooit gedaan had, en de obers van zijn hotel wisten dat ze bij zijn ontbijt een fles cognac moesten brengen.

Hij speelde simultaans. Een overwinning op Aljechin in een simultaan was vroeger een zeldzaam wapenfeit geweest. Nu waren de omstandigheden anders.

Aljechin was afhankelijk van weldoeners. Met een glimlach verloor hij van de burgemeester, de militaire gouverneur, de fabrieksdirecteur en van andere hoogwaardigheidsbekleders. De overwinningen van de steunpilaren van de maatschappij werden iedere keer in de kranten afgedrukt. Aljechin hield zijn trots en van de sterke schakers probeerde hij wel te winnen. De sterke Spaanse schaker Rico liet een keer opgewonden aan een vriend zien hoe hij met twee simpele zetten van Aljechin zou gaan winnen, Aljechin zag het en eiste de partij op, zogenaamd omdat Rico advies van een ander zou hebben gevraagd.

Zijn alcoholisme werd een langzame zelfmoord. Wat zijn uw plannen? vroeg een journalist. Wat kan ik nog voor plannen hebben? antwoordde Aljechin. Tijdens het toernooi van Gijon 1945 kwam hij bij een Spaanse arts. “U moet ophouden met drinken,“ zei de arts. “U bent niet de eerste die het me zegt,“ zei Aljechin. “Als u niet stopt, zult u binnen korte tijd overlijden.“ “En als ik wel stop? U moet me de waarheid zeggen.“ “Dan kunt u nog een paar jaar leven.“ Aljechin zei dat het dan geen zin had om met drinken te stoppen, en bedankte de arts vriendelijk voor zijn oprechtheid. De laatste jaren van Aljechin zijn beschreven in het boek Agonía de un genio van de Spaanse schaker Pablo Moran. Tegen Moran zei de arts later dat de lever van Aljechin zo gezwollen was, dat hij bijna tegen de rechtertepel aankwam.

Het eerste grote toernooi van na de oorlog was het Victory tournament in Londen 1945. Aljechin was uitgenodigd. Amerikaanse schakers protesteerden, vanwege zijn antisemitische artikelen. De uitnodiging werd ingetrokken. Er werd in Londen een tribunaal gehouden onder voorzitterschap van Euwe, dat tot de conclusie kwam dat geen uitspraak kon worden gedaan voordat Aljechin terug in Frankrijk was om zich tegen de beschuldigingen te verweren. Niettemin, hij kon zich een uitgestotene voelen.

In 1946 werd hij door de schaakbond van de Sovjet-Unie uitgedaagd voor een match om het wereldkampioenschap tegen Botwinnik. De ten dode opgeschreven Aljechin had geen kans tegen Botwinnik, maar de uitdaging was een verlossing uit het isolement. Hij studeerde, analyseerde de Panov-variant van de Caro-Kann. Maar Botwinnik speelde toch altijd Frans of Spaans? Hij zal de Caro-Kann spelen, zei Aljechin, en misschien was dat profetisch, want later zou Botwinnik dat inderdaad gaan doen. Aljechin werkte hard. De Portugese schaker Francisco Lupi, die met hem bevriend was, zei later tegen Moran: “Hij was als een kind dat dacht dat hij zijn leverkwaal kon overwinnen zoals hij indertijd Capablanca verslagen had.

Tegen Lupi speelde Aljechin zijn laatste wedstrijd, een vriendschappelijke match in Estoril, de badplaats bij Lissabon, waar hij een hotelkamer had. Hij won met een beetje geluk met 2,5-1,5.

Kort voor zijn dood kwam Aljechin op het kantoor van Lupi in Lissabon. “De eenzaamheid vermoordt me. Ik moet leven en leven om me heen voelen. Breng me alsjeblieft ergens waar het vrolijk is.“ Lupi nam hem mee naar een zaal waar muziek gemaakt werd en Aljechin praatte weer over zijn komende match tegen Botwinnik. Twee dagen later stierf Aljechin, 53 jaar oud, in zijn hotelkamer door een hartaanval. Een bord met eten en een schaakbord op de tafel voor hem.

Hij analyseerde een partij tussen twee Spaanse schakers, Medina en Rico. Rico, de man aan wie hij een paar jaar eerder de overwinning op zo'n kinderachtige manier had ontfutseld in een simultaanpartij. Het zal Rico misschien voldoening hebben gegeven dat een winstpartij van hem de laatste schaakpartij was die de wereldkampioen had gezien.

Het lichaam van Aljechin bleef een aantal dagen onbegraven, totdat de Portugese schaakbond zich er over ontfermde en het een bescheiden graf in Estoril gaf. In 1956 werden de stoffelijke resten overgebracht naar het kerkhof van Montparnasse in Parijs. Bij de herbegrafenis waren de ambassadeur van de Sovjet-Unie, tal van Russische grootmeesters, schaakofficials uit vele landen, schakers en journalisten. “Teveel mensen voor iemand die in eenzaamheid stierf,“ schrijft Moran. Op de steen die werd neergezet zijn zowel de geboortedatum als de datum van overlijden verkeerd aangegeven.

Aljechin stierf op 24 maart 1946, morgen vijftig jaar geleden.