99 % Correlatie

Toen Reginald Farrer Viburnum fragrans vond in de provincie Gansu in China slaagde hij er in heel wat zaad naar Engeland te sturen.

Blijkbaar was dit viburnumzaad, later herdoopt tot Viburnum farreri, al eerder ontdekt en naar Engeland gestuurd, in 1909, door William Purdom, maar het werd niet geïdentificeerd (dit lijkt als je er over nadenkt nogal raadselachtig: hoe wisten ze dat?). Farrer zou zelfs nog meer zaad hebben gestuurd als zich niet een betreurenswaardig incident had voorgedaan, een 'verschil van mening met zijne Hoogheid Yang Tusa, de Prins van Joni, die beloofd had na de oogst van zijn viburnumvruchten de pitten te bewaren, maar die in een opwelling van gepikeerdheid al de viburnumvruchten uit de paleistuin achter elkaar opat en de pitten weggooide'.

Dat is nu het soort feitenmateriaal over planten waar ik van houd, hoe ver het ook van de feitelijke plant in de hand (of tuin) wezen moge. Ik begon met de onschatbare winterbloeiende Viburnum x bodnantense 'Dawn' op te zoeken, waarvan een der ouders Reginald Farrers V. farreri was, en ik vond het verhaal in het al even onschatbare Garden Shrubs and their Histories van Alice Coats (1964, herdrukt door Simon en Schuster in 1992). De andere ouder was V.grandiflorum, ook een Chinese soort, gevonden door R.E. Cooper in 1914; hun nakomeling heet 'de beste eigenschappen van beide ouders geërfd te hebben'.

V. x bodnantense werd gekweekt door Lord Aberconway te Bodnant in Noord-Wales omstreeks 1935 en het is een van die planten die uitgevonden had moeten worden als zij niet bestond. Stelt u voor een plant die niet gewoon banaal van voor- tot najaar bloeit, maar van na- tot voorjaar, de hele winter door. En dat niet alleen, zij is ook nog zeer winterhard, groeit in zon of schaduw en in iedere soort grond. De bloemen geuren en zijn een delicaat rose (het schijnt dat ze in de herfst bleker zijn dan in de lente), ze bevestigen kortom over de hele linie de superioriteit van China op tuinplantengebied.

De viburnum van Farrer, V. farreri, is ook een tuinplant in Noord-China; d'Incarville zag haar in tuinen in Peking in 1750. Het duurde vreemd lang voor zij Europa bereikte, vermoedelijk omdat de meeste plantenverzamelaars actief waren in Zuid-China. Farrer en Purdom troffen haar in het wild aan langs een weg in zuidelijk Gansu en Farrer beschrijft ook, in The Rainbow Bridge (1921) een bezoek aan een tuin in Xining, Gansu, in het voorjaar: “de schaduw van zeer grote overhangende populieren, hoog boven de wirwar beneden van perziken en pruimen, seringen en rozen, berberis en viburnum, en massa's oude boompioenen. Eind april is het een nevel van schelp-rose met het blauwe waas van kale populierentakken er achter, en dan, in de westelijke verte, blauwer dan alles, de Alpen van de Koko-Nor. Het was ook de eerste keer dat ik Viburnum fragrans in volle pracht buitenshuis heb zien bloeien - een historisch ogenblik in het leven van wie dan ook. Onze adem inhoudend bij de lieflijkheid van die treurige prijsgegeven grond dwaalden en slenterden we, klommen op de buitenste muur om door een floers van perzikbloesem beurtelings de stad en de tuin in te kijken, en dwaalden tussen desolate kloosters en grijze oude lustvertrekken, bezig tot stof te vergaan.”

Farrer heeft een neiging tot overstilering, maar hij is geweldig geestdriftig over planten. Volgens E.H.M. Cox, die hem op een van zijn expedities vergezelde, was hij soms zelfs iets te enthousiast. Verwijzend naar Farrers lyrische beschrijving van een bepaalde primula-achtige plant zegt Cox: “Als je het zag zonder Farrers beschrijving te kennen zou je je overgeven aan de charme ervan; maar als je eerst de beschrijving las zou je teleurgesteld zijn.”

Een dergelijke belevenis van eerst de beschrijving lezen en teleurgesteld zijn heb ik zelf juist gehad. Na enig uitstel, gezeur en ongeduld ben ik er recentelijk in geslaagd mij bij de voorhoede der Internet-gebruikers aan te sluiten. Ik hoopte toegang te krijgen tot allerlei onontbeerlijke tuininformatie waarvoor Internet, dacht ik, zo bij uitstek geschikt is.

Een specifieke speurtocht leek mij een goede test: Viburnum x bodnantense, 'Dawn' dus. Ik vond drie 'sites' gespecialiseerd in tuinieren, allemaal Amerikaans en geen ervan biedend wat het beloofde. Eén zei dat je zijn plantendatabase op naam kon doorzoeken, maar had helaas vergeten voor die naam ruimte beschikbaar te stellen; ik vroeg dus naar heesters met rose bloemen in de winter, maar van Viburnum x Bodnantense had het nooit gehoord. Een andere site stelde wel in staat om te zoeken onder naam, maar had om mysterieuze redenen besloten dat de standaardvorm van twee Latijnse namen te moeilijk was voor het Internettende publiek en aanvaardde alleen het woord Viburnum. Daarna bood het als een koppelaar, en ongeveer even efficiënt, wat het noemde 'een 99% correlatie' tussen wat ik wilde en wat het beschikbaar had: een heleboel Viburnums maar niet degene die ik zocht. Nog een andere, die onder meer een 'magazine' in de aanbieding had met de fraaie naam The Cyber Plantsman, stelde zich tevreden met de catalogus van een kwekerij in Mississippi gespecialiseerd in 'planten die gedijen in het Diepe Zuiden'. Alles wat ze hadden was Viburnum nudum, voor $4,25. En de Ohio State Dictionary of Plants was 'niet beschikbaar'.

Eén van die sites beweerde precies te zijn wat 'info junkies' nodig hebben.

De hand van info junkies is gauw gevuld. Terwijl ik daar bijna dol zat te worden van ongeduld, bij de oceanen van tijd die er voor nodig zijn om het scherm met de zoveelste afbeelding van een tuiningang te vullen, had ik gemakkelijk Reginald Farrers boek in zijn geheel kunnen lezen. Internet is niet wat het belooft, nog niet in elk geval. Waar de vrucht van de Viburnum naar smaakt durfde ik al helemaal niet te vragen, maar ik weet wel, dankzij Alice Coats, dat Viburnum farreri in Europa zelden bessen voortbrengt. Toch moet zij dat tenminste één keer hebben gedaan: toen Lord Aberconway de Bodnant kruising kweekte.