Vechten kan later nog; Bij de ere-Oscar voor Kirk Douglas

Bijna had Hollywood Kirk Douglas de filmgeschiedenis laten ingaan als de 'vader van Michael Douglas'. Dat wordt volgende week rechtgezet: dan krijgt Kirk Douglas een ere-Oscar voor zijn hele werk. “Deze 'hunk of a man' verpersoonlijkt veel overtuigender het Amerikaanse ideaal dan John Wayne.”

Laatst nog, midden in de nacht wakker gehouden door de vraag welke filmscène de aller- maar dan ook de allermeeste indruk op mij had gemaakt ever, luidde het antwoord nog steeds hetzelfde. Ik bedoel hetzelfde als meer dan dertig jaar geleden: de massascène in Spartacus, na afloop van de beslissende slag, waarin Laurence Olivier, dunlippiger dan ooit als Crassus, alle overlevende slaven belooft te zullen sparen als zij hem het plezier willen doen hun leider Spartacus te identificeren.

Kirk Douglas, die de verslagen leider van die opstand speelt, maakt aanstalten op te staan, maar dan is een aan hem geketende andere slaaf (Antonius, gespeeld door Tony Curtis), hem voor en schreeuwt: I am Spartacus! Dan staat een ander op en roept hetzelfde. Dan weer een. Dan weer een. De camera zoomt uit en omvat de hele vallei van verslagen en herketende slaven, die allen met hun laatste krachten op deze manier hun eigen doodvonnis bezegelen: zij zijn allen Spartacus!

(Geen vrouw in te bekennen, in die hele scène, interrumpeerde mijn vragenstelster verbaasd. Nee, inderdaad, geen vrouw in te bekennen.)

De scène komt uit de pen van Dalton Trumbo. Hij schreef het scenario van Spartacus onder de naam Sam Jackson omdat hij in de jaren van McCarthy op de zwarte lijst stond, verdacht van communistische sympathieën en eigenlijk niet mocht werken. Maar Kirk Douglas, als executive producer van de film, all-American Kirk Douglas zelf, zag beter in dan de rest van Hollywood hoe het Amerikaanse vrijheidsideaal juist door McCarthy werd geperverteerd. Hij bracht Trumbo weer aan het werk in het volle besef dat hij een vakman was die, beter dan menige andere Hollywood-scenarist in die tijd, dit universele verhaal van het verlangen naar vrijheid en bevechten van de macht zou kunnen opschrijven.

Strikt genomen is er voor Kirk Douglas zelf niet eens een hoofrol in deze scène: hij ziet toe hoe zijn volgelingen zich liever laten kruisigen dan hem aan te wijzen, en plengt een enkele traan.

Als de mate van exactheid waarmee je je beelden, stukken dialoog en scènes herinnert uit een film een indicatie is voor de appreciatie ervan, dan zal Spartacus onder mijn particuliere favorieten de absolute topfilm zijn en ook wel blijven. Er zijn nog een paar scènes die ik, 35 jaar na dato, vrij exact kan reproduceren. Behalve de hierboven beschrevene is er natuurlijk vooral het slot, waarin Jean Simmons (de hele film consequent met vaseline op de lens gefilmd als de slavin Varinia) de aan het kruis hangende Spartacus zijn pasgeboren zoon toont: 'hij zal een vrij man zijn, Spartacus,' zegt ze tegen haar stervende, verticaal in de zon bakkende minnaar. Er is, in mijn herinnering, een belangrijke rol voor Charles Laughton als Romeinse senator, vlak voor hij zwierig achter een gordijn verdwijnt om vergif te gaan innemen. En er is de scène waarin Spartacus, net in de gladiatorenschool toegelaten, voor het eerst Varinia zijn cel ziet binnenkomen en bekent: I've never been with a woman before, een tafereel dat maakte dat ik mij, als zeventienjarige knaap, wel heel diep met Kirk Douglas ging vereenzelvigen.

Vorige week heb ik Spartacus voor het eerst na 34 jaar opnieuw gezien - en de scènes waren bijna allemaal conform mijn herinnering; alleen bleek het een dolk die Laughton zorgvuldig uitzoekt om er een eind aan te maken, en niet een flesje vergif.

Spartacus werd een groot succes - niet alleen in Amerika zelf, waar het eensluimerende en al bijna verdacht geworden herinnering aan de eigen revolutie opriep, maar ook in menig dictatoriaal geregeerd land. De film werd geregisseerd door Stanley Kubrick en het is in menig opzicht de beste film die hij ooit maakte; in zijn autobiografie The Ragman's Son vermeldt Douglas met slechts een lichte toon van wrevel dat Kubrick ('a talented shit') desondanks de film zou desavoueren en gedurende de rest van zijn loopbaan zou blijven kleineren. Mij vervulde de film bij hernieuwde kennismaking niet alleen met bewondering maar ook nostalgie naar deze Hollywood-jaren, toen het nog mogelijk was acteurs als Charles Laughton, Sir Laurence Olivier en Peter Ustinov voor een dergelijk spektakel te strikken - wat een geniale zet trouwens, om voor de drie belangrijkste Romeinse heersers Britten te casten!

De film bevat nog veel meer scènes die het verdienen onvergetelijk te zijn: de massa-taferelen met de naar Brindisi oprukkende slaven, en met Spartacus die zijn slapende horde inspecteert, ontroeren nog steeds en roepen een vergelijking op met het veel later gemaakte en juist daar aan propaganda bezwijkende Novecento van Bernardo Bertolucci.

Douglas zet de slavenleider als een simpele man neer, nauwelijks meer dan een dier, die zichzelf vrijvecht en tegen wil en dank zijn medeslaven aanvoert in een hopeloze strijd. Als hij zojuist zijn Varinia opnieuw heeft ontmoet, in vrijheid dit keer, luisteren ze samen naar Antonius (Tony Curtis), die Crassus' liederenzanger was, maar nu ook wil leren vechten. 'Jij moet zingen', zegt Spartacus, 'leren vechten kan altijd nog.' Als hij zich vervolgens met Varinia afzondert bekent hij dat hij zo graag 'dingen wil weten.' Wat dan, vraagt ze. 'Ik wil weten waarom een ster valt en een vogel niet. Ik wil weten waar de wind vandaan komt...'

Bravo Kirk, bravo Trumbo, dacht ik toen ik de scène opnieuw zag. Als Spartacus de slavenleider nooit had bestaan, had Dalton Trumbo hem moeten verzinnen zodat Kirk Douglas hem had kunnen spelen.

Ik heb Kirk Douglas sindsdien nog vele malen gezien (in komedies, spektakels, westerns, wat al niet), en concludeerde altijd met genoegen hoe hij in zijn eentje het good old macho-ism met een menselijk gezicht bleef vertegenwoordigen. Maar van de films herinner ik me bijna niets, alleen zijn Van Gogh. Hij zal ook schurken gespeeld hebben, maar die heeft mijn geheugen genadevol verdrongen. Dat geheugen doet overigens nog merkwaardiger dingen: menigmaal heb ik beweerd dat ik hem ook wel goed vond als vader van zijn eigen zoon Michael, in Wall Street (Pa: 'Let's have some spaghetti.' Zoon: 'We call that pasta now, Dad'.) totdat iemand me erop attent maakte dat Kirk helemaal niet meespeelt in die film: het zijn vader en zoon Sheen die het hierboven geciteerde wezenloze dialoogje uit hun mond weten te krijgen.

Kirk Douglas' interpretatie van Vincent Van Gogh in de film Lust for life is gebaseerd op Irving Stone's gelijknamige biografie en er valt veel voor te zeggen dat het probleem dat ik heb met de waardering voor de film daar begint. Hoe achtenswaardig zijn vertolking ook is, het blijft een worsteling met het onmogelijke, een knappe prestatie maar niet veel meer dan dat. Zo simpel en oprecht als Spartacus noodzakelijkerwijs was, zo complex en ongrijpbaar was de getourmenteerde schilder, te ver weg van de wereld van Douglas vandaan. Hij doet zijn best de vervoering gestalte te geven, vogels wegvechtend in het korenveld, razend tegen de spiegel, en overtuigt maar ten dele. Mijn belangrijkste herinnering aan Lust for life blijft niet zijn Van Gogh (en al helemaal niet de Hollywood-karikatuur die Anthony Quinn van Gauguin maakt) maar dat heel korte, prachtige woordloze fragment waarin de Aardappeleters tot leven komen.

John Wayne sprak Kirk Douglas ooit vermanend toe over zijn Van Gogh-interpretatie. 'Christ Kirk! How can you play a part like that? There's so goddamn few of us left. We got to play strong, tough characters. Not those weak queers.'

Een typerend misverstand, want Kirk Douglas, deze hunk of a man, geboren als Issur Danielovitch, eerste generatie afstammeling van arme Russische joden, verpersoonlijkt veel overtuigender het Amerikaanse ideaal dan de stramme en geheel van talent gespeende Wayne ooit heeft gedaan. Juist omdat hij oog had voor zwakte en nuances, omdat hij 'wilde weten', omdat hij zijn berooide afkomst nooit vergat. Enig koketteren is hem daarbij wel toegestaan. 'Mijn zoons hebben niet de voordelen gekend die ik had in mijn jeugd', zo zou hij later veelzeggend poneren, 'ze zijn namelijk in welvaart grootgebracht.'

Bijna had Hollywood het laten passeren dat Kirk de filmgeschiedenis in ging als de 'vader van Michael Douglas.' Ooit zat ik in Los Angeles aan tafel naast een vrouw die (met veel te veel omhaal van woorden en zichzelf verliezend in double entendres) kon getuigen dat in het kuiltje in Kirks kin een dime geklemd kon worden. Ik geloofde het verhaal toen niet, omdat ik altijd had geweten dat dat fameuze handelsmerk rond van vorm was. 'Wist je dat hij nooit een Oscar heeft gekregen', merkte iemand anders aan tafel op, en iedereen zweeg beschaamd. Laat Hollywood en de filmindustrie blij zijn dat Kirk Douglas zo attent is geweest de tachtigjarige leeftijd te bereiken, zodat dat onrecht nu op een redelijk elegante manier uit de wereld kon worden geholpen.

En nu ik Spartacus opnieuw heb gezien geloof ik dat verhaal over dat dubbeltje tóch: kijk maar goed, het past er natuurlijk in, niet op zijn kant zoals ik steeds voor me zag, maar plat, als een medaillon op een grafzerk.