Vagina of anus

Ik wil niet vulgair zijn, maar psychoanalytisch gesproken gaat het bij een voetbalwedstrijd om vagina of anus. Psycho-analytici noemen de dingen gewoon bij hun naam, althans die paar dingen die zij noemen.

Het voetballen domineert zozeer het leven, dat menig onderzoeker zich is gaan afvragen waar de fascinatie met dit spel nu eigenlijk op berust. Voor velen is het voetballen een wekelijks terugkerende roes, een opiaat waaraan zij verslaafd zijn, een bedwelmend middel waar zij niet meer buiten kunnen, een periodiek delirium, waarin de grauwe werkelijkheid vervaagt. Voetballen is eerder iets voor de narcoticabrigade dan voor de mobiele eenheid.

Dat vraagt om een interpretatie. Waarom speelt het voetballen de rol die het speelt. Laten we vooropstellen dat het voetballen in zijn zuivere vorm een mannenspel is en dat ook het op sensatie beluste publiek voornamelijk uit mannen bestaat. Meisjes verwarren het verschijnsel voetballen met het verschijnsel speler. Het gaat om het voetballen.

Ik vind al die interpretaties, waarin gezegd wordt dat het voetballen de oorlog vervangt, of een emancipatiemogelijkheid voor minderheidsgroepen biedt, of de klassenstrijd uitbeeldt, niet zo interessant. Ze kloppen gewoon niet. Niemand gaat naar het stadion om minderheidsgroepen aan te moedigen en de meest gedepriveerde supporters vechten nooit tegen de mensen op de eretribune maar tegen het gedepriveerde proletariaat van de tegenpartij.

Dus van enige klassenstrijd is geen sprake.

Er zijn twee rivaliserende psychoanalytische theorieën over het voetbalspel en wij zullen daartussen moeten kiezen. De ene stamt van Adrian Stokes en de andere van Marcelo Mario Suarez Orozco. De meeste mannen en zeker zij die zich tot het voetballen aangetrokken voelen, hebben de oedipale fase slecht verwerkt. Ze wilden met hun moeder naar bed, ze wilden hun vader vermoorden en zijn bang dat zij als straf op die verlangens zullen worden gecastreerd. Zij worden door die zorgen nog steeds getroebleerd, maar het voetballen levert een mogelijkheid tot ontspanning omdat het voetballen die oedipale fase in een beter verteerbare vorm nog eens uitbeeldt. Je kunt je bij wijze van spreken aan het oedipuscomplex vergapen in het geruststellende gezelschap van duizenden andere vadermoordenaars en moederverkrachters. De beide doelen zijn vagina's. Het doel van je favoriete club is de vagina van je moeder en die moet worden verdedigd tegen de vader, die de gestalte van de tegenpartij heeft aangenomen. De vagina van de tegenpartij probeer je te benaderen en te doorboren en daarin wordt al het vrouwelijk schoon tot uitdrukking gebracht dat je in het leven nog zult verwerven. Dat maakt het zo spannend. Publiek en voetballers weten dit allemaal.

Het geeft niet dat de beide doelen eigenlijk gekantelde vagina's zijn.

Het gaat om het idee dat ze zijn te penetreren. Dat vindt Adrian Stokes. Maar Suarez Orozco vindt het gek dat je met je rug staat naar de vagina, die je moet verdedigen.

Daarom denkt hij dat het eigen doel eerder een anus is. Mannen zijn onzeker over hun eigen mannelijkheid. Zij willen zich tegenover andere mannen bewijzen door die andere mannen te vernederen met hun machtig lid. Zij willen die andere mannen tot passieve homoseksualiteit dwingen door hun anus te doorboren. Alle mannen schijnen dat heel vervelend te vinden. Die rol proberen zij te vermijden. Ook dit is een zwaar belastend idee dat het best verteerd kan worden in de uitbeelding van het voetbalspel. Dat werkt bevrijdend. Het gaat dus om de vraag wiens lid in wiens anus terechtkomt. Volgens Suarez Orozco gaat dit zeker op voor het Argentijnse voetbal. Argentijnen worden geobsedeerd door de omvang van elkaars lid. Van Peron wordt gezegd dat zijn lid groter was dan een hele ham. La poronga de Peron es mas grande que un jamon. Ook deze theorie bevat een topografisch probleem. De te verdedigen anus staat met zijn opening naar voren. Hij zou eigenlijk 180 graden gedraaid moeten worden, zodat hij via de staanvakken achter het doel anatomisch correct van achteren kan worden gepenetreerd. Maar je zou natuurlijk ook kunnen zeggen, dat die toewending naar de tegenpartij onbewust toch de wens tot uitdrukking brengt tot passieve homoseksualiteit te worden gedwongen. Na enig verzet uiteraard. Het doel van PSV wordt verdedigd door een meneer die Waterreus heet. Die man heeft zijn naam mee, psychoanalytisch gesproken.