Telkens een toevoeging, nooit een punt; Herinneringen aan Joseph Brodsky

Leven en het ten gehore brengen van taal betekenden hetzelfde voor de Russische dichter Joseph Brodsky - Iosif voor vrienden. Voor zwijgen was hij doodsbang. “Iosif kwam binnen in mijn flat, zette zijn bagage neer en barstte uit in een conglomeraat van boekbesprekingen, colleges over het wezen van poëzie, en een privéverslag samen met een politiek commentaar over de periode sinds onze laatste ontmoeting. Na afloop gebaarde hij 'sorry'.”

Van Joseph Brodsky is nu in vertaling leverbaar: Kerstgedichten. Uitg. De Bezige Bij, 46 blz. Prijs 4,90. Werk van hem is ook opgenomen in de bloemlezing Vier Peterburgers. Vert. Peter Zeeman. Uitg. De Bezige Bij, 104 blz. Prijs 34,90. De verzamelbundel De herfstkreet van de havik (Uitg. De Bezige Bij) is nog voor 16,90 bij De Slegte verkrijbaar. Onlangs verscheen de essaybundel On grief and reason. Uitg. Farrar Straus Giroux, 484 blz. Prijs 41,90.

In een van de gedichten uit 1975-1976 waarin hij zijn prille emigrantenverdriet bestrijdt met een maximum aan technische concentratie, produceert Brodsky zijn misschien wel meest klassieke woordtruc. Door de beginletter weg te laten van stichotworenië tovert hij het woord 'gedicht' om tot iets niet bestaands, maar voor elke Rus begrijpelijks. Het tichotworenië dat in ieder gedicht lijkt te sluimeren kan niets anders betekenen dan: schepping van stilte, stilmakerij. Voor een - pover - equivalent in het Nederlands reducere men 'stijlfiguur' tot 'stilfiguur'. Het bedoelde gedicht beschrijft hoe een 'ik' in een miserabele kamer op een ver continent verbeten voortschrijft als laatste middel tegen het krankzinnig worden van eenzaamheid. Naar de vorm is het een even speelse als aandoenlijke oefening door de ontheemde Brodsky in het Russische taal- en beeldgebruik van de namaak-volkskunst van anno 1910-1920. Vanwege zijn extreme cultuurgebondenheid ontbreekt dit vers in de vertaalde bloemlezingen uit Brodsky's werk. De boekpublicaties in het origineel bevatten het daarentegen allemaal. Onder Russische critici is tichotworenië inmiddels een begrip geworden. Een kwalificatie voor wat poëzie dient te zijn in het algemeen; een etiket voor het laatste grote Russische poëzie-oeuvre in het bijzonder.

Dichtkunst stilmakerij? Bij Brodsky? Tot voor kort heb ik moeite gehad met deze gedachte. Inderdaad, ook ik zag dat het motief stilte herhaaldelijk voorkomt in zijn werk. Bijna met de regelmaat van een constante. Maar was het meer dan een literaire wending, dan stilte 'bij wijze van spreken'? Zijn gedichten wisselen van lengte maar de drie, vier of meer bladzijden lange zijn diegene waarvan een kenner ogenblikkelijk zegt: Brodsky. Zijn versbouw tendeerde steeds meer naar de hexameter, het langst haalbare metrum volgens alle theorieën. Wat de toon aangaat heeft niemand hem denk ik zozeer beïnvloed als W.H. Auden, de virtuoos van een onstuitbaar parlando. Voeg hierbij mijn persoonlijke observatie over 'rust' en 'stilte' in verband met Iosif, een vriend die, wat intensiteit en kaliber van het gesprokene betreft, binnen een kwartier anderhalf uur aan het woord was en die, binnen ditzelfde kwartier, minstens tweemaal vroeg: zullen we ergens anders naartoe gaan?

Op de avond van het telefoontje over zijn dood bleef de pure omvang van dit nieuws het essentiële. Er zijn feiten die aanvankelijk geen ruimte laten voor ideeën of zelfs gevoel. We praatten over de komende begrafenis, we bekeken de vliegtarieven Amsterdam-New York, we gingen naar bed. Laat 's nachts werd ik wakker met een glashelder hoofd. Terwijl ik luisterde naar de vrijwel weggeslonken Noordzee-branding vóór onze flat in de landwind bij min zoveel, dacht ik: 'Je zult hem nooit meer horen'. En sliep weer in.

Misschien is het waar dat de eerste onwillekeurige gedachte over een gestorvene meteen de kern toont van wat hij of zij heeft betekend. De kern van je verlies. Hoe dan ook, ik ben me sterker dan bij Brodsky's leven het belang gaan realiseren, in de omgang met hem maar niet minder in zijn poezie, van een uniek geluid. Het totaal van een persoonlijkheid plus een oeuvre een maand na iemands dood te willen samenvatten zou naïef zijn, bovendien ongepast. Maar één ding durf ik te stellen: de Brodsky die je tussen 1940 en 1996 in Leningrad, Jalta, Assisi, Rotterdam, Brooklyn (waar eigenlijk niet) kon tegenkomen en de Brodsky die de afgelopen dertig jaar verzen heeft gepubliceerd en voorgedragen, waren beiden vóór alles een vocaal fenomeen.

Stemstoot

Leven en het ten gehore brengen van taal betekende in Brodsky's geval duidelijk hetzelfde. Ook omgekeerd - zwijgen maakte hem duidelijk doodsbang. Ieder samenzijn, getweeën of als groep, kent situaties dat er even niets valt te zeggen. Kritische situaties, waarin je ieders temperament kunt aflezen van zijn gezicht. Iosif kreeg meteen een doodongelukkige blik. Hij zei 'miauw' of begon een mop te vertellen (veelzijdig als hij was, met het vakmanschap van een Max Tailleur). Maar het kenmerkendste was dat speciale, moeilijk te beschrijven geluid. Niet zuchten of kreunen. Sonoorder. Een stemstoot als het SOS van een zinkend schip. Bijna onwezenlijker dan het geluid zelf was de reactie erop van Iosifs vrienden. We gedroegen ons dan als een kring familieleden tegen het problematische en eenzame centrum van aller affectie. Door te glimlachen, naar hem en elkaar, en verder te doen of we niets hadden gehoord.

Zijn fobie voor ieder akoestisch vacuüm bracht anderen regelmatig in een positie van niets dan toehoorderschap, met tuitende oren. De langste monoloog die ik me herinner dateert van ons weerzien in 1985. Iosif kwam binnen in mijn Amsterdamse flat, zette zijn bagage (inclusief twee typemachines, één met latijns schrift, één met cyrillisch) neer naast de voordeur en barstte uit in een woordenvloed die een conglomeraat was van boekbesprekingen, colleges over het wezen van poëzie, en een privéverslag samen met een politiek commentaar over de periode sinds onze laatste ontmoeting. Na afloop gebaarde hij 'sorry', produceerde de stemstoot en stelde een wandeling voor in de frisse lucht. Luisterend naar wat tenslotte geluid had geleken om het geluid, had ik een staat bereikt van letterlijk stomme verbazing. Waarom straalde Iosif paniek uit zodra ik mijn mond wilde opendoen? Was hij bang dat ik iets teleurstellends ging zeggen? Dat er stilte kwam? Later heb ik bedacht dat zijn spreekwoede een vorm was geweest van magie. Pratend tot hij er bijna bij neerviel bezwoer hij, voordat onze normale dialoog weer kon beginnen, in zijn eentje het Niets van een jaar vriendschap zonder contact.

Volgens Spinoza is de essentiële drijfveer in een mens als eenheid van geest en lichaam, 'de drift om in het eigen zijn te volharden voor onbeperkte duur'. Of deze stelling voor iedereen opgaat, laat ik buiten beschouwing. Ik citeer hem, omdat ik mijn op één na dierbaarste vriend en de beste dichter van mijn generatie niet beter kan begrijpen dan afgaand op de wijsheid van de zeventiende-eeuwse Amsterdammer. Met dien verstande dat het 'eigen zijn' in Brodsky's geval gelijk stond aan het voortbrengen van eigen klank en eigen logica. De eerste 32 jaar van zijn leven verkeerde hij in een omgeving waar zwijgen, je mond houden, de enige reële kans bood op een bestaan in veiligheid en comfort. Brodsky's vocale bezetenheid was een kwestie van aanleg. Maar de drang om al pratend en schrijvend te 'volharden in het eigen zijn' moet, net als Brodsky's fysieke behoefte aan beweging en zijn corresponderende claustrofobie, gigantisch zijn aangewakkerd door de tegendruk. Hij ervoer politietoezicht, afluistering, publicatieverbod, opsluiting, isolement.

En na zijn aankomst in het 'Vrije Westen'? De tragiek van Spinoza's stelling blijkt pas bij goed lezen: indefinita quadam duratione - voor onbeperkte duur. Brodsky zelf had de totalitaire staat al voor 1972 leren opvatten als karikatuur van een algemener schrikbewind - in het modejargon uit onze puberteit, als variant van de Existentiële Situatie. Stoort de KGB iemand niet langer bij zijn 'volharding in het eigen zijn' dan doen dat vroeg of laat minstens zo effectief leeftijd, ziekte, dood.

Brodsky's spreektempo is niet gedaald sinds zijn emigratie. Integendeel zelfs. Evenmin als zijn stemvolume bij het reciteren van poëzie. En evenmin als zijn produktie - het ziet ernaar uit dat hij met name na zijn laatste grote hartcrisis, twee jaar geleden, als dichter en prozaïst fanatiek heeft gewerkt. Zijn zinsbouw bleef gekenmerkt door het mechanisme van telkens een toevoeging, een specificatie, een bijzin die het voorafgaande op losse schroeven zet. Eén symbool op zijn typemachines stond hem kennelijk even sterk tegen als het stokken van conversaties. De full stop.

Oer-Russisch

De dagen voor zijn begrafenis lag hij opgebaard in een funeral home in het oude deel van Manhattan. Het Russische radiostation van New York noemde het adres. Misschien kwam het hierdoor dat de wake bij de dichter ondanks de Italo-Amerikaanse sfeer, merkbaar aan alles in dit home, toch het karakter kreeg van een oer-Russisch gebeuren. Premier Tsjernomyrdin, juist in de VS, maakte zijn opwachting (en bevestigde daarmee de reputatie van de Russische autoriteiten, uit welk tijdperk ook, te houden van dode dichters). In de stampvolle entree, in de gang naar het zaaltje met de open kist en daarvoor een arrangement van stoeltjes in het midden en canapés langs de zijkant, klonken gedempte zinnen waar één woord telkens herkenbaar terugkwam ondanks de wisselende verbuigingen: Brodskomoe, Brodskowo, Brodskiem. Het was onmogelijk om niet meteen, al was het uit verweer tegen je schrik, te denken aan bekende foto's of gravures. Pasternak, Poesjkin, de hele rij meesters daartussen, bij het laatste afscheid van hun bewonderend publiek.

Brodsky besefte vanaf de jaren zestig zijn positie in het verlengde van deze rij. Niet alleen dat hij poëzie schreef met de ambitie de groten van zijn taal technisch te evenaren, ook hij had een les. Mede dankzij Spinoza meen ik te begrijpen waar deze les op neerkomt. Russische lezers zijn sinds de tijd van Poesjkin gestimuleerd tot zelfverloochening, tot opoffering terwille van iets breders of hogers dan hun ik. Brodsky wilde zijn landgenoten sterken in een andere mentaliteit dan één die hen, zijns inziens, en masse heeft gemaakt tot ideale slachtoffers. Zelfhandhaving gecombineerd met zelfdiscipline; volharding - zonder zelfzucht - in je eigenheid als individu. Zo ongeveer luidt het principe dat vorm en Schwung geeft aan Brodsky's taal. Zo ongeveer luidt ook Brodsky's aanvulling op de 'boodschap' van twee eeuwen Russische literatuur.

Na de confrontatie in de funeral parlour, van dichtbij, met het onbegrijpelijke iets dat wel en niet Iosif was, schoten mij associaties te binnen. Hoe vaak had hij dit iets, hier bizar schemerend onder make-up, niet beschreven? De metamorfose van een gezicht tot een sprakeloos, stijf, buitenmenselijk ding. Die en die regels, dat en dat vers - had de man die dichten zag als een vorm van 'acceleratie' de tijd inderdaad ingehaald, zodat hij 25 jaar tevoren exact had kunnen oproepen wat ik zojuist had moeten zien! Brodsky's postume ik? Er was ook een herinnering. Een flard uit het speechje van 1991 in Amsterdam, bij de onthulling van zijn portretbuste door Sylvia Willink. Brodsky, wijzend op zijn bronzen alter ego: 'The only respect in which this head differs from the one I carry on my shoulders is, that it doesn't speak' pauze. 'Perhaps just as well' pauze 'from your point of view.' Gniffelen van Brodsky, schateren in de zaal.

Nieuwe woorden

Bij de uitvaartdienst in een Episcopal parochiekerk van Brooklyn Heights en opnieuw bij de 'Herdenking op de veertigste dag' in de majestueuze St. John the Devine op Manhattan, werden gedichten van hem gelezen. Het effect was een klein wonder. Velen van ons kenden de teksten uit het hoofd, maar bijna niemand had ze ooit anders gehoord dan via Iosifs stem. Schuchter vanaf de ambon voorgedragen door een van zijn naasten, werden het nieuwe woorden, waarbij je rechtop ging zitten, de oren gespitst. Vroeger had ik al vaak gemeend dat Brodsky zelf met de imposante scanderingen van zijn werk de authentieke poëzie erin onhoorbaar maakte, misschien wel uit een soort preutsheid. In New York en later thuis, bij het herlezen van zijn bundels, is me het fijne geluid gaan opvallen dat zijn poëzie suggereert, los van zijn stemrumoer bij de declamaties. Van die declamaties zijn opnamen bewaard. Wie Brodsky léést, zal altijd de stem kunnen horen die hij in leven had op zeldzame momenten van ontspanning en aanhankelijkheid, wanneer de noodzaak tot 'volharding' even wegviel: inderdaad, vol stilte.

Naast het voor een lyricus - zeker een Russische - onontbeerlijke vermogen om met allure te lijden, bezat hij het talent om te genieten en dankbaar te zijn. Tweemaal was hij in het openbaar op zijn best. Van het proces tegen Brodsky in 1964 bestaat een stenografisch verslag, illegaal verspreid en gepubliceerd in het Westen. Zijn zelfverdediging als onbezoldigd auteur tegen de aanklacht van 'parasitisme' gold (en geldt) voor de intelligentsia van Leningrad en Moskou als voorbeeldig. Ook de laconieke gelatenheid waarmee hij zich achteraf uitliet over zijn internering in de stadsgevangenis en op een verre kolchoze, maakte hem voorgoed tot een model van intellectuele waardigheid tegenover een bot, min regime.

Van een tegengesteld moment in zijn carriere, de uitreiking van de Nobelprijs, heb ik getuige mogen zijn. Wat mij op 10 december 1987 frappeerde was het sereen glunderen van Iosif, direct al 's ochtends en tot ver in de nacht. Niets van onze opgewondenheid noch van het anders dan anders doen, plechtiger of juist met nadruk luchthartiger, dan je van iemand, uitgetild boven zijn soortgenoten, verwacht. Ik heb hem toen gezegd dat, nog afgezien van zijn werk, zijn habitus de juistheid van de toekenning bewees. Kwam het Stockholmse wintersprookje van dag en nacht kaarslicht, van speeches en muziek, van avondkleding om drie uur 's middags, later nog eens ter sprake dan gebruikte hij altijd, stilletjes naglunderend, een eigen woordformatie die de sfeer voor hem samenvatte: Nobelevka.

De beste Brodsky-necrologie die ik heb gezien stond in de Deense Weekendavisen. Wat mij eraan beviel, was vooral de illustratie. In plaats van de stuurse Brodsky's overal elders, een tafereel aan tafel, waar kennelijk noch de fotograaf noch de geportretteerde had gestreefd naar een imago uit de categorie penseur. Deze in zijn genre moeilijk te overtreffen foto heeft voor de literatuur blijvende waarde: hij maakt uitleg over inhoud plus gevoelssuggestie van de term Nobelevka overbodig.

Dank

Het gevoel dat Brodsky in zijn verzen vormgeeft, beweegt zich tussen uitersten. Aan de ene kant hoort hij tot de twintigste-eeuwse pessimisten - waarheidsverkondigers die hun creativiteit putten uit gegriefdheid, wanhoop, ontsteltenis over de realiteit. Alle studies over zijn werk vermelden zijn sombere grondtoon en Brodsky's karakteristieke bijdrage aan de 'zwarte' traditie van na 1945: de galgenhumor waarmee hij negatieve stemmingen lucht geeft en tegelijkertijd te boven komt. Een andere toon in Brodsky's poëzie, mij minstens zo dierbaar, heeft nog weinig aandacht getrokken. De autobiografie in een notendop die hij dichtte op zijn veertigste verjaardag eindigt met het woord 'dank'. Het slotgedicht van wat vermoedelijk Brodsky's duurzaamste meesterwerk zal blijken, de cyclus 'Romeinse elegieën' uit 1982, sluit hierbij aan. De 'ik' staat in een Romeinse kerk en richt zich tot een crucifix:

Buig eens naar voren, dan fluister ik U iets in: Ik ben dankbaar voor alles...

Brodsky's dankgebed begint heel alledaags, met vreugdebetoon over de smaak en het gevoel tussen je tanden van kip (op vis na Brodsky's lievelingsgerecht) en het besluit met de meest weidse erkentelijkheid: ondanks al je gebreken te mogen staan, tijdelijk, in de schittering van het leven.

In 1989 maakte Brodsky een gedicht onder de titel 'Fin de siecle'. De beginregel luidt:

De eeuw zal weldra voorbij zijn, maar eerder voorbij ben ik.

Vooral wie het gezondheidsprobleem van de dichter kende, schrok destijds nogal van deze voorspelling. 'Fin de siecle' toont Brodsky's preoccupatie met het idee betrokken te zijn bij een opwindende fase in de historische chronologie. Iosif behoorde tot het type dat dieper dan de meesten onder de indruk is bij het slaan van twaalf uur 's nachts op 31 december. Maar nog heviger dan door het jaarlijks oud-en-nieuw was hij, getuige wat hij zei en schreef, gefascineerd door het aanstaande fin de millénaire. Hoe vast hij geloofde in de juistheid van de hierboven geciteerde regel weet ik niet (gezien de Russische bijgelovigheid die deel uitmaakte van zijn charmes zou het ook magie geweest kunnen zijn: wend gevaren af door ze te noemen als vaststaand feit). Naast de onzekerheid over zijn levensduur interesseerden hem als literator duidelijk ook andere vragen. Hoe zou zijn oeuvre van de afgelopen dertig jaar er voor een lezer van na 2000 uitzien? Welke poëzie zouden jongeren, met name Russische, gaan schrijven in het nieuwe millennium?

Eén van zijn laatste Russische publicaties was een aanbevelend nawoord bij een bundel van de 27-jarige Denis Nowikov. Hier schreef Brodsky onder andere: 'Het beste wat een lezer met dit boek doen kan, is het van a tot z te lezen. Dit doende zal hij een tijdgenoot ontdekken, wiens aanwezigheid het heden draaglijker maakt en de toekomst acceptabeler. Beter gezegd, wiens aanwezigheid beide overkomelijker maakt.'

Het oude New-Yorkse kerkhof van Riverside heeft een recent gebouw waar overledenen bovengronds kunnen worden bijgezet. Vanwege de geplande uiteindelijke begrafenis van Brodsky in Venetië werd gekozen voor dit gebouw. Na de laatste gebeden bij zijn rustplaats in de blinde muur van gepolijst graniet, parallel aan de Hudson, bleven sommigen wachten tot het prozaïsche lassen van een zinken kist om de houten en de inmetseling voorbij zouden zijn. Anderen vertrokken van Riverside. Weer anderen ontvluchtten de kou in de lege ontvangstzaal van het gebouwtje. Terwijl wij hier kleumden en zachtjes praatten of zwegen, klonk er opeens een zware slag die trilde door alle muren. Ternauwernood begrepen we dat het de metselaar was geweest of er kwamen weer twee dreunen als met een titanenvuist, nu kort achtereen. Daarna bleef het stil.

Toen de schrik uit mijn leden ebde stelde ik me Iosif voor met een voldaan gezicht. Ik ken hem goed genoeg om te weten dat hij dit Boem - boem boem bij het vaarwel van ons zou hebben gewaardeerd als een elementaire weergave van zijn favoriete versvoet.

Poëzie schrijven, poëzie lezen is een spel met de mogelijke zin van toevalseffecten. Sinds onze terugkeer van Riverside sublimeer ik mijn rouw, voor zover dit lukt, tot het dubben over een esthetisch probleempje. Markeerde de dactylus waarmee Joseph Brodsky is bijgezet, compositorisch gesproken een abrupt slot, een radicaal nieuwe aanhef of - de rijkste variant - een overgang tussen episoden?