Racisme in het Moederland

Henry Menckeberg: De vrolijke dood van David Caprino. Uitg. Meulenhoff, 291 blz. ƒ 36,90

Hoewel het romandebuut van de Surinaamse Antilliaan Henry Menckeberg De vrolijke dood van David Caprino heet, sterft zijn hoofdpersoon aan het slot op een even akelige als zinloze manier. Hij wordt vermoord op een station in Nederland, misschien omdat hij zwart is, misschien omdat hij toevallig in de buurt was.

De roman speelt deels op Curuçao, deels in Nederland. David Caprino, van oorsprong Surinamer, voelt zich op de Antillen geen allochtoon. Hij heeft een goede baan als rayonhoofd van een Nederlands computerbefrijf, een 'auto van de zaak', en een vriendin die min of meer accepteert dat hij zijn erotische belangstelling niet alleen op haar botviert.

Menckeberg heeft erg veel woorden nodig om in het eerste deel van de roman te laten zien wie zijn hoofdpersoon is en hoe hij op Curaçao, vlinderend van party naar party, de tijd van zijn leven heeft. In flashbacks beschrijft hij zijn jeugd in Utrecht en zijn studententijd in Delft, maar meer dan een oppervlakkig beeld van David levert dat niet op. Welke functie zijn niet bijster interessante wederwaardigheden hebben voor de ontwikkeling van de roman, wordt zelden duidelijk. Zijn innerlijke drijfveren blijven verborgen achter het imago van een vlotte macho, die behalve zijn charme weinig in huis heeft.

Het is een vrijwel onmogelijke opgave om iemand die voornamelijk uit buitenkant bestaat in een innerlijke crisis verzeild te laten raken. Menckeberg heeft daar dan ook grote moeite mee. Als David Caprino op onsympathieke wijze door de Nederlandse directie wordt ontslagen raakt hij in het ongerede, zonder dat precies duidelijk wordt wat er in hem omgaat. Hij raakt zijn auto kwijt, drinkt te veel, vrijt met de blanke buurvrouw en verliest daarmee het vertrouwen van zijn vriendin. Toch vertrekt hij uiteindelijk met haar naar Nederland, waar zich het tweede, iets betere deel van de roman afspeelt.

Ondanks zijn goede opleiding, zijn vlekkeloze arbeidsverleden en zijn schitterende sollicitatiebrieven lukt het David niet in het druilerige, naargeestige 'Moederland' (zoals hij Nederland consequent noemt) aan het werk te komen. Zelf denkt hij dat hij gediscrimineerd wordt en dat gevoel verkeert langzaam aan in een obsessie. Hoe dat in zijn werk gaat, wordt door Menckeberg overtuigend beschreven. De lezer kan er niet omheen dat huidskleur en achtergrond het geluk van zijn hoofdpersoon ernstig belemmeren.

David is niet fanatiek, niet dogmatisch, eerder argeloos en naïef, maar eenmaal geconfronteerd met de botheid en het racisme van de blanke Nederlanders die hij ontmoet, voelt hij feilloos aan dat hij bij hen geen enkele kans maakt. Tegen het einde van het boek worden zijn vermoedens bevestigd in een jammer genoeg nogal karikaturaal weergegeven sollicitatiegesprek. Daarna loopt alles mis en wordt hij nog vermoord ook.