R. van Nieuwenhuizen over specialisten in de toekomst; 'Politici hebben weinig oog voor onze werkelijke rol'

De medisch specialisten hervatten het gesprek met minister Borst over de modernisering van de curatieve zorg. De specialisten spelen daarin een centrale rol, vindt de Arnhemse cardioloog R. van Nieuwenhuizen, voorzitter van het Convent van Wetenschappelijke Verenigingen.

ARNHEM, 22 MAART. De nieuwe organisatie voor medisch specialisten in Nederland streeft naar een reële mogelijkheid voor specialisten om te kiezen tussen een dienstverband in een ziekenhuis met een goede CAO of een vrije beroepsuitoefening die de autonomie van de specialist garandeert.

Dat zegt voorzitter R. van Nieuwenhuizen van het Convent van Wetenschappelijke Verenigingen. Het vier jaar geleden opgerichte convent, een college van de voorzitters van de 29 wetenschappelijke verenigingen in Nederland, is een van de drie specialistenverenigingen die in september opgaan in een nieuwe organisatie. De andere twee fusiepartners zijn de Landelijke Specialisten Vereniging (LSV) en de Nederlandse Specialisten Federatie (NSF). Bij de wetenschappelijke verenigingen zijn praktisch alle specialisten aangesloten.

Van Nieuwenhuizen is des te meer overtuigd van de noodzaak de twee modellen van beroepsuitoefening uit te werken, omdat er steeds meer vrouwelijke specialisten komen, die wellicht in deeltijd willen werken en voor wie een dienstverband aantrekkelijk zou kunnen zijn. “Vrouwen zullen in groten getale het vak gaan bemannen”, zegt Van Nieuwenhuizen. Veel jongere specialisten zouden volgens hem een dienstverband kunnen gaan prefereren boven een vrije vestiging met alle verantwoordelijkheid en organisatorische rompslomp van dien.

De specialisten in dienstverband mogen niet worden opgescheept met een jaarlijkse hoeveelheid werk zonder dat daar een behoorlijke CAO met een werktijdenregeling, een pensioenregeling en goodwillregeling tegenover staat, vindt van Nieuwenhuizen. “Specialisten werken net als topambtenaren twaalf uur per dag. Maar zij moeten in verband met de 24-uurs dienstverlening ook nog eens regelmatig 's nachts om twee uur het bed uit.”

De aard van sommige specialismen verdraagt zich volgens de Arnhemse cardioloog minder goed met het vaste dienstverband. Hij vindt dat de acht à tien zogeheten poortspecialismen het beste in vrij gevestigde vorm beoefend kunnen worden, zoals interne chirurgie, neurologie, cardiologie, orthopedie etcetera. “Dat zijn de specialismen in de vuurlijn, die moeten 24 uur per dag klaar staan om patiënten op te vangen. Deze specialismen moeten zelfstandig leiding kunnen geven, bepalen met hoeveel mensen ze willen werken, welke subspecialismen er bij horen, welke follow up behandelingen ze geven, op welke wijze en met ondersteuning van wie ze hun patiënten fatsoenlijk willen behandelen.”

Van Nieuwenhuizen, als vrij gevestigde cardioloog werkzaam in Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem, vindt dat de Haagse politiek in de afgelopen jaren veel te weinig oog heeft gehad voor de werkelijke rol van specialisten in de toekomstscenario's van de gezondheidszorg, gespitst als politici waren op het aanpakken van de inkomens. Begin april worden de gesprekken tussen de specialisten en minister Borst (Volksgezondheid) na een vertrouwensbreuk hervat. In de gesprekken moet volgens Van Nieuwenhuizen deze rol van specialisten uitdrukkelijk aan de orde komen, naast de problematiek van de implementatie van de voorstellen van de commissie-Biesheuvel voor modernisering van de curatieve zorg.

Van Nieuwenhuizen: “De verdachtmaking luidde vroeger dat specialisten de macht die ze ontleenden aan hun deskundigheid misbruikten. De veronderstelling was dat specialisten meer deden dan noodzakelijk zou zijn. Daar stel ik tegenover dat volgens een definitie van de World Health Organisation iedere arts verplicht is te zeggen welke behandeling hij voor een patiënt nodig acht en of deze mogelijk is. We zitten in de gezondheidszorg in een één op één situatie. De patiënt stelt vanzelfsprekend de dokter verantwoordelijk voor het gezondsheidssysteem als geheel. Zo is de arts ook verplicht om, indien hij zelf de behandeling niet kan verrichten, te verwijzen. De specialist houdt zich in dezen aan de richtlijnen zoals die door zijn of haar wetenschappelijke vereniging zijn opgesteld.”

De medisch specialist zal zich de komende jaren zo goed mogelijk voegen naar de financiële ruimte die de Tweede Kamer de gezondheidszorg wil bieden, zegt Van Nieuwenhuizen. Maar altijd zal de specialist de patiënten zo goed mogelijk moeten inlichten omtrent het gewenste onderzoek en de gewenste behandeling. “Het zou verkeerd zijn als ik een hartpatiënt een pacemaker zou onthouden omdat ik er dat jaar al honderd heb weggegeven en ik bang ben voor moeilijkheden met mijn directie. Zo zal ook in de psychiatrie de wenselijkheid van elektroshocks op zijn medische kanten moeten worden beoordeeld. Men zal nooit mogen zeggen: wij doen in deze kliniek geen elektroschocks want dat is te duur. Wanneer dat het geval is, dient de specialist de patiënt te verwijzen. En wanneer er structurele tekorten ontstaan, zijn wachtlijsten onvermijdelijk.”

De nieuwe specialistenvereniging wordt georganiseerd via het lidmaatschap van de specialisten van de medische staven in ziekenhuizen. De organisatie wil vanaf september de belangen van ieder specialisme afzonderlijk behartigen. Naast de maatschappelijke aspecten van het eigen specialisme komt ook de inhoud van het vak aan de orde. Aan bod komen opnieuw de vraag naar kwaliteit, de wijze van behandelen, nascholing, herregistratie van specialisten, zin en onzin in wetenschap en onderzoek.

Op verzoek van minister Borst zijn de specialisten ook begonnen met het maken van lijsten van noodzakelijke behandelingen. Gemakkelijk is dat niet, zegt Van Nieuwenhuizen. “Je kunt niet zomaar zeggen dat een kosmetische behandeling geen noodzakelijke zorg is. Als een neus iets scheef staat en iemand om die reden elke dag huilend voor de spiegel staat, kan dat een psychotrauma zijn en is behandeling misschien noodzakelijk.” De specialisten stellen wel prioriteiten in behandelingen, maar zeggen niet waar de ondergrens moet liggen. “Dat moet de minister doen.”

Sommige critici vinden dat de wetenschappelijke verenigingen zich te veel bemoeien met de politiek en zich eigenlijk moeten beperken tot discussies over de inhoud van het eigen vak. Van Nieuwenhuizen: “Dat is een verkeerde opvatting. Juist de wetenschappelijke verenigingen hebben naast een wetenschappelijke ook een maatschappelijke poot. Iedere wetenschappelijke vereniging heeft een beroepsbelangencommissie.”

Misbruiken de specialisten hun macht om de politiek te beïnvloeden en daarmee hun eigen belangen te behartigen? Van Nieuwenhuizen wijst de kritiek resoluut van de hand. “U moet niet weer over macht beginnen. Wij hebben in feite niet veel macht. Wij willen de positie en de rol van de specialist in de gezondheidszorg duidelijk maken. Dit altijd op basis van de plicht van de specialist om zijn patiënten te onderzoeken. Als de positie van de specialist niet goed in beeld is, kan het netwerk van specialisten door politieke maatregelen roekeloos worden verstoord. Als je één draad van het specialisme optilt, trilt het hele spinnenweb.”