Mystiek lichaam

In het CS van 23-02 schrijft Pieter Kottman dat alle recensenten van Mystiek Lichaam zwijgen over de vraag wat Kellendonk nu echt heeft willen beweren. Het is hem duidelijk dat in het boek wordt gesteld, dat de homoseksueel buiten 'de geschiedenis van het vlees' staat, maar hij vraagt zich af waarom Kellendonk dit standpunt inneemt - anders gezegd: wat Kellendonks probleem is. Voorts vraagt hij zich af, waar Kellendonks preoccupatie met het jodendom vandaan komt.

In Tirade 307 (nov./dec. 1986) heb ik beide vragen trachten te beantwoorden. De reden van de preoccupatie met het jodendom valt op te maken uit diverse opmerkingen in het boek over 'het verbond tussen God en zijn volk'. De homoseksueel plaatst zich volgens Kellendonk buiten het verbond met God, zodat hij religieuze zingeving moet ontberen. Maar Kellendonk hunkert nu juist naar religieuze zingeving en is dus jaloers op het joodse volk, dat immers bij uitstek het 'verbondsvolk' is.

Kellendonks probleem voerde ik terug op de roomse moraal waarmee hij is grootgebracht. Het 'existentiële probleem' waar hij mee worstelde, was volgens mij een diep gevoel van schuld.

Na de publicatie van mijn artikel ontving ik een brief van Frans Kellendonmk, waarin ik er van langs krijg om de toon van mijn stuk, maar waarin hij dit stuk het beste noemt dat hij over Mystiek Lichaam heeft gelezen (de grote golf van besprekingen was toen al voorbij). 'U houdt niet van mijn type - en toch is het u gelukt om u te verplaatsen in de gedachtengang waaruit het boek is voortgekomen'. Hij wilde mij graag ontmoeten. Bij die gelegenheid ontkende hij eerst een schuldgevoel te hebben, maar later zei hij 'misschien heb ik toch wel een schuldgevoel'.