Met film kan ik een regenboog in een kamer maken; Londen viert vrijage tussen beeldende kunst en film

De Hayward Gallery en het Britse Film Instituut hebben kunstenaars uitgenodigd voor 'Spellbound', een tentoonstelling waarbij kunst en film elkaar betoveren. Met twee tentoonstellingen en een festival speelt Londen in op deze nieuwe trend in de beeldende kunst. Filmmaker Peter Greenaway is erbij en de vedette onder de Britse beeldende kunstenaars Damien Hirst. Film zal, naar verluidt, samen met video en computergestuurde media, ook het thema zijn van de komende Documenta in Kassel.'

Spellbound: art & film; Hayward Gallery/Royal Festival Hall, on the South Bank. Open:10-18 u.,tot 6 mei. Pandaemonium; ICA; The Mall. Open: 12-21.30 uur, tot 21 april. Festival: 30 maart, 20 en 21 april.

Matt's Gallery is een niet-commerciele galerie in een trieste buurt van Oost-Londen. De bezoekers komen van elders en zijn voornamelijk mensen die er het artistieke experiment hopen te vinden. Wanneer ik er ben is de grote, lage ruimte volgebouwd met houten stellages waarop de meest uiteenlopende afdankertjes zijn neergezet, van kapotte koffiekopjes tot oude autobanden. Het is het soort afval dat in deze armoedige wijk nog tot het laatste restje bruikbaar is voor de mensen, maar daar gaat het kunstenaar Mike Nelson niet om.Voor hem verwijst deze uitdragerij die hij 'TRADING STATION ALPHA CMa' heeft genoemd, niet naar de dagelijkse werkelijkheid, maar naar film, The Planet Of The Apes en Apocalypse Now om precies te zijn. Het is niet moeilijk dat te geloven, maar als het iets totaal anders was geweest, had ik het ook geloofd: bij zoveel willekeur kun je van alles fantaseren.

Nelson houdt het echter op film en dat is slim, want film is de nieuwe trend in de beeldende kunst. Film zal, naar verluidt, samen met video en computergestuurde media zelfs het thema zijn van de komende Documenta in Kassel. Londen, de hot spot voor de kunst van nu, is daar op ingesprongen met twee grote tentoonstellingen en een festival. Ze vieren met veel borstgeroffel de vrijage tussen beeldende kunst en film.

'Eerst was er Britpop. Nu verovert Britart samen met Britfilm stormenderhand de wereld', jubelt het persbericht van de Hayward Gallery. De kunstinstelling heeft samen met het Britse Film Instituut tien in Engeland wonende kunstenaars en filmmakers uitgenodigd voor Spellbound: art and film, een tentoonstelling waarbij, zoals de titel suggereert, kunst en film onder elkaars betovering zijn. Peter Greenaway is erbij, de beroemde filmmaker die zich graag opstelt als beeldend kunstenaar, en Damien Hirst, de vedette onder de Britse beeldende kunstenaars die tegenwoordig ook als filmmaker optreedt. Greenaway heeft voor de gelegenheid een installatie gemaakt en Hirst vertoont een korte speelfilm. Geen paar vormt een betere illustratie van de nieuwe ontwikkelingen dan dit.

Greenaway (1942) is de man van de kunstfilm die een groot publiek heeft weten te bereiken. Films als ZOO, The Cook, the Thief, his Wife and her Lover en Prospero's Books hebben hem als een filmer laten zien met een eigen beeldtaal en sterk op de beeldende kunst gebaseerde principes. Het zijn films waarbij het verhaal minder van belang is dan het concept van de maker. Bij Greenaway voert dat concept altijd terug op het getal en het lichaam. Het lichaam is de emotie, het ongrijpbare en mysterieuze, het getal (vaak gekoppeld aan een woord) staat voor het tegendeel en brengt structuur en orde in wat anders chaos en willekeur zou lijken.

Greenaway is met zijn conceptuele benadering stevig geworteld in de kunst van de jaren zeventig, maar wat eigentijds aan hem is en wat hem in zekere zin verbindt aan de veel jongere Hirst, is zijn gevoel voor spektakel. Bij Spellbound heeft hij, net als bij de tentoonstelling The Physical Self die hij in 1992 op basis van de collectie van Museum Boijmans van Beuningen samenstelde, gekozen voor een zaalvullende uitstalling van voorwerpen en levende naaktmodellen. Ook nu wordt het geheel theatraal belicht en begeleidt door plechtige muziek. Wat afwijkt, is dat voorwerpen en mensen naar film verwijzen, niet naar zomaar een film, maar naar de meest bombastische versie van een Greenaway-conceptfilm. Alles, van de publiekstribune tot de tientallen stillevens van voorwerpen op lange tafels, is met cijfers en data geordend en met woorden gecategoriseerd. Je schuifelt er langs terwijl licht en muziek bliksem en donder over je uitstorten.

De in 1965 geboren Damien Hirst heeft als kunstenaar geen boodschap aan een concept, maar hij is wel dol op spektakel, het liefst met horror-achtige trekken. Sterke staaltjes waren een bloederige, door vliegen aangevreten koeiekop en een reuzenhaai (wie denkt niet aan Jaws?) op sterk water die hij in grote kisten van doorzichtig perspex had ondergebracht. Ze hebben het kunstpubliek een paar jaar terug de rillingen over het lijf gejaagd en hem roem en fortuin gebracht. Dat laatste, gecombineerd met zijn betrokkenheid bij de jongste Londense kunst- en popscene, hebben hem tot de held van de Britse jonge kunstenaars gemaakt en iedere stap die hij nu zet, wordt nauwlettend gevolgd en becommentarieerd. Op een prikbord in de Hayward Gallery hangen interviews met hem en uiteraard is hem gevraagd waarom hij nu films maakt. Het antwoord was eenvoudig: 'Met film kan ik een regenboog in een kamer maken, met een sculptuur kan ik dat niet'.

Hirst's 25 minuten durende speelfilm Hanging around' vertelt het verhaal van een man die ongewild de dood betekent voor iedereen die hem ontmoet. Waarom, blijft een mysterie zoals alles nadrukkelijk mysterieus wil zijn. Wat echter wel duidelijk wordt is dat de fantasie van de realist onder de beeldhouwers niet, zoals die van Greenaway, gevormd is door kunsthistorie en literatuur, maar door tv en soap. Sporen daarvan vind je in de vorm van stijl- en beeldcitaten terug, zonder dat je ooit het gevoel krijgt dat Hirst ze relativeert, laat staan kritiseert. In tegendeel, hij hanteert ze als elementen van onze beeldtaal die niet meer ter discussie staan. Hij concurreert met de echte film, de bioscoopfilm, en verliest hopeloos. Geen moment gebeurt dat wat je in het donker van de bioscoopzaal wilt ervaren: lichaamloos worden en je verliezen in het beeld.

Hirst's filmische debacle heb ik op het London festival of moving images, Pandaemonium, vaak herhaald gezien bij de talloze jonge Britten die nu ook film als kunstvorm hebben omhelsd (Gary Hume, Sarah Lucas, Georgina Starr, Dinos & Jake Chapman, om een paar rijzende sterren te noemen). Hoe kort de meeste filmpjes ook waren, telkens bleek dat de kunstenaars de grootste moeite hadden met een aspect van film dat niet tot de traditie van de beeldende kunst van deze eeuw hoort: het verhalende. Dat zit in het medium besloten: zoals de beelden achter elkaar verschijnen zo heeft zelfs de kortste gebeurtenis een verloop in de tijd, als een verhaal. De moderne kunst heeft zich daar lang tegen afgezet. Voor haar telde Het Ene Beeld, het beeld dat in zijn totaliteit en precisie vele verhalen omsluit. Dat beeld is statisch, onveranderlijk en behoort volgens de eisen van het modernisme in zichzelf besloten te zijn. Het houdt een streven naar tijdloosheid in. Om die reden heeft de kunst zich zo veel mogelijk aan het veranderlijke, aan de wereld onttrokken. Daarom ook heeft ze zo lang neergekeken op het bewegelijke beeld van film en video.

Dat is niet meer vol te houden. Niet alleen de jongste lichtingen, maar ook kunstenaars die in het vorige decennium met de oude media succes hebben geboekt, zoals Julian Schnabel, David Salle en Robert Longo, maken nu films, de laatsten (maar die kunnen zich dat ook veroorloven) zelfs speelfilms. Ik weet niet waarover ze gaan, maar durf één ding al wel te voorspellen: er zal zich veel geheimzinnigs in voordoen. Want dat blijkt de manier te zijn waarop kunstenaars het verhalende proberen te breken: door het mysterieuze en fysiek onmogelijke in te voeren.

Daar moet men zich geen metafysische denkbeelden bij voorstellen, zoals bij video-kunstenaars Bill Viola en Gary Hill. In de meeste gevallen is het mysterie er alleen om het mysterie, net als bij Hirst. De onmogelijke werkelijkheden die in beeld worden gebracht, en dankzij de computertechnologie zijn die nu vrijwel onbegrensd, zijn zelden meer dan consumptie-mysterie. Je vraagt je er even weinig bij af als bij de lachende pakjes boter van de tv-reclame.

In dat licht krijgt de grote voorkeur voor het maken en citeren van science-fiction-achtige films een opportunistische trek: je kunt er makkelijk een tekort aan visie of engagement mee verbloemen. Zeker wanneer je, zoals ik veel zag, er flink veel horror doorheen mengt. Dan lijkt het al gauw alsof de kunstenaar in al die gruwel zijn ongerustheid over de tegenwoordige tijd heeft ondergebracht en die in de toekomst projecteert.

De keuze voor Ridley Scott (1937), maker van de cultfilms Alien en Bladerunner, als exposant kan dan ook als een strategische keuze worden gezien: hij toont dat de Spellbound-samenstellers weten wat er speelt. Scott heeft een opleiding gehad als grafisch ontwerper en wijst er, net als Greenaway, graag op hoezeer de beeldende kunst de vormgeving van zijn films beïnvloedt. Zo zou de inspiratie voor het monster uit Alien voor een deel zijn voortgekomen uit het schilderij van Francis Bacon Three studies for figures at the base of a crucifixion. Interessant om te weten, zoals het ook interessant is om zijn schetsontwerpen te zien en vijf monitoren met stills en teksten uit beide films. Scott is als filmmaker zeker een kunstenaar te noemen, maar om nu, zoals hier gebeurt, zijn documentatie-materiaal als beeldende kunst te presenteren, is overdreven.

Filmer Terry Gilliam (1940), bekend onder andere door zijn cartoons in de Monty Python-serie en Brazil, heeft wel geprobeerd een zelfstandig kunstwerk te maken. Het is geen groots werk, maar wel één van de leukste van de tentoonstelling. Achter een muurvullende stalen archiefkast wordt een film geprojecteerd waarvan je alleen details kan zien als je de laden met prikkelende opschriften openschuift. Soms zitten daar verrassingen in. De lade met het opschrift 'The price of fame' bijvoorbeeld blijkt kleine camera's en monitoren te bevatten die je je eigen glurende gezicht tonen terwijl boe-geroep klinkt of applaus klatert. Bij een andere kun je als een verpleegster bij een couveuse, met rubber handschoenen aan, een schets- en notitieboekje betasten.

De kunstwereld heeft haast met te bewijzen dat ze film nu eindelijk serieus neemt als kunstvorm en filmmakers ziet als kunstenaars: beeldende kunstenaars. Omdat dat laatste door het fundamenteel andere karakter van het bewegende en het statische beeld niet zo makkelijk is, valt te voorzien dat voor de onbewegelijke tak van film, de filmstill, een glanzende toekomst is weggelegd. Een vertaling daarvan in de beeldende kunst zijn de grote pastels van Paula Rego (1935). Ze tonen scènes die ontleend zijn aan Walt Disney-films, getekend in een conventionele, realistische stijl. Er gaat geen enkele magie van uit, maar dat doet er klaarblijkelijk niet toe. Als er maar film bij geschreven kan worden.

De jongere Fiona Banner (1966) voegt het woord zelfs bij de daad. Zij heeft op een meterslange lap papier in lange, dicht opeen geperste regels met potlood teksten uit een film geschreven. Je bewondert haar doorzettingsvermogen: het moet afzien zijn geweest, maar niets eraan is oorspronkelijk, zelfs haar filmkeuze niet: Apocalypse now.

De vrijage tussen kunst en film loopt niet alleen stroef bij Spellbound(vernoemd naar Hitchcock's meest Freudiaanse film), maar ook op de Pandaemonium-tentoonstelling in het Institute of Contemporary Arts, waar tevens het gelijknamige festival plaats vindt. De expositie, waarvoor bij de opening lange rijen bezoekers op straat stonden te wachten, omvat installaties van vijf jonge kunstenaars die met of naar film werken. Hun thema's zijn, als die van vele generatiegenoten in dezelfde branche, oorlog en rampen, dood en vernietiging, horror en (de twee lijken tegenwoordig samen te gaan) seks.

De installatie van Keith Tyson, Angelmaker part II - the quadruped (science fiction, science fiction!), vat dat alles in één klap samen. We zien op een monitor een man die orgastisch spartelt met een strop om z'n nek en een zuurstofmasker op, we betreden een hokje dat een eetvertrek van de Titanic moet voorstellen, zien een maquette van een aan aardbevingen onderhevig Chinees landschap en horen om de zoveel tijd een oorlogssirene huilen. Dan verduistert de zaal, sterft de man op het scherm, rinkelt het eetservies en schudt het landschap. 'The angelmaker is puur theater', zegt de catalogus. Dat is waar, maar wel van het meest kitscherige soort.

Installaties zijn lijfelijk en theatraal: je gaat er als toeschouwer in en je blijft je daarvan bewust, zoals je je ook bij theater nooit helemaal lichamelijk verliest. Altijd blijft het besef je bij van de toneelruimte achter de deur en de lampen achter het licht. Dat hoort bij theater, het moderne toneel speelt daarmee. De installatie ook. Bij een film is de verwachting anders, wordt het lichaam ongedurig als het steeds aan zichzelf herinnerd wordt. De filmische werkelijkheid eist totale overgave.

Daar wringt het vaak bij de installaties van Pandaemonium. Michael Curran probeert het op te lossen door zijn sado-masochistische filmpje Fistula te vertonen in een soort rommelhok met een kapotte bank, afval en duisternis. Het helpt niet, je vergeet geen moment hoe belabberd film en entourage zijn. Gillian Wearing plaatst ons voor drie grote schermen waarop drie mensen afzonderlijk en in eenzaamheid seks en geweld beleven en elkaar tenslotte in een bar ontmoeten. Het is een filmisch verhaal dat maar niet filmisch wil worden omdat het nauwelijks spanning kent en mensen de zaal in- en uit lopen.

De enige plek waar ik eigenlijk steeds wilde blijven zitten, was het zaaltje bij Spellbound van de jonge zwarte filmer Steve McQueen (1969) De voorzichtige toenadering tussen een blanke vrouw en een zwarte man die zich heel langzaam in zwart-wit op een muurvullend scherm in telkens acht minuten geluidloos voltrok, was theater door de nadruk op gebaar, oogopslag en aarzeling. Het was film door de overgave die de beelden afdwongen en beeldende kunst doordat ze zich stuk voor stuk in je vastzetten.