'Manifesta 1' gelanceerd als alternatief voor Biennales

ROTTERDAM, 22 MAART. “Als Rotterdam zo graag Culturele Hoofdstad van Europa wil worden, dan krijgt de gemeente nu een visitekaartje in de schoot geworpen.” Chris Dercon, directeur van Museum Boijmans van Beuningen, kan de komende Manifesta niet genoeg aanprijzen. Manifesta is een nieuwe biennale van beeldende kunst die zich vanaf 9 juni tot en met 18 augustus presenteert in twaalf musea en instituten in Rotterdam; van het Natuur Museum tot het Nederlands Foto Instituut, van de Kunsthal tot de zogenaamde politie-galerie.

“Het wordt geen tweede Sonsbeek, geen spoorzoeken in de stad, geen ingrijpen in de ruimte en geen kunst in het kader van het bombardement”, schampert Dercon. “Maar een toonbeeld van internationale samenwerking tussen Oost- en West-Europa, dat zonder steun of tussenkomst van officiële instellingen laat zien wat een nieuwe generatie beeldende kunstenaars bezighoudt, en hoe zij bijvoorbeeld steeds meer geïnteresseerd is geraakt in het tentoonstellen van onaffe, imperfecte kunstwerken. Veel instituten zitten tien jaar tegen een dergelijk evenement aan te zeuren. Manifesta is sneller ontstaan dan je denkt, en zonder internationale verdragen.”

Aan Manifesta 1 nemen zeventig kunstenaars uit twintig Europese landen deel, geselecteerd door een internationaal team van vijf onafhankelijke tentoonstellingsmakers; Rosa Martinez (Barcelona), Viktor Misiano (Moskou), Katalin Néray (Boedapest), Hans-Ulrich Obrist (Parijs-Wenen) en Andrew Renton (Londen). Hun werk is geënt op thema's als 'migratie, communicatie en vertaling', 'de complexe relatie tussen cultuur en natuur' en 'culturele identiteit', die, volgens Manifesta, aansluiting vinden bij het bredere debat over de aard van het hedendaagse Europa.

Zeventien deelnemers komen uit Midden- en Oost-Europa. Enkele bekende Westeuropese namen zijn: Douglas Gordon (Glasgow), Rosemarie Trockel (Keulen), Liza May Post (Amsterdam), Patrick van Caeckenbergh (Gent) en Renée Kool (Amsterdam). “Ik ken maar de helft van de zeventig kunstenaars”, vertelt Dercon, lid van het zogenaamde Nationaal Comité dat Manifesta ruggesteunt, “en daardoor vind ik de manifestatie nog interessanter dan hij al is.”

Aan Manifesta, die om de twee jaar in een Europese stad zal plaatsvinden en moet uitgroeien tot een kleinschaliger alternatief voor de biennale van Venetië en de Documenta in Kassel, zijn een paar jaar van voorbereiding voorafgegaan. Manifesta-'curatoren' organiseerden in onder meer Amsterdam, Stockholm, Moskou, Boedapest, Antwerpen, Wenen, Lissabon en Londen eerst openbare, daarna intiemere debatten om inzicht te krijgen in zowel de plaatselijke kunstgemeenschappen als ook in thematiek en ideeën van kunstenaars ter plekke. Deze uitwisselingen, veelal vastgelegd op video, zullen vervolgd worden en moeten uitmonden in een internationaal, informeel netwerk dat als platform gaat dienen voor een dialoog tussen kunstenaars, tentoonstellingsmakers en specialisten uit andere kunstsectoren.

Waren aanvankelijk tijdens deze zogenaamde 'Open Houses' de aanwezige kunstenaars vooral gespitst op hun 'eigen agenda', allengs kwam het tot bredere dialogen, tot intensere kennismakingen via fax- en e-mail, en straks zelfs tot gemeenschappelijke presentaties, vertelt Andrew Renton, lid van het selectieteam. “De beeldende kunst is steeds populairder geworden, maar er is ook steeds meer afstand ontstaan tussen de betrokkenen. Sommige kunstenaars leven vooral op vliegvelden, onderweg van de ene naar de volgende tentoonstelling. Anderen sturen als een verzendhuis hun eigen werk de wereld in, en daar blijft het bij.”

Van de betrokken curatoren, wier afzonderlijke mening bij het organiseren van eerdere tentoonstellingen vaak wet was, wordt nu verwacht dat zij hun visie ter discussie stellen. “Die procedure is niet efficiënt, maar zo voorkom je wel vriendjespolitiek die bijvoorbeeld de Aperto in Venetië heeft gekenmerkt”, aldus Renton, die het evenals Dercon toejuicht dat geen enkele Nederlander deel uitmaakt van het selectieteam van Manifesta 1. “Inmiddels is tussen de leden genoeg vertrouwen en openheid ontstaan om gezamenlijk beslissingen te nemen.”

Hoewel zich nog weinig of geen concrete werken laten beschrijven - veel komt ter plekke tot stand - is wèl duidelijk dat de twaalf Rotterdamse locaties onderling sterk in sfeer zullen verschillen. Intimiteit en sensibiliteit zijn daarbij de sleutelwoorden. Massaliteit, die bijvoorbeeld de Documenta kenmerkt, zal Manifesta 1 vreemd zijn. “Elk museum en instituut”, meent Dercon, “zal straks zijn eigen programma aan Manifesta kunnen toetsen. En de jonge bohémiens van de twintigste eeuw zullen zich kunnen afzetten tegen het 'academisme' van de drie gepensioneerde kunstenaars dat tegelijkertijd in Rotterdam te zien zal zijn: Lawrence Weiner, Hans Haacke en Daniel Buren.”