Lieve machines

Stef Jacobs: De Liefste Machine Ooit Uitgevonden, Willem Frederik Hermans en de Typemachine, Museum Scryption, Tilburg, 52 blz., Prijs ƒ 20,-.

Een mooi boekje, misschien zelfs een voorbeeldig boekje. Het maakt de indruk dat het alles behelst wat je over het onderwerp wilt weten, het is een compleet boekje, met een onopgesmukte tekst, foto's en facsimilé's, een genummerde catalogus, hier en daar wat kleur, zelfs notenschrift, toch heeft het maar 52 pagina's en het weegt precies 210 gram, en als je het uit hebt wil je meer. Ik bedoel De Liefste Machine Ooit uitgevonden, de verhandeling van Stef Jacobs over Willem Frederik Hermans en de 'typemachine'. Ik noem het schrijfmachine. Eigenlijk is het via Hermans' verzameling en door zijn talrijke opmerkingen een monografietje over de verhouding tussen mens en machine geworden.

Nu eerst een woord van welwillende kritiek. Stef Jacobs denkt dat Hermans in het bijzonder tegen een schrijfmachine die hij voor het eerst probeerde, een monologue intérieure hield. Ik ben van mening dat niet alleen hij maar iedere schrijver eerst een beetje gaat praten met het schrijfgerei dat hij na de ontmoeting naar zijn kamertje heeft meegenomen. Beiden zijn nog wat verlegen, de nieuwelinge moet op haar gemak worden gesteld, ze doet nog niet wat er op den duur van haar zal worden verlangd.

Al op de binnenkant van het omslag vind ik voor deze stelling het bewijs. Er staat: 'dwww Willem is een beetje verdrietig, omdat dezeop het oog zo mooie machine wweigert haar taak naar behoren te verrichten; allerlei iidiote geluiden maakt, maar het verdomt degelijke arbeid èàààhh::'. Hieruit blijkt dat de machine weerstand3 biedt en door een inleidend complimentje niet kan worden verleid; 'iidiote geluiden maakt'.

Dan gebeurt er iets merkwaardigs. Op deze onwillige machine klaagt Hermans zijn nood aan een derde terwijl hij de machine zèlf als het ware via deze geadresseerde opnieuw complimenteert: 'Beste vriend, dit is heel wx zeker een PRACHTMACHINE, maar helaas, er is een mankementje aan, waarvan ik niet kan ontdrekken, wjwjaardoor het wordt veroorzaakt.' Met de beste wil van de wereld kun je niet volhouden dat dit een innerlijke alleenspraak is. Hier staat een éénaktertje voor drie personen waarbij de derde, de 'beste vriend' de rol vervult die beste vrienden wel meer in verleidingsoperaties wordt toebedeeld: het 'nu hoor je het ook eens via een ander.'

Op pagina 34 - het gaat over een andere machine - veroorlooft de schrijver zich een uitbarsting van zelfbeklag en zelfverwijt. Dat lijkt misschien een innerlijke alleenspraak te zijn, maar in werkelijkheid is het zo gesteld dat de nieuwe eigenaar, door een zekere zieligheid te acteren, deze machine tot het gewenste handelen wil brengen. In het verkeer tussen mensen van vlees en bloed ook niet ongebruikelijk.

Op pagina 7 wordt de postmoderne controverse aangeroerd: schrijfmachine of computer? Dat is dan nog in de vroeg-postmoderne tijd, een jaar of tien, vijftien geleden, toen de computer in letterkundige kringen werd beschouwd als een apparaat dat het daar niet ver zou brengen, nooit dat mechanisch verlengstuk van lichaam en geest zou kunnen worden, met geen mogelijkheid zich de rol van vertrouwd partner in het scheppend werk zou kunnen verwerven. Het ligt buiten het bestek van dit boekje, maar terzijde daarvan stel ik vast dat de tijden zijn veranderd.

Zeker, een schrijver hoeft niet de pen te hanteren om zijn handschrift vast te leggen. Hij kan dat ook op de mechanische schrijfmachine doen, door de lay-out van het blad, interlinies, alinea's en vooral de kracht van de aanslag. Het werk van Hermans is daarvan een sterk voorbeeld. Bij een elektrische schrijfmachine als de IBM is er al een grotere technische afstand tussen de geest en het geschreven woord. Nog minder unieke sporen zijn er te vinden in wat er op een elektronische machine wordt geschreven. Wat daar in het binnenste gebeurt is nauwelijks beïnvloedbaar door degene die ermee werkt. Doet het ding het goed dan is het schrift anoniem en in het andere geval is er hemelaal niets. Misschien komt het daardoor dat pas na een lange verkering met zo'n IBM of Canon er een persoonlijke verhouding kan ontstaan.

Zo leek het ook met de combinatie van computer en printer te zijn. Maar er zijn twee enorme verschillen. Om te beginnen heeft de computer een veel ingewikkelder karakter. Je moet je werkelijk lang inleven om haar te doorgronden en over te halen tot wat je wilt. En dan heeft ze 99 van de 100 keer een feilloos geheugen, beter dan wie dan ook in 'schrijvers lezerskring. Uit die twee eigenschappen kan tussen schrijver en computer een band groeien, misschien hechter dan hij met zijn liefste schrijfmachine heeft gehad. (wordt vervolgd)