Huis VS: scherpere sancties Iran

WASHINGTON, 22 MAART. Een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft zich gisteren eenstemmig geschaard achter een voorstel om de Amerikaanse sancties tegen Iran en Libië te verscherpen. Ondanks protesten van de regering-Clinton besloot de commissie voor internationale betrekkingen dat scherpe sancties moeten worden genomen tegen buitenlandse bedrijven die de olie- en gassector in Iran en Libië helpen ontwikkelen. Het voorstel moet nog drie Huiscommissies passeren, voor het in het complete Huis aan de orde komt.

“Dit wetsvoorstel kan een eind maken aan hun door de staat geïnspireerd terrorisme en hun inspanningen om massa-vernietigingswapens te ontwikkelen”, aldus commissievoorzitter Benjamin Gilman. “Het maakt buitenlandse bedrijven duidelijk dat je kunt handelen met hen - of met ons”, verklaarde senator Alfonse D'Amato, die het voorstel steunt.

De regering-Clinton is voorstander van het isoleren van Teheran en Tripoli, die zij evenals het Congres beschuldigt van internationaal terrorisme en pogingen massa-vernietigingswapens te ontwikkelen. Vorig jaar juni heeft zij een eenzijdig handelsembargo afgekondigd tegen Iran; in december accepteerde zij een verscherping van het embargo op initiatief van het Congres, die voorzag in sancties tegen bedrijven die in de olie/gassector in Iran en Libië investeren. Maar de regering vreest dat het nieuwe wetsontwerp, waarbij bedrijven die handelen met beide landen van de Amerikaanse markt worden geweerd, Amerikaanse bondgenoten zal irriteren en het Amerikaanse bedrijfsleven indirect kan schaden.

De Europese Unie, die al zeer ontevreden was over de maatregel van december en zich evenmin heeft aangesloten bij de handelsboycot van juni, heeft in een brief haar “sterk en ondubbelzinnig verzet” tegen het nieuwe wetsvoorstel kenbaar gemaakt. Maar afgevaardigde Tom Lantos was daarvan niet onder de indruk. “We hebben te maken met ziekmakende regimes, en de Europeanen hebben geen morele reputatie op dit gebied. Ze verkochten alles aan Irak tot de nacht van de invasie van Koeweit. Ze zijn bereid alles aan Iran te verkopen.” (Reuter, AP)