Het kleine wereldje van trouwlustige snobs; De taal van Jane Austen wordt in films gauw absurd

De verfilmingen van Jane Austens boeken schenken vooral aandacht aan stoffering, kostuums en decors en daardoor krijgt haar gevoel voor het komieke weinig nadruk. Austen verstopte dat gevoel in overgepolijste taal, die verdampt zodra iemand er een camera op richt. Drie van haar romans zijn inmiddels verfilmd.

Sense and Sensibility draait vanaf deze week in de Nederlandse bioscopen.

Wat is het voor wereld, de wereld van Jane Austen? Het kan niet bestaan dat deze ooit, ook niet in het begin van de vorige eeuw toen Jane Austen (1774-1816) haar boeken schreef, maar vagelijk realistisch is geweest. Daarvoor lopen er te veel karikaturen rond, daarvoor zijn de universumpjes waarin alles zich afspeelt te klein en te afgerond, en vooral is daarvoor de belangstelling voor liefde en huwelijk te alomtegenwoordig. Ook aan het eind van de achttiende eeuw moet een vrouw toch wel eens wat anders aan het hoofd gehad hebben. De mannen hebben in deze romans trouwens ook niet veel anders te doen dan roddelen en verliefd zijn, hoe verstandig ze ook heten te zijn.

Zijn het dan komedies of satires? In de Jane Austen-wetenschap gaan ze daar meestal voor door, al verdwijnen sommige geleerden moeiteloos in psychologische, pre-freudiaanse werelden waarin het om zelfrealisatie gaat of om het onvermogen greep te krijgen op de wereld. En menigeen wijst ook op het belang dat een huwelijk nu eenmaal had voor een vrouw uit bepaalde kringen, de bepaalde kringen waarover Jane Austen schrijft. Een vrouw uit die kringen ging beslist niet uit werken, ook niet als ze geen geld had, al kon ze onder bepaalde omstandigheden gouvernante worden. Maar dan daalde ze wel meteen in status, en als iets in deze boeken onverdraaglijk is, dan is het om in status te dalen.

Een vrouw moest dus een man zien te krijgen. Liefst een man met geld. Maar trouwen uit gewin is onbeschaafd en verwerpelijk. Er moet uit liefde getrouwd worden. Wie echter zo dom is om uit liefde te trouwen zonder dat één van beide partijen een cent heeft in te brengen, is niet helemaal van de wereld, zoiets grenst ook aan het onbeschaafde. Want voor een beschaafde huishouding, voor ontvangsten en dineetjes en elegante kleren, voor alles, kortom, wat het leven de moeite waard maakt, is geld nodig. Een commentator heeft het huwelijksbeeld van Austen ooit kort en bondig samengevat: “It was wrong to marry for money, but it was silly to marry without it.”

Verliefd

Met dat probleem zitten haar hoofdpersonen dus vaak: zij moeten een zowel aantrekkelijke als rijke man vinden, op wie ze verliefd kunnen worden en hij ook op hen.

En met dat probleem zitten de lezers ook: we lezen onrealistische romans waarin aanzien de voornaamste zorg van de hoofdpersonen is, en waarin het ieders doel is om verlovingen tot stand te brengen. De romans van Jane Austen zijn boeken over trouwlustige snobs en hun vrienden. Wat maakt het dan toch de moeite waard om al die bladzijden te lezen?

Het is makkelijk genoeg om te zeggen: de taal. Jane Austen beschikt over een tot in de puntjes doorgevoerde stilistische elegantie, en ze is daarbij geestig en ironisch: “Het is een algemeen bekend feit dat een ongetrouwde man in het bezit van veel geld, moet verlangen naar een echtgenote”, luidt de eerste zin van Pride and Prejudice. Maar taal alleen is niets. In taal wordt wat gezegd, er wordt een houding, een visie mee tot uitdrukking gebracht. Wat wil een schrijfster vertellen die haar wereldjes zo klein maakt? Die moet het wel gaan om details, om wat zich afspeelt als je goed kijkt - niet om het grote gebaar. De geschiedenis krijgt geen kans in haar boeken, zelfs haar eigen tijd dringt er nauwelijks in door. Een cineast die bezig is Emma te verfilmen, beweerde onlangs nog dat als Jane Austens personages niet in rijtuigen zouden rijden en andere kleren zouden dragen, alles zich net zo goed vandaag de dag zou kunnen afspelen. Wat niet helemaal waar is, maar in zekere zin wel. De menselijke bekrompenheid, sowieso het karakter van mensen, hun manier van over zichzelf, hun vrienden en kennissen en hun positie in het leven nadenken en praten, verandert niet.

Dat is goed te zien aan Clueless, een zeer hedendaagse verfilming van Emma. Daarin is de wereld van Emma verplaatst naar een middelbare school in Beverley Hills en het is verrassend hoe gemakkelijk dat kan. Emma, een soort koninginnetje van een klein dorp, is veranderd in de zeer rijke Cher, koninginnetje van haar school. Huisvriend Mr. Knightley, met wie Emma omgaat als met een broer maar van wie ze, tot haar eigen verrassing, blijkt te houden (en hij ook van haar) is letterlijk een broer geworden, een stiefbroer uit een eerder huweljk van Chers vader. De vriendin die Emma uit verveling neemt, Harriet Smith, een meisje dat ver beneden haar staat in status en ontwikkeling, is nu een nieuw meisje op school, dat er hobbezakkig uitziet en door Cher wel eens even onder handen genomen zal worden. Cher doet dat net als Emma, half uit aardigheid voor het meisje, half uit tijdverdrijf. 'Al met al was ze ervan overtuigd dat Harriet Smith precies de jonge vriendin was die haar ontbrak - precies datgene waar haar huis om vroeg.'

De moderniseringen zijn maar kleine ingrepen, die de aard van de verhoudingen tussen de personages intact laten, net als hun verschillen in status en sociale klasse. Emma is een afgrijselijke snob, die over de jongeman die verliefd is op haar vriendin Harriet zegt: 'een jonge boer, zij het te paard of te voet, is wel de laatste persoon om mijn nieuwsgierigheid te wekken. De kleine landeigenaren zijn precies het soort mensen met wie ik voel dat ik niets van doen kan hebben.' Het is pijnlijk onrechtvaardig en bekrompen, die uitspraak, en al helemaal voor een hoofdpersoon die dankzij haar geestigheid, levendigheid en intelligentie ons hart heus wel weet te veroveren. Cher in de film is precies zo'n snob, die achteloos tegen de Peruaanse werkster zegt dat ze nu eenmaal geen 'Mexicaans' spreekt en verbaasd is als de vrouw daar aanstoot aan neemt. 'Jij bent al overstuur als mensen denken dat je in een andere buurt woont!', verwijt het verstandige stiefbroertje haar.

Clueless is in zekere zin de ideale Jane Austen-verfilming: grappig, volmaakt oppervlakkig en volkomen artificieel. Het is net of de tóón van die boeken hiermee ook werkelijk verfilmd is. Uit elke roman blijkt zo overduidelijk het plezier waarmee hij geschreven moet zijn, er gaat zo'n vrolijke vitaliteit van uit, en die is in deze film, in tegenstelling tot de kostuumfilms die ook naar Austens romans gemaakt zijn, heel goed bewaard gebleven. Het enige echte verschil is de soort oppervlakkigheid: die van Clueless dient alleen tot vermaak, de oppervlakkigheid van Jane Austens boeken laat de veelzeggende buitenkant van de menselijke omgang zien. Clueless is ècht een zeepbel, de romans van Jane Austen doen alleen maar alsof.

Rijtuigen

Dat het Austen gaat om datgene wat zich onafhankelijk van tijd en omstandigheden afspeelt, om iets fundamenteels, blijkt ook uit haar opvallende verwaarlozing van uiterlijke details. Aan beschrijvingen doet ze nauwelijks, ze beperkt zich vaak tot vage aanduidingen. Van alles en iedereen - huizen, rijtuigen, jurken, mannen - stelt ze vast of ze wel of niet 'elegant' zijn, maar veel meer zegt ze er niet over. Marianne Dashwood (uit Sense and Sensibility) is mooi, dat blijkt uit reacties op haar verschijning, maar meer dan dat weten we niet. Huizen zijn meestal groot en welgelegen, er is altijd wel een heuvel en wat bosjes, en daarmee heb je het gehad. Mannen zijn mannelijk, met bij voorbeeld 'a fine figure', maar wat wij ons daarbij voor moeten stellen? Geen interieur, geen dier, geen kind, geen bediende wordt een blik waardig gekeurd. Er zijn de voornaamste personages, al of niet elegant, en die praten. Liefst over elkaar.

Toch, want lezers zijn eigenwijs, raak je nieuwsgierig naar hoe de wereld van Emma, of die waarin de zusjes Dashwood op mannenjacht zijn, er nu eigenlijk uit ziet. Wat dat betreft zijn de tijdsgetrouwe verfilmingen, zoals Sense and Sensibility (onder regie van Ang Lee) en de BBC-serie Pride and Prejudice (van Cyril Coke, ook op video uitgebracht) heerlijk. Net of je eindelijk iets te zien krijgt wat zich al die tijd achter de tekst heeft schuilgehouden. Ah: zó ziet Marianne Dashwood eruit! Goh, dat zo'n buiten zo groot was! En wat een hoop schapen hadden ze vroeger! Onhandig toch die hoeden! Geen mode voor oudere dames die jurken met die hoge tailles!

Zodra die nieuwsgierigheid bevredigd is, blijkt de moeilijkheid van een getrouwe Austen-verfilming. De taal van Jane Austen is onnavolgbaar elegant en verfijnd, maar wie acteurs die lange, krullerige zinnnen laat uitspreken alsof het om realistische conversatie gaat, maakt iets absurds, zoals, vooral, de Pride and Prejudice-verfilming laat zien. Dan blijft er voornamelijk een nogal drakerig verhaal over. In Sense and Sensibility is de geest van het boek beter bewaard gebleven, juist doordat scenariste Emma Thompson zich meer ingrepen en eigen vondsten heeft gepermitteerd. De subtiele vermenging van komedie en ernst blijkt een heel moeilijk mengsel voor filmers.

De personages, toch al niet voorzien van grote psychologische diepgang, worden in de films gemakkelijk van bordkarton. In de verfilming van Pride and Prejudice is de held Mr. Darcy, voor wie je in het boek uiteindelijk samen met de heldin zwicht, van begin tot eind zo'n stijve hark dat hij eerder lachlust wekt dan begeerte. Colonel Brandon uit Sense and Sensibility is ook te rolvast om in te geloven: aldoor die door oud verdriet gewonde blik, die plechtstatig uitgesproken mompelingen, die niet uit de plooi te krijgen ernst - geen wonder dat de allerliefste Marianne Dashwood weinig tot niets in hem ziet.

John Cleese

Je zou willen dat cineasten iets minder eerbiedig met de boeken omgingen, dat er niet zoveel aandacht was voor stoffering en decor, en meer voor Austens gevoel voor het komieke en absurde. Ze verstopt dat gevoel met een uitgestreken gezicht in overgepolijste taal, en het lijkt wel als vanzelf te verdampen zodra iemand er een camera op richt. Misschien dat John Cleese er zijn krachten eens op zou moeten beproeven. Kijken of die raad weet met de implicaties van zulke zinnen: “De menselijke natuur is degenen die in interessante situaties verkeren zo welgezind, dat over een jong iemand die hetzij trouwt, hetzij sterft, zeker vriendelijk gesproken zal worden.”

Een voordeel van alle verfilmingen is wel, het is oneerbiedig om te zeggen maar vooruit, dat het verhaal er voor bekort moet worden. Want Austens romans, bij al hun geest en humor, zijn wel eens aan de trage kant. Als zij een personage introduceert dat veel praat, dan laat ze dat ook praten, bladzijden lang. Niet één keer, maar rustig vier keer. Het is voor een lezer niet altijd een genoegen om dat gekwek te lezen. Austens neiging tot opzichtige karikaturen is groot, waardoor men zich als lezer niet altijd helemaal voor vol voelt aangezien. Het was immers allang duidelijk dat iemand een domoor was zonder dat dat twintig keer wordt getoond.

Over wat voor iemand Jane Austen was en hoe ze leefde is niet erg veel bekend. Haar zuster Cassandra heeft na Jane's dood in 1816 veel van de brieven vernietigd en alleen die over gelaten waarin weinig interessants te vinden is. Wat we weten is dat Jane een groot deel van haar leven met haar zuster en haar ziekelijke moeder in een cottage woonde, zuinig onderhouden door een welgestelde broer. Ze bleef ongetrouwd, al zijn er wel mannen in haar leven geweest, maar ook daarover heeft de familie zoveel gezwegen dat die mannen schimmen zijn geworden. Jane Austens brieven, voor het grootste deel gericht aan Cassandra, zijn alleen interessant voor degenen die èlke letter van haar willen lezen - ze bestaan voornamelijk uit nieuwtjes en feiten en reisjes en uitstapjes, doorspekt met namen van mensen die je er niet uit leert kennen. Over haar werk laat ze zich vrijwel nooit uit. De belangrijkste uitspraak daarover die van haar bewaard is gebleven, namelijk dat haar kunst er een is van de bewerking van een klein stukje ivoor 'met een zo fijne borstel, dat die maar weinig effect produceert, na veel inspanning' wordt dan ook alom geciteerd.

Natuurlijk is die uitspraak over-bescheiden, want zo weinig effect produceert ze niet. Ze maakt van elk klein voorval een compleet sociaal drama, met komische, verwarrende, teleurstellende en triviale kanten. En het voornaamste effect wat ze produceert, is dat ze laat zien hoe iedereen uit alle macht bezig is zijn leven te leiden en te besturen en hoe men elkaar daarbij voornamelijk reusachtig in de weg loopt. Domheid alom, veel goede bedoelingen die verkeerd uitpakken, welmenende en verstandige raadgevingen zijn bijna altijd tot dovemansoren gericht. Er zijn wel commentatoren geweest die verschrikt hebben uitgeroepen: “Ze haat mensen!”, maar zo erg is het niet. Uit Austens romans spreekt geen haat, wel een intelligente en spotlustige blik. Zij lijkt geen zin gehad te hebben zichzelf voor de gek te houden waar het de menselijke natuur aangaat, maar ze moet zich ook voorgenomen hebben er niet om te huilen, maar erom te lachen. Of voornemen: het moet haar natuur geweest zijn die maakte dat de combinatie van doorzicht en lachlust zo vanzelfsprekend uit haar pen vloeide.