Heide en Oskar, SPD-vete in de Noordduitse klei

NORDERSTEDT/BRUNSBÜTTEL, 22 MAART. Je denkt aan Zeeland als je erdoor rijdt. Zware klei, kleine stadjes met veel oud bruin en vaal groen tussen nieuwbouw van gisteren. Veel tweebaans-wegen. Mooie plaatsnamen als Quickborn in het zuiden, Itzehoe in het midden, Glücksburg in het noorden, aan de Deense grens. Bijna overal zeelucht, in het westen de Noordzee, in het oosten de Oostzee. Daartussen 2,7 miljoen mensen, die van agrarisch op weg zijn naar industrie, meer nog naar dienstverlening. De meerderheid woont in Toorop-landschappen. Hanzesteden als Kiel, hoofdstad, en Lübeck, waar Thomas Mann zijn Buddenbrooks liet leven, zouden elders niet zo groot zijn als hier.

Hier is Sleeswijk-Holstein, waar SPD-premier Heide Simonis (52) komende zondag moet zien de absolute meerderheid in de landdag te bewaren die zij twee jaar geleden erfde van haar tussentijds nogal smadelijk afgetreden voorganger Björn Engholm. Die moest heengaan als SPD-voorzitter én als regionaal premier omdat hij tegenover parlementaire onderzoekcommissies had verzwegen dat hij, net als andere leden van de regionale SPD-top, al heel vroeg meer wist van de affaire-Barschel dan hij had voorgewend.

Ter herinnering: Uwe Barschel was de belichaming van de naoorlogse Westduitse beroepspoliticus die een nederlaag gelijkstelt met een persoonlijke ondergang. Hij was de CDU-premier van Sleeswijk-Holstein die een kleine tien jaar geleden de verkiezingen desnoods wilde winnen door deze Engholm in opspraak te laten raken als homofiel of fiscaal fraudeur. En daarvoor stiekem een journalistieke provocateur inschakelde, die niet alleen vlak vóór die verkiezingen door het weekblad Der Spiegel werd ontmaskerd, zodat de CDU zwaar verloor, maar zich ook - zoals 1993 pas bleek - ondershands met Engholm c.s. had verstaan. Zodat Engholm, die 1992 zijn absolute meerderheid met 46,2 procent net had behouden (1988: 54,8), in één klap van slachtoffer een co-intrigant en leugenaar werd en moest vertrekken.

Heide Simonis, die in de opiniepeilingen van deze week op 44 procent staat en vermoedelijk dus een coalitie met de Groenen of de FDP zal moeten sluiten, is een in Bonn geboren econoom die een weekend-huwelijk heeft met een Berlijnse hoogleraar met wie zij ooit in Zambia en Japan werkte. Zij heeft een passie voor grote oorbellen en hoeden, waardoor haar verkiezingsposters er tamelijk gevarieerd uitzien. “Opperhoofd scherpe tong” is haar bijnaam, een bijnaam waaraan ze hard heeft gewerkt sinds ze in '76 als 33-jarige verrassend een rechtstreeks mandaat voor de Bondsdag haalde. SPD-voorzitters moeten met haar oppassen. De grote Willy Brandt merkte dat in 1987 toen zij openlijk zijn (mislukte) poging kritiseerde om als SPD-woordvoerder een partijloze Grieks-Duitse jongedame in dienst te nemen. Wegens die affaire-Margarita Mathiopoulos trad Brandt af als partijvoorzitter. Oskar Lafontaine, premier van Saarland, pleitte vorig najaar na zijn verkiezing als SPD-voorzitter even, naar hij zei á la Keynes, voor vergroting van het Duitse begrotingstekort en kreeg toen - als “economisch spasticus” - direct openlijk een draai om de oren van Heide Simonis. Andere voorbeelden: de FDP noemt zij in haar campagne “een wankele pudding”, zij vraagt haar gehoor om “in Godsnaam niet zo dom te zijn om op de Groenen te stemmen” en zegt over haar CDU-uitdager Ottfried Hennig (wordt op 35 procent gepeild) vriendelijk dat hij drie zware operaties toch zo kranig heeft doorstaan.

Norderstedt is een slaapstad die in de noordrand van de zogeheten Speckgürtel rondom Hamburg ligt. De mensen werken in die havenstad, zorgen er voor grote verkeerscongesties en maken er een dure infrastructuur nodig, maar wonen in Sleeswijk-Holstein en betalen dáár belasting. In de kerkelijke ontmoetingszaal Schalom zal Oskar Lafontaine deze dinsdagavond te zes uur voor omstreeks 300 bezoekers spreken. Zijn gehoor hier weet dat (nog) niet maar hij heeft in het verre Bonn net een slechte dag achter de rug. Hij had er namelijk het daar werkzame journaille 's morgens ter persconferentie genood om nog eens uit te leggen wat er beleidsmatig schort aan Kohls regeringscoalitie.

Van dat plan hadden Kohl en de CDU net op tijd gehoord, zodat de kanselier - die de media even weinig bemint als Lafontaine - snel besloot dan ook maar een persconferentie op een concurrerend tijdstip te houden. Resultaat: Lafontaine trok een vrij kleine groep journalisten die hem bovendien na zijn voorspelbare uiteenzetting van tien minuten geen enkele vraag stelden en hem vervolgens ook nauwelijks aandacht in hun media gaven. Bij Kohl, die verontwaardiging over het geweld van PKK-gezinde Koerden in de aanbieding had alsook de aankondiging dat hij na de verkiezingen van zondag echt met een groot bezuinigingsprogramma komt, zaten veel méér journalisten die met zijn persconferentie ook veel meer deden.

De zaal in Norderstedt hangt vol met posters van Heide Simonis, maar de SPD-voorzitter zal haar naam maar één keer noemen. Hij moet hier wel, maar van harte gaat het niet, want die twee zijn geen vrienden. Simonis heeft hem het afgelopen half jaar niet alleen gekritiseerd wegens zijn intussen vergeten greep naar Keynes. Zij heeft ook weinig waardering getoond voor zijn bezwering dat de Europese muntunie geen goed idee is zolang het Verdrag van Maastricht niet verbeterd is en zij heeft Lafontaines pleidooien voor een beperking van de toelating van Aussiedler (volksduitsers, vooral uit Rusland) zelfs “onder de maat” genoemd.

Wat niet wegneemt dat Lafontaine ook in zaal Schalom zijn verhaal over die brandende kwestie nog eens afsteekt. Over de arme weduwe wier man 45 jaar heeft gewerkt en al die tijd in Duitsland AOW-premie heeft betaald. Maar die het nochtans met 1300 mark in de maand moet doen terwijl die volksduitsers, “die hier bij ons nooit premies hebben betaald” direct meer geld krijgen. En over het gebrek aan woningen en werk dat die 220.000 Aussiedler per jaar nog nijpender maken. En over hoofdredacteuren van landelijke kranten en weekbladen “die mooi wonen en verdienen en hierover dus van die liberale opvattingen hebben”. De zaal wil er wel voor klappen, de mensen weten hier niet dat de SPD-fractie in de Bondsdag twee maanden geleden nog instemde met de geldende toelatings-contingentering van volksduitsers en de kortingen op voorzieningen voor hun begeleiding.

Wat er ook goed ingaat is Lafontaines kritiek op de “militarisering van onze buitenlandse politiek”, zoals blijkt uit de deelneming van Duitse soldaten aan internationale vredesmissies. Ook op dit stuk weet de zaal niet dat de SPD-fractie in Bonn zich sinds een half jaar, en niet zonder moeite, bij de mening terzake van de regeringscoalitie heeft aangesloten en daarbij inmiddels gezelschap heeft gekregen van de helft van de fractie van Joschka Fischers Groenen. Fel geselt Lafontaine in zijn verhaal ook dat de rijken in Duitsland steeds rijker worden, en steeds minder belasting betalen, dat ondernemers vaak Pfeiffer (sukkels) zijn en werknemers het gelag moeten betalen. Namelijk met lagere inkomens en een steeds grotere werkloosheid. Het is verkiezingstijd, maar het “hadjememaar”-gehalte van de rede van de SPD-voorzitter is toch nogal hevig.

Anderhalf uur later en vijftig kilometer noordelijker, in het Bildungszentrum van het stadje Brunsbüttel, herhaalt Lafontaine zijn refrein. De Aussiedler, die weduwe, de ondernemers die geen belasting betalen, niet ondernemend zijn, geen nieuwe produkten bedenken maar alleen mensen ontslaan, de militarisering van de buitenlandse politiek, vroegere en komende belasting- en premieleugens van Kohl - zij worden ook daar de zaal ingestuurd. En met succes, opnieuw.

Heide Simonis, die op weg lijkt de eerste gekozen vrouwelijke (regionale) Duitse premier te worden, is in de campagne niet één keer samen met Lafontaine opgetreden, en dat lijkt niet toevallig. Als ze even kan, en als het moet, zou ze na komende zondag - anders dan partijchef Lafontaine - een coalitie met de FDP prefereren boven samenwerking met de Groenen. Zo denkt ook haar partijgenoot premier Kurt Beck in Rijnland-Palts. In Baden-Württemberg wil de CDU-premier, Erwin Teufel, graag af van zijn coalitie met de SPD en - als hij geen absolute meerderheid haalt - de FDP als partner. In alle drie deelstaten lag de FDP deze week in de enqûetes net boven de kiesdrempel van 5 procent. Mocht ze dat zondagavond in de uitslagen nog doen krijgt de coalitie-Kohl in Bonn iets meer adem.

Mocht de FDP in twee of drie deelstaten sneuvelen zijn twee dingen verzekerd: 1) Kohls coalitie wordt dan nog labieler en 2) de vorming van meer regionale roodgroene coalities (naast de bestaande in Hessen en Noordrijn-Westfalen) zou dan voor de SPD richtinggevend kunnen/moeten worden voor 1998, het jaar van de volgende Bondsdagverkiezingen.

Zogezien, maar alleen zogezien, heeft komende zondag “elke uitslag” nog wel wat goeds voor Kohl c.s., op korte of op iets langere termijn. Meer adem nú zou hij goed kunnen gebruiken. En anders zou de Europese kampioen Kohl straks wel pap lusten van een nationale campagne tegen roodgroen, een campagne namens het oude “burgerlijke” Duitsland tegen alles wat links of onconventioneel of anderszins anders is. Dan draaien de wielen terug, 30 jaar na “1968”.