Heeft het Holland Festival nog ambities?

AMSTERDAM, 22 MAART De schulden die het Holland Festival in het verleden had gemaakt zijn inmiddels helemaal afbetaald, maar dat geeft geen lucht, zoals men zou denken. De subsidies zijn intussen voor een groot deel verdwenen en met het overgebleven geld kan heel weinig meer.

Het was een zeer somber beeld dat directeur Jan van Vlijmen deze week schetste van de toekomst van het Holland Festival. Natuurlijk vroeg hij om een verdubbeling van de rijkssubsidie. Maar bijna alle kunstinstellingen willen meer subsidie, dus is het onwaarschijnlijk dat Van Vlijmen ook inderdaad krijgt wat hij wil. En dan gebeurt wat wordt gevreesd: het Holland Festival, dat nu nog de hele maand juni duurt, wordt na het vertrek van Van Vlijmen volgend jaar een mini-festival dat slechts twee weken in beslag neemt.

Wat zagen de vooruitzichten er zes jaar geleden nog anders uit. Ad 's-Gravesande, de voorganger van Van Vlijmen, leidde het festivalprogramma in onder de kop 'Een glorieuze toekomst'. “Voor u ligt het programma van 1990. Een eerste proeve van betere tijden. Met ingang van dit jaar is namelijk de overheidssubsidie voor het Holland Festival verdubbeld. Hierdoor werd een lange achterstand in een klap weggewerkt en komt het Holland Festival in een met buitenlandse festivals meer vergelijkbare positie. Dit alles dankzij het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van WVC en de gemeente Amsterdam. Het festival kan zijn programma verbreden, nieuwe initiatieven ontwikkelen (méér opera en muziektheater!) en een aantal plannen die er al langer liggen eindelijk realiseren. U zult er de komende jaren nog veel van merken. Het festival slaat nieuwe wegen in.”

Inmiddels is die glorieuze toekomst alweer verleden tijd. Het ministerie van EZ stopte de subsidiëring, die bedoeld was om toeristen aan te trekken. De gemeente Amsterdam voerde een flinke korting door. Het Holland Festival is dit jaar een van de co-producenten van de opera Marco Polo, maar ziet in juni niet eens kans de geënsceneerde versie te tonen en houdt het op één concertante uitvoering. Het theaterprogramma telt slechts twee produkties. Het dansprogramma is uitsluitend gewijd aan choreograaf Frederic Forsythe, van wie niet eens een nieuw werk gaat.

Is het Hollandse kunstfeest voorgoed voorbij? Is er volgend jaar, als het Holland Festival vijftig jaar bestaat, nog wel iets te vieren? Of wordt het jubileumboek een in memoriam - met herinneringen aan de goede oude tijd, toen de opera's van Haydn voor het eerst sinds eeuwen in het Holland Festival werden uitgevoerd, toen Kathleen Ferrier nog zong in het Holland Festival, toen Pierre Monteux, Bruno Walter, Leonard Bernstein, Erich Kleiber, Benjamin Britten en George Szell er nog dirigeerden en toen Maria Callas er nog optrad.

Volgend jaar wordt ook het aantal concerten gehalveerd: van vijfentwintig dit jaar tot tien of twaalf. Dat is echter geen gevolg van de financiële armoe, maar een welbewuste beleidsbeslissing van het Holland Festival in de beleidsnota het Holland Festival en het Fin de Siècle. De scheidende directeur Jan van Vlijmen vindt het normale muziekaanbod in Amsterdam al zo groot en gevarieerd, dat daaraan voor het Holland Festival nauwelijks iets is toe te voegen.

Voortaan klinkt in het Holland Festival naast de zo dure opera-uitvoeringen veel minder concertmuziek, die juist relatief goedkoop is. Eigenlijk is er alleen nog ruimte voor 'componistenportretten' of retrospectieven, zoals er vorig jaar een werd gewijd aan Karlheinz Stockhausen, dit jaar aan Pierre Boulez en volgend jaar aan Matthijs Vermeulen.

De omvang en variëteit van het Amsterdamse muziekleven zijn inderdaad opmerkelijk en internationaal gezien een unicum. Geen concertzaal ter wereld wordt zo intensief gebruikt als het Concertgebouw en daarnaast klinkt zeer veel muziek in tal van zalen, zaaltjes en kerken. Maar dat betekent allerminst dat het ideaal nu is bereikt, dat er van alles precies genoeg wordt uitgevoerd en dat er voor een festival dat zich richt op eigentijdse kunst niets meer valt te verzinnen.

De ensembles voor eigentijdse muziek zijn zeer actief, maar hebben zelf nog tal van onvervulde wensen, waarvoor zij bij staatssecretaris Nuis forse subsidieverhogingen hebben aangevraagd. De grote orkesten doen op dit gebied veel minder, en als er wat gebeurt is een première of een eerste uitvoering in ons land meestal ook meteen de allerlaatste keer dat een werk is te horen. Het grote repertoire van de laatste eeuwhelft zou in de jaren rond 2000 eens opnieuw kunnen worden doorgenomen.

Natuurlijk valt er naast het 'gewone' aanbod van alles te verzinnen en te organiseren - dat is juist de taak van een festival en zeker van Jan van Vlijmen, een componist en een propagandist van avant-garde, zou men dat verwachten. De uitvoering van Pli selon Pli van Boulez, een uiterst zeldzame gebeurtenis die het Holland Festival dit jaar brengt, is immers niet het enige dat nog aan de Nederlandse muziekpraktijk ontbrak, waarna we tevreden achterover kunnen leunen.

Een groot deel van dat succesvolle Nederlandse muziekleven is juist aantoonbaar een rechtstreeks voortvloeisel van de initiatieven die het Holland Festival de afgelopen decennia heeft ondernomen. De door het Amsterdamse Concertgebouw strikt commercieel opgezette serie 'Carte blanche' met zes concerten rond Reinbert de Leeuw vormt dit seizoen een van de vele bewijzen voor het blijvende artistieke en publieke succes van de Holland Festival-programmering uit het verleden.

De muziek van Goebaidoelina en Oestwolskaja werd in ons land door Holland Festivalprogrammeur Elmer Schönberger geïntroduceerd. Het programma met film, ballet en opera van Satie, Milhaud, Hindemith en Antheil was een dankbare terugblik op roemruchte Festivalconcerten van vijfentwintig jaar geleden. Ook tal van andere Festivalconcerten uit het recentere verleden, zoals die met muziek van Italiaanse, Duitse en Chinese eigentijdse componisten hebben een blijvende invloed op het Nederlandse muziekleven. Berio, Stockhausen en zoveel anderen, die kennen we toch vooral dank zij het Holland Festival?

Is het verleden zo fantastisch dat al het werk echt is gedaan en nieuwe initiatieven onvoorstelbaar zijn? Per definitie niet, uiteraard. De taak van een festival is bij uitstek om actief op zoek te gaan naar interessante dingen, in ruime mate opzienbarende uitvoeringen te organiseren, opdrachten uit te delen, avant-garde te introduceren, daaraan prestige te verlenen en het kunstleven op beslissende wijze te beïnvloeden.

Van Vlijmen zat daar dinsdag zielig in zijn eentje achter een tafel toen hij sprak over de dreigende ellende. Vroeger werd de Festivaldirecteur gesecondeerd door muziekprogrammeur Elmer Schönberger, theaterprogrammeur Arthur Sonnen en dansprogrammer Marc Jonkers. Zij zijn allemaal verdwenen en volgend jaar stapt ook Van Vlijmen op. Natuurlijk is het schandelijk dat het festival zo weinig geld krijgt. Maar veel ernstiger is dat sterk bevlogen artistieke ambities ontbreken bij een directeur en een festivalbestuur dat nu op zoek is naar een opvolger. Nemen we tijdens het afscheid van deze eeuw ook definitief afscheid van de glorieuze toekomst van het Holland Festival?