Gergjev ziek, maar hij ging nog even door

Concert: Schoppenvrouw van P.I. Tsjaikovski door de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 18/3 Vredenburg Utrecht.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Kirov Operakoor, Rotterdams Jongenskoor, Zaans Jongenskoor en Stuart Neil, tenor. Programma: I. Strawinsky: Apollon musagète; H. Berlioz: Te Deum. Gehoord: 20/3 De Doelen Rotterdam. Herhalingen: 22/3 aldaar; 23/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 29/3 20.02 uur Radio 4 (opn. 23/3).

Na een week met zeven optredens, repetities en het in Hilversum op cd zetten van Prokofjevs opera De speler was Valery Gergjev maandag ziek: zware griep, geen stem meer, een wrak. Niettemin leidde hij in het Utrechtse Vredenburg nog een concertante uitvoering van Tsjaikovski's Schoppenvrouw door zijn Kirov Opera, maar in de laatste acte moest hij zich steeds meer vasthouden aan de stang achter hem. Tot de vier concerten die hij deze week met het Rotterdams Philharmonisch Orkest zou geven was hij niet meer in staat.

Ondanks alles kreeg Schoppenvrouw in Utrecht nog een hoogst respectabele en enerverende vertolking. Irina Loskoetova was een opmerkelijke, bijna hysterische Lisa, Irina Bogatsjeva zorgde voor een fascinerende uitbeelding van de oude gravin.

Voor tenor Vladimir Galoezin, die de rol van de goklustige Herman zong, betekende dit ook een revanche voor de mislukte Tosca, die Gergjev met Kirov in oktober in Utrecht bracht, waarbij Galoezin halverwege moest afhaken. Galoezin zong tijdens het Haagse optreden van de Kirov Opera ook de titelrol in De speler, zodat hij nu twee keer in ons land gestalte gaf aan een personage met een desastreuze obsessie voor gokken. Ze lijken wel een transformatie van Gergjev met zijn obsessieve drang tot dirigeren, die hem voortdurend drijft naar de grenzen van zijn fysieke krachten.

Gergjev wordt nu bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest vervangen door de jonge Armeen George Pehlivanian, die al eerder in ons land optrad met het Residentie Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest. Ook dirigeerde hij in St. Petersburg de Kirov Opera, waarvan het koor nu meezingt in het Te Deum van Berlioz.

Strawinsky's Apollon musagète kreeg onder Pehlivanian een erg lichte, kleine en nogal onderkoelde uitvoering - een stuk voor alleen maar strijkers is niet automatisch kamermuziek. De emotievolle soli van concertmeester Gerard Hettema staken er flink bij af.

Het Te Deum, een oefening voor de zoveel mooiere Grande Messe des Morts, vormt wel het grootst mogelijke contrast met deze Strawinsky, zeker nu het martiale en triomfalistische stuk nog werd voorafgegaan door de Marche pour la présentation des drapeaux: nog meer werk voor de vier trommelaars en een typisch Franse integratie van kerk, staat en nationalisme. Behalve het door Stuart Neill fraai gezonden ingetogen gebed Te ergo quaesumus, Domine is het Te Deum muziek die geen aanvuring behoeft, maar niettemin werd de druk bewegende Pehlavinian niet moe zijn koren en musici op te zwepen tot steeds grotere luidruchtigheid.