Gedogen aan banden gelegd; Steun Tweede Kamer voor drugsbeleid

DEN HAAG, 22 MAART. De Tweede Kamer steunt het drugsbeleid dat het kabinet wil gaan voeren.

Dat bleek gisteren aan het slot van het Kamerdebat over de drugsnota van de ministers Borst (Volksgezondheid) en Sorgdrager (Justitie) en staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse Zaken).

Het gedoogbeleid wordt niet uitgebreid. Het aantal coffeeshops in Nederland, nu ongeveer 1.200, wordt drastisch ingekrompen. De richtlijnen die nu gelden zullen strenger worden gehandhaafd. Bovendien komt er een limiet van vijf gram per klant bij de verkoop van softdrugs in de coffeeshops.

Op dit moment wordt maximaal dertig gram gedoogd. Met die verlaging hoopt het kabinet buitenlandse drugstoeristen te ontmoedigen. In de praktijk zijn het al vooral buitenlanders die in eén transactie meer dan vijf gram softdrugs kopen. Maar, zei minister Sorgdrager gisteren, “de coffeeshops zijn nooit bedoeld om het buitenland te bevoorraden”.

De richtlijnen houden onder meer in dat er een streng verbod geldt voor de verkoop van harddrugs, en een verbod op de verkoop van softdrugs aan minderjarigen. Ook mogen de coffeeshops geen overlast voor de omgeving veroorzaken of reclame maken.

Voor de bevoorrading van de coffeeshops aan de 'achterdeur' komt geen richtlijn. Minister Sorgdrager voelt daar niets voor, omdat het college van procureurs-generaal dan “afspraken” zou moeten maken over de produktie en de toevoer van de verboden nederwiet. Dat komt te dicht bij een legalisering van verdovende middelen, vindt de minister. De lokale driehoeken van politie, justitie en burgemeester moeten bepalen of de teelt van softdrugs wordt aangepakt of niet, vinden kabinet en Kamer. Kleinschalige huisteelt blijft strafbaar, maar zal niet door het openbaar ministerie worden aangepakt op basis van het 'opportuniteitsbeginsel', wat inhoudt dat de opsporing van 'enkele planten' geen voorrang krijgt in het beleid van het OM. Grootschalige teelt van 'nederwiet' wordt wel streng aangepakt.

Sorgdrager, Borst en Kohnstamm erkenden gisteren dat het gedoogbeleid uit de hand is gelopen, met veel overlast en drugstoerisme als gevolg.

Het bestand aan gedoogde verkooppunten moeten volgens de minister worden “gesaneerd” door strictere handhaving van de bestaande criteria die gelden voor coffeeshops. De fracties van PvdA en D66 wilden verder gaan dan het kabinet, en met een regeling komen voor de aanvoer van softdrugs naar coffeeshops. Zij vrezen dat de coffeeshops nu in contact blijven met het criminele circuit.

Uiteindelijk bleef de PvdA-fractie tijdens het debat alleen achter met het standpunt dat de aanvoer van nederwiet via een landelijke richtlijn van het Openbaar Ministerie moet worden geregeld. D66-woordvoerder De Graaf legde zich neer bij de plannen van de drie bewindspersonen, alle drie partijgenoten van hem.

De Kamerleden Van Oven (PvdA), Van de Camp (VVD) en Rabbae (GroenLinks) bespeurden “een teruggang” in de mening van de D66-fractie. De Graaf weersprak dat. “Ik zou heel veel willen, maar ik ben afhankelijk van het buitenland en van een meerderheid van de Tweede Kamer”, legde hij uit. Een verdere liberalisering zou volgens hem te veel stof opleveren voor “nieuwe oorlogen met het buitenland”.

Hoewel D66 “op termijn” wel een landelijke richtlijn wil voor de bevoorrading van coffeeshops door huistelers van hennep, neemt De Graaf genoegen met het plan de gemeenten en het OM te laten besluiten over opsporing en vervolging van de - nog steeds verboden - huisteelt.