Fransen in de knoop met narco-staat

Tussen Nederland en Frankrijk gaat het veel beter dan men denkt. Dagelijks rijdt hier een vrachtwagen uit Bodegraven voor om een goed lopende Parijse bloemenwinkel te bevoorraden. Het is de enige niet. Gisteren reikte Hare Majesteits ambassadeur te Parijs de Descartes-Huygens-prijs 1995 uit aan de Franse natuurkundige Michel Devoret, die nauw samenwerkt met de universiteiten van Delft en Leiden.

De betrekkingen zijn veelzijdig en deskundigen op de meest uiteenlopende terreinen kennen en waarderen elkaars werk. Toch schijnt er iets te zijn tussen de twee volkeren dat vrij snel omslaat in verbijstering en harde oordelen. Het gisteren verschenen rapport over de toepassing van het verdrag van Schengen levert er een schoolvoorbeeld van.

Terwijl de Tweede Kamer met de regering vaststelt dat er gronden zijn om het drugsbeleid ongeveer te houden zoals het is, met iets meer geld voor voorlichting, presenteert de Franse senator Paul Masson, prefect en aanhanger van president Chiracs neo-gaullistische RPR-partij, een rapport waarin Nederland wordt aangeduid als een narco-état, de drugs-variant van een bananenrepubliek.

De omschrijving is niet aan de pen van de senator ontsnapt. Het rapport is gedateerd 31 januari, maar toen het gisteren verscheen was het bijna negen maanden geleden dat premier Juppé de opdracht gaf aan Masson. Toch kiest de senator ervoor een land dat mede-oprichter van de Europese Gemeenschap is, straks waarschijnlijk medelid van de economische en monetaire kern van de Europese Unie, aan te duiden met een term die meestal wordt voorbehouden aan landen als Colombia. Marokko, waar in 1994 volgens het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken 41,4 procent van de in Frankrijk onderschepte cannabis vandaan kwam, wordt nooit omschreven als narco-staat. President Chirac onderhoudt hartelijke banden met koning Hassan.

Uit Nederland kwam slechts 1,5 procent van de door Frankrijk in 1994 onderschepte cannabis. Dat is een aanmerkelijk gunstiger cijfer dan de export-succesen van Nederland Distributieland op het gebied van heroïne en geestverruimende pillen. Van de in 1994 gepakte heroïne kwam 48 procent uit Nederland. Daarvan was meer dan de helft voor doorvoer bestemd. Overigens werd in Frankrijk in dat jaar evenveel heroïne onderschept als in Duitsland in de maanden juni en juli. Voor ecstasy en dergelijke spullen lag het cijfer rond de 80 procent, overigens voornamelijk bestemd voor doorvoer naar Groot- Brittannië.

Deze cijfers, ontleend aan het onderzoek van de Amsterdamse sociaal-geograaf Boekhout van Solinge, zijn afkomstig uit een veelheid van Franse bronnen. Het Franse drugsbestrijdingsbureau DGLDT erkent onomwonden de gedegenheid van deze studie en verspreidt het onder Franse ambtenaren die tot voor kort niet over een dergelijke samenvatting van de feiten beschikten.

Senator Masson heeft kennelijk noch het eerste rapport-Boekhout (het tweede verschijnt binnenkort) noch de onderliggende bronnen geraadpleegd. Zo te zien wist hij vóór hij op reis ging door Europa al hoe de wereld in elkaar zat.

Op het gevaar af een opmerking te maken die lijkt thuis te horen in de hup-Holland-hup-klasse: het rapport-Masson is een scriptie van een opgewonden eerste jaars-student. De indeling is chaotisch, conclusies gaan aan de gebrekkig gesorteerde feiten vooraf, de alarmerende cijfers buitelen over elkaar heen zonder dat ook maar een voetnoot duidelijk maakt wat waar op slaat, laat staan waar het vandaan komt.

Het is makkelijk een jeu de boule-avond van gaullistische prefecten te schetsen die kwaadsappige grappen maken over de narco-état op klompen. Waar Massons opwinding hem te machtig werd liet hij zinnen vet drukken, dat luchtte waarschijnlijk op. Na het vermoeden te hebben geuit dat de Nederlandse regering het zich economisch niet meer kan permitteren tegen de drugshandel op te treden, wijst hij op het voordeel voor Frankrijk van het samen met Duitsland en mogelijk België druk uitoefenen op Nederland. Het overleg in Frans-Nederlandse werkgroepen “lijkt alleen te zijn ingegeven door de wens tijd te rekken”. Maar “Nederland kan op den duur niet ontsnappen aan de logica van het verdrag en zijn consequenties”. Vetgedrukte spierballen, die een extra vlootoefening waard zijn. Waardiger en nuttiger is het te kijken naar de kritiek die hij ook formuleert op het functioneren van 'Schengen' totnutoe èn nog eens na te denken of er nu wel of niet een kern van waarheid zit in het verwijt dat Nederland niet voldoet aan zijn verdrags-verplichting (Schengen artikel 71) bezit en uitvoer van alle soorten drugs te bestrijden.

Nederland is ook niet altijd in de feiten geïnteresseerd. Maar dit keer is de Latijnse Republiek geïrriteerd dat de rationalistische, medisch-sociale benadering in veel opzichten beter werkt dan de Bromsnor-aanpak. Ieder land zijn eigen trots en zijn eigen hypocrisie. Een informeel diner voor twee, J. Chirac en E. Borst, biedt gezien hun representativiteit de beste kans op meer begrip en sympathie.