Europese meerwaarde brokkelt af

De elite begint zich te realiseren dat er iets moet gebeuren om de vroegere instemming van de burgerij met het verenigd Europa terug te winnen. Aan de vooravond van de top in Turijn is bijvoorbeeld de Commissie met voorstellen gekomen om in het EG

-budget vrijkomende middelen te gebruiken voor de bevordering van de werkgelegenheid. Het gaat er om meevallers in de landbouwsfeer niet terug te geven aan de lidstaten, maar te gebruiken ter financiering van de infrastructuurwerken uit het witboek-Delors, de voormalige Commissie-voorzitter.

Weliswaar zijn de voorstellen niet direct ontleend aan het Sociale Handvest, maar omdat zij toch in de eerste plaats zijn bedoeld ter bevordering van de werkgelegenheid is het niet overdreven te zeggen dat de Commissie zich hier manifesteert als was zij een instrument van de verzorgingsstaat. Zo tracht zij een nieuw Europees bindmiddel te ontwikkelen. De Europese burger heeft sinds de Tweede Wereldoorlog zijn welbevinden gevonden binnen een steeds verfijnder web van sociale regelingen, de zekerheid van de wieg tot het graf. De garantie lag, en ligt nog steeds, in het voortbestaan van de staat - bron, behoeder en uitvoerder van de regelgeving. De Europese Gemeenschap en de Europese Unie zijn er nooit in geslaagd die rol over te nemen.

Het Verdrag van Rome voorzag wel in de mogelijkheid de Gemeenschap te doen uitgroeien tot een soort superstaat, althans ontstonden er enkele attributen die bij zo een instelling passen, maar al direct deed zich in het gaullisme een tegenstroming voor die niet verder wilde gaan dan een Europa der staten. Het gevolg is een hybride bouwsel van bovennationale en intergouvernementele elementen geworden. Stimulering van de welvaart staat ook bij de Europese integratie voorop, maar als instrument daartoe dient in de eerste plaats de gemeenschappelijke markt waar de door de staten onderhouden obstakels min of meer zijn verwijderd.

Er groeide op deze manier een soort natuurlijke werkverdeling. De Europese motor zorgde voor de dynamiek van de economische groei, in herinnering komt het vraagstuk van de landbouwoverschotten, maar de verdeling van de sociale koek bleef in eerste instantie een zaak van de lidstaten. Sinds er minder krachtige staten tot de Gemeenschap zijn toegetreden, is de omvang van de communautaire overheveling van koopkracht toegenomen. Maar in dat mechaniek zal met het oog op de voorgenomen uitbreiding drastisch worden ingegrepen. Waarna het Europese sentiment ook in de ontvangende landen vermoedelijk snel zal afnemen.

Twee ontwikkelingen hebben het vertrouwen van de burger in het Europese avontuur aangetast. De Europese samenwerking is voorzover zij bovennationale trekken vertoont in het marktdenken blijven steken.

In een tijd waarin de markt als geloofwaardig verzekeraar van het algemene welbevinden steeds meer onder druk komt te staan, ligt het voor de hand dat dit terugslaat op het verschijnsel van de Europese integratie.

Anders gezegd, inspanningen om Europa voldoende sterk te houden met het oog op de met reuzenschreden toenemende competitie op de wereldmarkt lopen niet (meer) als vanzelf parallel met de bevordering van het welzijn van de Europese burgerij in haar totaliteit. Voor het behoud van bedrijvigheid moet een snel stijgende sociale prijs worden betaald.

Een paar waarheden zijn tegenover elkaar komen te staan. Om Europa economisch overeind te houden is verregaande aanpassing van het bedrijfsleven en van de normen op grond waarvan het is georganiseerd, noodzakelijk. Zonder een gezond bedrijfsleven is welvaart ondenkbaar. Maar de vereiste aanpassingen hebben gevolgen voor het welzijn van een groeiend aantal burgers.

De ondergang van Fokker staat niet op zichzelf. Wat economisch onontkoombaar is, is lang niet altijd sociaal te rechtvaardigen en politiek uit te leggen. Dat slaat al een kloof tussen de verschillende regeringen en hun burgers, maar ten overvloede dreigt de burger zich volstrekt af te keren van een als verlamd beschouwd Europa.

Zo is een rijke voedingsbodem ontstaan voor allerlei kritiek op Europese instellingen en regelgeving.

De relatief kleine communautaire bureaucratie, die in betrekkelijk korte tijd de titanenarbeid van de harmonisering van de uiteenlopende nationale regelgeving tot een goed einde bracht en zo de gemeenschappelijke markt hielp voltooien, wordt beschuldigd van onnodige bemoeizucht.

Het onvermogen van de lidstaten een doeltreffende buitenlandse en veiligheidspolitiek van de grond te krijgen, slaat terug op 'Brussel'. Het zwakke optreden van de Europese Unie op allerlei gebied, gevolg van haar overwegend intergouvernementele structuur, heeft het imago van de door de Unie aan het zicht onttrokken Gemeenschap allesbehalve goed gedaan.

Realistisch beschouwd zit er weinig in het Europese vat dat de toestand kan helpen verbeteren. Bij de aanstaande uitbreiding zullen slechts uitermate zwakke landen toetreden, zodat, ook al wordt er op de uitgaven per land en per regio besnoeid, de lasten aanzienlijk zullen stijgen. Weliswaar zullen deze landen groei-impulsen krijgen, maar het effect daarvan op de totale Europese welvaart zal pas na jaren zichtbaar worden. Hier doet zich een paradox voor: des te zwakker de impuls om politieke redenen zal zijn, des te meer tijd zal er verstrijken alvorens het effect zich zal voordoen.

Vervolgens zal de komende Inter Gouvernementele Conferentie hoofdzakelijk gaan over het aanpassen van de Europese instellingen aan de nieuwe tijd. Het gevecht daarover zal intens zijn, grote belangen staan op het spel, maar die belangen zullen vooral in nationale termen aan de burgerij worden voorgehouden.

Spoedig zal de vraag rijzen of de gevraagde offers in verhouding staan tot de Europese meerwaarde.

Het pleidooi van VVD-leider Bolkestein dat Nederland zijn vetorecht zal dienen te behouden, is wat dat betreft een voorbode van de impasse waarin het beraad der regeringen zou kunnen belanden.

De burgerij zou in beginsel op Europese schaal kunnen worden gemobiliseerd om de vraagstukken van deze tijd aan te pakken. Maar in de praktijk dreigt de mobilisatie op nationale schaal haar beslag te zullen krijgen. Het restant van de Europese idee zal dan in hoog tempo verloren gaan.