EO zet zich in voor behoud van gehandicapten

Wie wel, wie niet, zaterdag 23 maart, Ned.2, 21.25u.

Bij de beslissing om een gehandicapte foetus te aborteren speelt het verwachte leed vaak een rol. “In negen van de tien gevallen gaat het dan om het leed dat de ouders zich voorstellen wanneer ze zich in de toekomst achter een wandelwagentje met een gehandicapt kind zien lopen. Hoezo? Is er dan geen leed voor de kinderen in het wandelwagentje? Die hebben daar, voorzover ze daar iets over kunnen zeggen, een heel ander idee over.” Aldus de ethicus dr. J.S.

Reinders morgenavond in de laatste aflevering van een EO-triptiek over prenatale diagnostiek.

De teneur in de drie afleveringen is dat de druk van artsen en maatschappij op zwangeren toeneemt om de foetus te laten testen op geboorte-afwijkingen. Om bij een geconstateerde afwijking de vrucht te laten aborteren, zodat er minder gehandicapten geboren zullen worden. Voor- en tegenstanders van deze trend hebben één ding met elkaar gemeen: de individuele keuze om wel of niet een prenatale test te ondergaan en om wel of niet een aangedane vrucht te laten aborteren moet gewaarborgd blijven. De EO-programmamakers hebben veel gemanipuleerd om de kijkers ervan te overtuigen dat die keuzevrijheid op de tocht staat.

Het opsporen van het syndroom van Down, bijvoorbeeld, wat een relatief makkelijk en goedkoop op te sporen aangeboren chromosoomafwijking is, wordt op één hoop gegooid met alle prenatale diagnostiek naar honderden, nee, langzamerhand duizenden erfelijke afwijkingen. Ongeveer de helft van de kinderen die met een erfelijke afwijking worden geboren hebben een nieuwe genmutatie. De afwijking komt in hun familie dus nog niet voor. Om al die afwijkingen voor te zijn, en alle gehandicapten te voorkomen, zou dus iedere zwangere op duizenden genafwijkingen moeten worden getest. Daar is de eerste decennia nog niet aan te beginnen. Geboren gehandicapten zullen er dus de eerstkomende decennia volop blijven, ook al omdat er veel meer te vroeg geboren kinderen met zware handicaps in leven blijven.

Nog ergerlijker is dat de programma-makers mensen opvoeren met een handicap die tegenwoordig prenataal op te sporen is. Deze gehandicapten weten dus dat veel van hun lotgenoten in spe worden geaborteerd. Spina bifida (open rug)

patiënte Michèle Gooren: “Ik bèn er, met spina bifida, en er zijn mensen die ervoor kiezen om kinderen met spina bifida niet geboren te laten worden. Wat betekent dat dan voor mijn leven? Er zijn mensen die mij aankijken in mijn rolstoel. Ze kijken je aan met de gedachte: wat verschrikkelijk, als ik in een rolstoel terechtkom, geef mij dan maar een spuitje.” Nergens wordt uitgelegd dat spina bifida in ernst varieert en dat heel wat lotgenoten van Michèle na een kort pijnlijk leven overlijden of uit hun lijden worden verlost.

Bovendien, werden 20 jaar geleden gehandicapten in een rolstoel ook al niet aangegaapt? En zouden gehandicapten of hun ouders daar geen bij de tijdsgeest passende gedachten bij hebben gehad?

Reinders over gehandicapten: “Ik zie ook een hele hoop uitdaging in zo'n bestaan. Je zet de schouders eronder. Het zijn ook schepselen gods. Hij heeft ze niet zo gewild, maar hij heeft ze aan ons overgeleverd met de boodschap: maak er wat van.”

Vanuit dit geloof kan ethicus Reinders net zo goed pleiten voor het afschaffen van verkeersveiligheidsmaatregelen. Verkeersongelukken leverden twintig jaar geleden nog veel meer gehandicapten, waar we met zijn allen onze schouders onder konden zetten. Een foetus is in de EO-ideologie net zo goed een mens als een roekeloze twintigjarige die zich uit zijn auto lanceert. Waarom in het ene geval wel preventie en in het andere geval niet? Waar het natuurlijk om gaat is dat de ene categorie gehandicapten met vangrail en autogordel wordt voorkomen en de andere categorie middels abortus. De EO doet alsof ze vecht voor het behoud van gehandicapten in onze maatschappij, maar in feite was ook dit drieluik weer ingekaderd in de niet aflatende strijd van deze omroep tegen abortus.