'Doden boreling met gebreken niet vervolgen'

LEEUWARDEN, 22 MAART. De huisarts G. Kadijk moet worden ontslagen van rechtsvervolging. Dat vorderde procureur-generaal D. Steenhuis gisteren voor het gerechtshof in Leeuwarden.

Hoewel in juridische zin sprake is van moord op een pasgeboren, zwaar gehandicapt meisje, wil Steenhuis Kadijk niet straffen voor het beëindigen van het leven van dit kind.

De huisarts uit het Groningse Holwierde beëindigde in april 1994 op verzoek van de ouders het leven van het meisje dat geen levenskansen had. Minister Sorgdrager heeft deze zaak, samen met die van gynaecoloog Prins, aangewezen als proefproces om te komen tot rechtsregels inzake levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwamen. De Groningse rechtbank ontsloeg hem eerder van rechtsvervolging.

De zaak-Kadijk is van groot belang voor de Nederlandse euthanasiewetgeving. Kadijk zal waarschijnlijk zijn zaak, in tegenstelling tot Prins, voorleggen aan de Hoge Raad.

Ook bijzonder is dat Kadijks advocaat E. Sutorius gisteren de meldingsplicht voor artsen bij levensbeëindigend handelen aan de orde stelde. Deze plicht is volgens hem een vorm van onmiskenbare dwang en in strijd met het nemo tenetur-beginsel, het principe dat niemand aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken. Het openbaar ministerie moet daarom volgens Sutorius niet-ontvankelijk worden verklaard. “Kadijk zat in een klassiek 'prisonersdilemma'. Melden betekende dat hij zichzelf aangaf voor moord, niet melden hield in dat hij valsheid in geschrifte zou plegen.”

Sutorius zei na afloop van het proces de meldingsplicht tot aan het Europese Hof te willen aanvechten omdat deze in strijd is met het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Een voormalige huisarts uit het Zuid-Hollandse Dirksland heeft op deze gronden ook een klacht ingediend bij het Europese Hof. Deze arts is veroordeeld voor valsheid in geschrifte omdat hij een niet-natuurlijke dood niet als zodanig heeft gemeld. “De zaak van Kadijk is zuiverder en daarom mogelijk van groter belang”, aldus Sutorius.

Niet eerder heeft een arts de meldingsplicht voor een Nederlandse rechter aangevochten, omdat artsen het over het algemeen goed vinden dat ze levensbeëindigend handelen moeten melden. Kadijk zegt het de moeite waard te vinden te laten uitzoeken of de meldingsplicht wel rechtmatig is.

Voor de rechtbank in Groningen had ook officier van justitie R. Drenth de meldingsplicht aan de orde gesteld. Dit kwam hem te staan op een berisping van minister Sorgdrager. Drenth handelde hiermee volgens haar in strijd met haar aanwijzing.

Uitspraak 4 april.