Als je geen stok hebt sla ik je

'Het boek ik' van Bert Schierbeek geldt nog steeds als een van de 'krankzinnigste literaire avonturen binnen ons taalgebied'. Het leverde Schierbeek de reputatie op een schrijver van onleesbare 'proëzie' te zijn, maar dat is in het proza-gedicht 'Weerwerk' niet te merken. “Onderga het eerst als een stroom van beelden. Mooi dat die engel in uw hoofd gaat vliegen.” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Bert Schierbeek: Weerwerk. Uitg. De Bezige Bij. Nu bij De Slegte voor ƒ 8,95.

Ik heb nooit veel opgehad met het zogenaamde realistische vertellers-proza. Het leidt maar al te snel tot clichés en op z'n minst tot wat we 'herkenbaarheid' noemen. Ik denk dan als schrijver: waarom zou ik iets opschrijven wat iedereen al kent (dat je zoiets wilt lezen snap ik best)? Maar het pure, geheel van de realiteit losgezongen experiment heb ik ook altijd geschuwd. In de praktijk overheersen natuurlijk de mengvormen. Vroeger had je bijvoorbeeld het Revisor-proza (dat nog ruimschoots bestaat, alleen niet meer zo heet), van auteurs rond het tijdschrift De Revisor (Kellendonk, Matsier e.a.), en die vonden dat het er niet om ging een verhaal te vertellen maar te behandelen.

De overtuiging dat een literair werk uitsluitend in de taal bestaat - en als dichter vind je dat sowieso - leidde er toe dat ik ging speuren naar verwanten in het verleden. Inmiddels heb ik ingezien dat alle grote literaire kunst het produkt is van een nieuwe taal en dat de schrijver zich daarin uitdrukt, maar vroeger zag ik dat wat ongenuanceerder. En zo stuitte ik natuurlijk ook op het werk van onze extreemste romanschrijver, zo extreem dat het eigenlijk al geen proza meer is, 'proëzie', noemde hij het zelf wel. Ik bedoel Bert Schierbeek, en over hem wilde ik het eens hebben, in het bijzonder over zijn boek Weerwerk, uit 1977, dat nu bij De Slegte ligt.

Als je aan Schierbeek denkt, dan denk je aan Het boek ik (1951), één van de krankzinnigste literaire avonturen binnen ons taalgebied, een boek dat allang begonnen is als het begint ('...., want de tijden waren vol geworden en de enkele goden die nog restten, bouwden hun onderkomens in kelders.'), en dat ook niet eindigt als het afgelopen is, een opeenstapeling van beelden en associaties, waar geen touw meer aan vast te knopen is, omdat de hele werkelijkheid, buiten en vooral die binnen onze kop, erin moet en aan de werkelijkheid is, zoals bekend, ook geen touw vast te knopen. Het is vooral de poëtische concentratie van het materiaal die heeft gemaakt dat ik Het boek ik nooit helemaal heb gelezen - wie wel van de inmiddels 100.000 kopers? - maar dat geldt ook voor Finnegan's wake van Joyce. Om precies te zijn: daar ben ik maar niet eens aan begonnen. Het boek ik is één van die modernistische projecten die wellicht als bedoeling en in ieder geval als gevolg hebben gehad dat zij met grote bijlslagen het woud van de literaire conventies hebben omgehakt, niet om een nieuwe richting te wijzen maar om ruimte te scheppen. Het boek ik heeft bij velen de gedachte gewekt dat vanaf nu alles mogelijk was in de literatuur.

Helaas leverde het Bert Schierbeek de onherstelbare reputatie op een onleesbare schrijver te zijn, terwijl hij in de jaren zestig met De tuinen van Zen toch een prachtig leesbaar boek over het Zen-boeddhisme schreef, helder, geestig, zonder enige zweverigheid, vol grappig-diepzinnige koans als: 'Als je geen stok hebt dan pak ik hem af en sla ik je.' (toen ik een paar jaar geleden aan Schierbeek, die na een ongeluk een tijdje met een stok moest lopen, vroeg of hij daar nu niet chagrijnig van werd, van zo'n stok, antwoordde hij op z'n Zens, of boers-Gronings: 'Waarom? Dan ben je ook nog chagrijnig.')

Onleesbaar? Na de dood van zijn vrouw schreef hij de gedichtenbundel De deur (1972), met daarin de eenvoudigste gedichten die ik ken, zo eenvoudig dat je ze heel goed moet lezen omdat ze je anders ontgaan. En in 1977 verscheen Weerwerk, volgens De Slegte een roman, want te vinden bij de romans.

Het boek bevat inderdaad wel stukken proza, waarmee ik bedoel dat de drukker de regellengte heeft bepaald, maar meestal heeft Schierbeek dat zelf gedaan, met als gevolg dat het eruit ziet als poëzie (veel wit aan de rechterkant en ook tussen de alinea's, een soort strofen dus). Soms lijkt het ook inhoudelijk op poëzie, vooral de cursief gedrukte gedeelten: 'veel later / de canto hondo / diep uit de strot / van een adem die / zijn huis bouwt / en er nooit thuis / is'. Veel vaker is het pure anekdote: 'kom je / (van school gestuurd) / te vroeg thuis en ligt Oma nog / te rusten en ziet je en vraagt / waarom zo vroeg / en zeg je: ik zong een liedje / van vogeltje vogeltje kom er maar uit / en daarom van school gestuurd / ja maar / wat zong je dan? / nou ja / (na aandringen) / zong ik: kom maar uit... / oma: uit het ei / nee: uit de kut / draait ze zich glimlachend om / en zegt: ga naar de meester / en vraag vergiffenis'

Weerwerk heeft als ondertitel ' 't platteland', waarmee bedoeld wordt het Groningse platteland van Schierbeeks jeugd, het platteland in Noord-Frankrijk, waar de schrijver veel komt, met als centrale figuur de tragische boer Marcel ('hoofd rood / haar rood / helemaal rood / bloedrood dus / van de gloeiende zon / het teveel aan wijn') en het platteland van het Spaanse eiland Formentera waar Schierbeek de helft van het jaar woont. Talloze mensen passeren de revue (heel 'herkenbaar') en komen aan het woord (veel spreektaal, en ook streektaal in dit boek). Leitmotiv is het beeld van een marmeren of bronzen engel die telkens van zijn sokkel vliegt: symbool voor het verlies van onschuld, voor het verlangen naar vrijheid en in laatste instantie voor de macht van de kunst die gebeeldhouwde engelen toch maar doet vliegen - als het goed is. En het is goed in dit boek (en nog een drietal volgende) van Bert Schierbeek. Nog steeds moet de hele werkelijkheid erin, maar veel realistischer, geordender en daardoor veel ontroerender dan vroeger het geval was. Lees het, en probeer daarbij niet alles meteen op elkaar te betrekken, maar onderga het eerst als een stroom van beelden. Mooi dat die engel in uw hoofd gaat vliegen, ' 't is een tik tegen de lucht / heen en terug / verder niets'.