Alle dagen vis

De rechten van aandeelhouders bij onvriendelijke overnames zijn vorige maand door minister Zalm geregeld, maar hoe zit het met die rechten in vredestijd, als er geen overnamedreiging is? Dat is de vraag waar een door de effectenbeurs ingestelde commissie corporate governance zich over gaat buigen. In die commissie zitten experts en vertegenwoordigers van de beursgenoteerde bedrijven en (grote) beleggers gebroederlijk bijeen onder voorzitterschap van oud Aegon-topman J. Peters.

Met Peters heeft de beurs het schaap met de vijf poten gevonden om de queeste naar een gedragscode voor onderneming en aandeelhouders te leiden. Aegon vervult een voorbeeldfunctie onder Nederlandse beursvennootschappen: de grootaandeelhouder van de verzekeringsmaatschappij heeft zeker iets te vertellen en Aegon doet het sinds jaar en dag toch uitstekend op de beurs. Die grootaandeelhouder is overigens wel de Vereniging Aegon, die alle andere aandeelhouders als het er op aankomt met gemak overstemt.

Zo is Aegon effectief dichtgetimmerd tegen bemoeienis van buitenaf, en weet de verzekeraar de overige aandeelhouders door zijn uitstekende resultaten tevreden te houden. Als de resultaten maar goed zijn is er immers geen grond voor ontevredenheid, en dus ook geen reden voor een roep om meer zeggenschap. Hetgeen onderstreept dat de doorsnee Nederlandse beursvennootschap een heel eind komt met de omgekeerde Novib-doctrine: geef een aandeelhouder een vis, dan is hij tevreden; leer aandeelhouders vissen, en je hebt er alleen maar last van.