Albright door boze Serviërs uitgescholden en bekogeld

VUKOVAR, 22 MAART. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeleine Albright, is gisteren in Oost-Slavonië door woedende Serviërs uitgescholden en met stenen bekogeld.

Albright bezocht in Oost-Slavonië - het laatste stukje Kroatisch grondgebied dat nog in handen van de Kroatische Serviërs is - de stad Vukovar. Deze stad werd in de herfst van 1991 door de Kroatische Serviërs en het Joegoslavische Volksleger na een maandenlang beleg en zware bombardementen ingenomen. Sindsdien wonen in de verwoeste stad vrijwel uitsluitend Kroatische Serviërs. Oost-Slavonië moet voor eind volgend jaar weer onder Kroatisch gezag komen.

Albright werd gisteren gedwongen een wandeling door Vukovar af te breken toen ze door Serviërs werd uitgescholden voor “heks” en “fascist”. Toen omstanders met stenen begonnen te gooien haastte ze zich terug naar haar auto, die prompt het doelwit werd van de stenengooiers. Servische politiemannen keken lachend toe. Albrights auto werd niet geraakt. Een bus met journalisten die haar vergezelden werd wel door stenen getroffen.

Albright uitte zich later weinig verstoord over het incident. “Toen ik de verwoesting van Vukovar zag was ik niet verbaasd dat de mensen die die verwoesting in wezen ondersteunden, me niet mochten”, zei ze. Vandaag bezoekt Albright Tuzla, in Bosnië.

Hans Koschnick, de vertrekkende EU-bestuurder van de Bosnische stad Mostar, heeft gisteren gepleit voor een verlenging van het mandaat van de NAVO-vredesmacht in Bosnië, IFOR. Hij zei ervan uit te gaan dat de Amerikanen - zoals steeds de bedoeling is geweest - eind dit jaar hun IFOR-troepen terugtrekken. Volgens Koschnick zouden de andere landen die aan IFOR deelnemen hun troepen nog drie jaar in Bosnië moeten houden. Eventueel zou de vredesmacht tot 20.000 man moeten worden teruggebracht. De Amerikanen zouden na de terugtrekking van hun grondtroepen hun luchtsteun aan IFOR moeten handhaven. (AFP, Reuter)