Aanklacht voor geweld tegen Serviërs Bosnië

DEN HAAG, 22 MAART. Het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië heeft vandaag vier personen aangeklaagd voor oorlogsmisdaden die ze begaan hebben tegen Bosnische Serviërs. Tot nog toe waren alleen personen aangeklaagd die misdaden tegen Bosnische moslims en Kroaten hadden begaan. Dat leidde tot de beschuldiging dat het tribunaal partijdig was.

De vier personen die vandaag zijn aangeklaagd, hebben zich in 1992 in het gevangenenkamp Celebeci bij de plaats Konjic in centraal-Bosnië, schuldig gemaakt aan moord, mishandeling en verkrachting van Bosnische Serviërs.

Twee van de vier aangeklaagden bevinden zich in hechtenis in Duitsland en Oostenrijk. Het tribunaal verzocht de politie in die landen het afgelopen weekeinde tot aanhouding over te gaan. Een van de vier heeft deel uitgemaakt van het Bosnische regeringsleger. De herkomst van de andere drie personen is onduidelijk.

Het tribunaal maakte vandaag tevens bekend dat een derde persoon, die afgelopen maandag in München werd aangehouden, binnen enkele weken zal worden uitgeleverd aan het VN-tribunaal, nu is vastgesteld dat hij door het tribunaal vorig jaar is aangeklaagd.

Goran Lajic (28) kwam voor op de lijst van 53 mensen die door het tribunaal zijn aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. De lijst is verspreid door Interpol. Lajic heeft in 1992 in het gevangenenkamp Keraterm, nabij de stad Prijedor, enkele mensen zwaar mishandeld. Lajic is de tweede van in totaal 53 aangeklaagde personen die is aangehouden en ter beschikking van het tribunaal zal komen. Het aantal mensen in hechtenis bij het tribunaal zal hiermee stijgen naar zes. Onder hen bevinden zich een generaal en een kolonel van het Bosnisch-Servische leger die in februari door het Bosnische leger werden gearresteerd. De generaal is inmiddels aangeklaagd voor oorlogsmisdaden.