Vrolijke staatssecretaris Ferraris is vol optimisme; Voorzitter Italië zit niet stil

BRUSSEL, 21 MAART. Nonsens, al die kritiek dat Italië te weinig doet als voorzitter van de Europese Unie. Luigi Vittorio Ferraris, sinds drie weken Italiaans staatssecretaris voor Europese zaken, wuift opgewekt de bezwaren weg van Brusselse critici die Rome een gebrek aan leiding verwijten. “Als er geen beslissingen worden genomen in de EU, dan ligt dat aan de vijftien lidstaten zelf.”

Eind volgende week begint in Turijn de Intergouvernementele Conferentie (IGC) over de herziening van het Verdrag van Maastricht. “Dat we Turijn organiseren, is heel wat”, zegt Ferraris. “De algemene verwachting was dat de IGC pas in juni, op de top van Florence, van start zou gaan.” Italië mag zich net in een verkiezingscampagne hebben gestort, niemand hoeft zich zorgen te maken. Immers, zo onderstreept Ferraris, ook andere recente EU-voorzitters maakten verkiezingen mee. Bovendien wordt een voorzitterschap lang van te voren voorbereid. “Nederland is toch ook al met de voorbereidingen bezig. Deze week was premier Kok nog in Rome om daar over te praten.”

De aanstekelijk vrolijke Ferraris is een typische 'technocraat' uit het zakenkabinet van Dini. De hoogleraar politicologie bestempelt zichzelf als een overgangsfiguur die volkomen onafhankelijk is. Ferraris was gisteren in Brussel om het Europees Parlement te informeren over de Italiaanse plannen. Tijdens de lunch stond hij de internationale pers te woord. “Heeft u het Britse witboek over de IGC al gelezen en wat vindt u ervan, in vergelijking met de Franse voorstellen?” overhoort Ferraris direct na binnenkomst de journalisten. “En wat vindt u van het Benelux-memorandum?” Om er aan toe te voegen dat hij het vorig jaar verschenen Nederlandse rapport over een Europees buitenlands en defensiebeleid “zeer moedig” vindt.

EU-voorzitter Italië zit helemaal niet stil. Ferraris heeft een lijstje klaar met voorbeelden, die op het Italiaanse conto geschreven kunnen worden. “Het is een feit dat we werkloosheid dit semester als belangrijk punt op de agenda hebben gezet. De top van Florence zal de werkloosheid niet oplossen, er zullen geen Europese banen komen. Maar we proberen wel een verband te leggen tussen de Economische en Monetaire Unie (EMU) en werk.” De EMU kan niet zonder een werkgelegenheiddebat, doceert hij.

Het volgende punt op zijn lijstje is de uitbreiding van de EU. Ferraris herinnert er aan dat vorige week, op een bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken in Palermo, is beslist dat op de top van Turijn de ministers van buitenlandse zaken van negen Midden- en Oosteuropese landen, Malta en Cyprus zijn uitgenodigd voor het diner. Het is belangrijk deze landen bij de IGC te betrekken, vindt hij, “ze zijn heel gevoelig”. Ze moeten bovendien de indruk krijgen dat ze geraadpleegd worden en “niet alleen gezellig mee mogen eten.”

Italië zet zich er ook voor in om het Europees Parlement bij de IGC te betrekken, zegt Ferraris. Gisteren overlegde hij hierover met parlementsvoorzitter Hänsch. Groot-Brittannië en Frankrijk zijn tegen betrokkenheid van het parlement bij wat een conferentie tussen staten is. Maar het is juist belangrijk de Europarlementariërs te raadplegen, vindt de bewindsman. “Niet omdat het zulke aardige mensen zijn, maar omdat we voor de taak staan de burger meer bij Europa te betrekken.” Hij vertrouwt er op dat de controverse over het parlement volgende week wordt opgelost.

Na Turijn, kondigt Ferraris aan, worden onder Italiaans voorzitterschap nog tien IGC-bijeenkomsten georganiseerd. In de tweede helft van dit jaar zal het Ierse voorzitterschap de verschillende onderwerpen verder uitdiepen. “En dan moeten jullie [Nederlanders] alles bijeen brengen.” Het is nu nog te vroeg, aldus de professor, om te voorspellen hoe 'Amsterdam 1' er uit zal zien. “Maar een revolutie moet u niet verwachten.”