Vrije val

Plymouth, Engeland.

Daar gaan ze, ik zie ze, vanuit stuurboordswachthut, de valreep aflopen. Vier man sterk. Ze hebben zich gedoucht en geschoren en zijn vast van plan er iets van te maken. De voorste steekt joviaal zijn hand naar mij op. Leo. Ik zwaai terug en vraag me af waarom Leo altijd met een stel halfzachten de wal op moet. Voor de valreep staat een taxi waar ze met z'n vieren inkruipen en langzaam rijden ze weg, de kade af, de duisternis in.

Dat is het laatste wat ik nog van Leo heb gezien. Over wat er die avond precies is gebeurd, doen veel verhalen de ronde. Een van die verhalen is van een machinist, die het viertal tegen twaalven een nachtclub had zien binnengaan. Hij vertelde dat Leo dronken was en tegen iedereen die het maar horen wilde schreeuwde dat hij wilde neuken, in het Engels en in het Nederlands. De nachtclubportier weigerde hem daarop de toegang en liet de andere drie binnen. Dezen aarzelden geen seconde. Ze keken niet eens om en lieten Leo staan, buiten, op de stoep. Daar heeft hij een paar minuten staan schelden tot er twee kleerkasten naar buiten kwamen en hem tegen de grond sloegen. Even later, toen hij weer opkrabbelde en de machinist eindelijk was overgestoken om hem te hulp te schieten, rende hij plotseling, als door de bliksem getroffen, weg. Hij verdween om de hoek van de straat en dat was dat.

Een gedetailleerde versie is die van zijn collega's, die eenduidig hetzelfde verhaal ophangen dat uiteindelijk door de politie als de waarheid werd opgeschreven. Ze vertelden dat Leo ze de hele avond had lopen sarren. Hij had ze van de eerste tot de laatste minuut getreiterd, uitgescholden en geprovoceerd. 'Slappe zakken' had hij ze genoemd, 'mietjes, valse flikkers, verraders'. En hij wilde doorlopend met ze op de vuist. Na uit twee pubs en een restaurant te zijn gezet hadden ze hun kans schoon gezien door Leo voor de deur van de nachtclub te dumpen. Een daad waar ze bitter spijt van hadden... Achteraf.

Dronken en razend van woede is Leo later die nacht in een vijftien meter hoge hijskraan geklommen, net onder het glazen bedieningshokje uitgegleden en naar beneden gevallen. Een duik die als enige werd gezien door een Engelse MP die, nadat hij Leo bij de poort van het Marineterrein vergeefs om zijn legitimatiebewijs had gevraagd, hem een paar minuten achterna had gerend.

Over de schuldvraag is nog lang gesproken. Wie kon men de zwarte piet toespelen teneinde een fikse schadevergoeding voor Leo's familie in de wacht te slepen? De nachtclubportier met zijn twee uitsmijters? De MP, die natuurlijk de hulp van de politie had moeten inroepen? Leo's collega's die één van de ongeschreven ijzeren wetten - Samen uit, samen thuis - in de wind sloegen en hem aan zijn bezopen lot overlieten? Of sterker nog: er is zelfs een tijd geweest waarin ik mijzelf als de schuldige aanwees. Ik, die toezag hoe Leo met een stel minkukels de wal op ging zonder er ook maar het minste aan te doen.

Toen we die maandagochtend vertrokken ontruimde de bootsman Leo's kastje. We keken zwijgend toe hoe hij alles werktuiglijk in twee plunjezakken propte. Als laatste kwamen er een vijftal seksboekjes tevoorschijn, die op de bodem van zijn bedkastje onder een ijzeren plaat verstopt lagen. De bootsman bekeek ze vluchtig en we zagen dat het homobladen waren. Toen hij ze in de zak stopte keek hij ons onzeker aan en vroeg ons te zweren er met niemand over te spreken.

Een belofte waaraan iedereen zich keurig hield.