Vleesconsumptie als reden epidemie erg onzeker

Tien jonge patiënten met de ziekte van Creutzfeld-Jakob in twee jaar tijd in Groot-Brittannië, zijn de aanleiding voor al afgekondigde importbeperkingen en de dreigende kopersstaking van Brits vlees.

De meest waarschijnlijke oorzaak van hun ziekte, zo luidt de conclusie van de Britse statisticus dr. Sheila Gore verbonden aan de het Institute of Public Health in Cambridge, is contact met koeien of consumptie van koeienvlees.

Voor de Britse regering is dit onderzoek, vorig jaar november gepubliceerd in het British Medical Journal, uiteindelijk de reden geweest om toe te geven dat het niet uitgesloten is dat mensen de ziekte kunnen krijgen door het eten van vlees van koeien met de soortgelijke ziekte bovine spongiform encephalopathy (BSE).

Maar dat vleesconsumptie de oorsprong van een grote epidemie is, is hoogst onwaarschijnlijk. Het eten van vrijwel rauwe hersenen of hersenklieren van koeien met BSE is waarschijnlijk noodzakelijk om de ziekte te krijgen. Nog nooit is een dier ziek geworden door het eten van een ander ziek dier.

De ziekte van Creutzfeld-Jakob is een zogenaamde prionziekte, een ziekte die niet door een bacterie of virus wordt veroorzaakt, maar door een eiwit. De ziekte kent dezelfde verschijnselen als BSE, ook bekend als de mad cow disease, en scrapie bij schapen. Bij mensen is het een in een of twee jaar tijd verlopende dementie en motorische aftakeling die met de dood eindigt. De ziekte komt ook bij andere zoogdieren voor. Onbesmette dieren moeten de hersenen van besmette dieren eten, of met vermalen hersenpreparaten worden ingespoten om de besmetting tot stand te brengen.

De grootste epidemie van de ziekte van Creutzfeld-Jakob onder mensen heeft ongetwijfeld in Nieuw-Guinea plaatsgehad, waar het een begrafenisritueel was om de hersenen van overleden familieleden te eten. De epidemie verdween in de jaren zestig, toen het ritueel vrijwel verdween. Uit het verloop van de besmetting daar, met een zeer hoge infectiedruk, is wel duidelijk geworden dat de ziekte een grote latentieperiode heeft, die varieert van 4 tot 40 jaar. En jonge mensen zijn wellicht vatbaarder dan oude mensen.

Om die reden maken de Engelsen zich nu zorgen. In 1985 kwam daar de besmetting met BSE van de Engelse veestapel aan het licht. Die werd veroorzaakt doordat kadavers van schapen met scrapie rauw in veevoer werden verwerkt. In 1989 is daar een eind aan gemaakt. Hersenen en ruggemerg van schapen mogen sinds die tijd niet meer aan koeien worden gevoerd. De BSE-epidemie is nu onder controle, maar niet verdwenen. In andere Europese landen heeft de ziekte zich niet of nauwelijks voorgedaan, door gebruik van ander veevoer.

De ziekte van Creutzfeld-Jakob komt ook in Nederland voor bij jaarlijks eén op de miljoen mensen. De oorzaak is voor 15 procent erfelijk, andere oorzaken zijn onbekend. Bij jonge mensen is de ziekte zeldzaam en is eigenlijk alleen bekend door besmettingen via medische behandelingen.

De Amerikaanse firma Baxter heeft in november 1994 twee partijen bloedprodukten van de Nederlandse markt genomen. Voor de bereiding van dat stollingsprodukt Hemofil M, bestemd voor hemofiliepatiënten, was bloed gebruikt van een donor die aan de ziekte van Creutzfeld-Jakob leed. Het is onbekend of de ziekte via de geïsoleerde stollingsfactor en wat aanhangende eiwitten kan worden overgebracht, maar Baxter nam het zekere voor het onzekere.

Eerder is het wel misgegaan met medicijnen die uit hersen- of hersenklierweefsel van overleden mensen werden geïsoleerd voor medicinaal gebruik. Groeihormoon wordt nu veilig bereid met behulp van de recombinant-DNA-technologie. Maar tot in de jaren tachtig werd het gewonnen uit de hypofyse van overledenen. In een aantal gevallen zijn daarvoor hypofysen van patiënten met de ziekte van Creutzfeld-Jakob gebruikt. Een aantal kinderen die wegens ernstige groeiachterstand groeihormoon kregen toegediend, hebben daardoor in Europa de ziekte van Creutzfeld gekregen. De besmettelijkheid bleek afhankelijk van de bereidingswijze van het preparaat.

Een behandeling met gonadotropine tegen onvruchtbaarheidsproblemen is in het verleden een aantal vrouwen fataal geworden. De hormonen waren geïsoleerd uit hypofisen van overledenen en ook daarin was materiaal van een patiënte met Creutzfeld-Jakob geslopen. Producenten die de hormonen uit de urine van zwangere vrouwen wonnen, hebben daarmee nooit problemen gehad.

Het ontstaan van de ziekte is verder onbegrepen. De ziekte komt voor bij 0,5 tot 1 miljoen inwoners van de Europese landen. Door de lage aantallen patiënten fluctueert de incidentie jaarlijks meestal behoorlijk.Groot-Brittannië scoort daarbij niet hoger dan Nederland, Frankrijk, Italië en Duitsland. Vorig jaar november publiceerden de Rotterdamse epidemiologen prof.dr.A. Hofman en dr.D. Wientjes in de British Medcial Journal de eerste resultaten van Europese registratie van de ziekte van Creutzfeld-jakob. Die is opgezet wegens de ongerustheid die eind jaren tachtig in Groot-Brittannië ontstond. In Nederland zijn in 1993 10 en in 1994 16 patiënten geregistreerd. In Groot-Brittannië waren het er respectieveleijk 32 en 54. De toename is statistisch van geen belang. Er bleek nog geen hoger risico uit voor mensen die beroepsmatig met koeien omgingen, maar nieuwe gevallen hebben de zorg nu vergroot.