Vermomde getuige in zaak balpenmoord

DEN HAAG, 21 MAART. Met een grote pruik op en een bril scheef op de neus zat hoofdgetuige Marcel T. in de zaak van de 'balpen-moord' voor de rechter. En zweeg aanvankelijk. Hij was onthutst omdat hij zijn anonimiteit moest opgeven, de pruik en bril ten spijt.

Voor het gerechtshof in Den Haag werd gisteren de zaak tegen de 25-jarige Leidse student Jim T. voortgezet, die ervan wordt verdacht in 1991 zijn moeder te hebben vermoord door haar met een kruisboog een balpen in de oogkas te schieten. Na een getuigenis van een therapeute, die hij de moord zou hebben opgebiecht, werd Jim T. vorig jaar door de rechtbank tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Diverse hoogleraren hebben in deze zaak val- en schietproeven verricht, waaruit bleek dat de dood van de vrouw een ongeluk was. Hun bevindingen leidden er mede toe dat vier weken geleden procureur-generaal P.G.M. van de Horst voor het hof vrijspraak vorderde, omdat de bewijslast tegen T. zijns inziens niet overtuigend was. Twee weken geleden, op de dag dat het hof uitspraak zou doen, werd het onderzoek naar aanleiding van de verklaring van Marcel G. heropend. Deze mede-gedetineerde van T. in huis van bewaring Noordsingel te Rotterdam, die ook met naam 'Marcel de reiniger' wordt aangeduid, belde uit eigen beweging justitie met de mededeling dat Jim T. de balpenmoord ook tegen hem had opgebiecht.

Kort voor de opkomst van de hoofdgetuige zei de coördinator van de criminele-inlichtingendienst (CID) regiopolitie Hollands-Midden, M. Broer, voor de rechter dat deze getuige, een voor drugshandel veroordeelde 31-jarige man, hem tijdens het verhoor “een goed gevoel had gegeven”. De CID rechercheur moest daarna een half uur met de getuige in conclaaf om hem te bewegen zijn identiteit kenbaar te maken. “Ik had hem beloofd zijn anonimiteit niet aan de grote klok te hangen”, legde de rechercheur uit. UIteindelijk gaf Marcel toe en herhaalde hij zijn belastende verklaring.

“Jim heeft mij op de luchtplaats verteld dat hij zijn moeder met een kruisboog in het gelaat heeft geschoten, waarna zij een schreeuw gaf en kwam te vallen”, aldus Marcel G. in aarzelend Nederlands. “Toen ze viel, zei Jim, had hij een penetrerend geluid gehoord,” aldus G. 'Tsjak!', deed hij voor.

Volgens Marcel was de vader van Jim “een hooggeplaatst iemand” en was Jim er zeker van dat zijn vader hem, “met behulp van hoge pieten” wel uit de gevangenis zou krijgen. “Wat O.J. Simpson is gelukt moet mij ook lukken”, zou Jim T. tegen Marcel G. hebben gezegd. “Ik had nooit gedacht dat in een rechtsstaat als Nederland zoiets mogelijk zou zijn”, aldus G. Hij verklaarde tot zijn getuigenis te zijn gekomen vanuit religieuze motieven en “omdat de doden niet meer kunnen spreken”.

Door de verdediging waren vier gedetineerde mannen opgeroepen als getuige. De vier, veroordeeld voor belastingfraude, afpersing, inbraak en drugshandel, hebben net als Marcel G. met Jim T. in de Noordsingel gezeten. Zij bestempelden diens verklaring unaniem als “ongeloofwaardig”. Zelf zeiden ze te behoren tot de 'echte' intimi van Jim. Die had naar hun weten niemand ooit iets over zijn zaak verteld. Zij bestreden ook de mededeling van Marcel G. dat Jim op de afdeling door andere gedetineerden was bedreigd. Volgens Marcel werd Jim gepest met 'cynische liedjes' zoals: “Zing een liedje, voor Marietje”. De moeder van T. heette Mary. Ook zou T. zijn gedreigd “over de ring te worden gegooid”.

Een van de getuigen, een wegens inbraak veroordeelde beeldend kunstenaar, trok de religiositeit van Marcel in twijfel. “Hij ging altijd op zondag naar de kerk. Maar buiten de kerk maakte hij denigrerende opmerkingen over vrouwelijke bewaarders.” Hij beschreef Marcel als iemand die graag op de afdeling mocht rondlopen in een strakke latex broek en overhemden die tot op de navel open stonden. Een ander stelde dat Marcel G., een hindoestaanse Surinamer, op de luchtplaats niet met Jim T. gepraat kan hebben, omdat de verschillende etnische groepen daar ieder hun eigen hoekje hebben.