Utrecht krijgt busbaan van 225 miljoen

UTRECHT, 21 MAART. Een slak zou de afstand van vijf kilometer al dertig keer hebben afgelegd. Twintig jaar discussieert de Utrechtse politiek nu over een snelle openbaar-vervoerverbinding tussen het centraal station en het universiteitscomplex de Uithof. Het college van PvdA, CDA, D66 en GroenLinks koos in 1994 uiteindelijk voor een busbaan door het centrum. Kosten: 225 miljoen gulden. Dit jaar moet de spa in de grond voor de duurste busbaan van Europa.

Over het tracé heeft de raad al eerder beslist. Nu is de inrichting aan de orde. Vrijdag sloot de inspraaktermijn en waren circa vijfhonderd reacties binnen. Dat is beduidend meer dan de driehonderd reacties in een vorige ronde. Waarschijnlijk kan de gemeenteraad pas na de zomervakantie een definitief besluit nemen.

De binnenstad zucht al lang onder de vervoersstroom van het station naar de oostkant van de stad. Sinds de Middeleeuwen lopen de Utrechtse straten vooral in noord-zuid-richting, net als het water van de grachten. Met de verhuizing van de universiteit, het academisch ziekenhuis, HBO-scholen en kantoren naar de Uithof werd een snelle verbinding op de oost-west as onontkoombaar. Al in de jaren zeventig werd het universitaire Centrumgebouw in de Uithof over de Heidelberglaan heen gebouwd, zodat er een tram onderdoor zou kunnen.

Die sneltram kwam er niet. De bevolking vreesde een daverend gevaarte en aantasting van het centrum. Even, rond 1990 was er een euforische stemming bij het idee van een ondergrondse tram. In de volgende eeuw, als Utrecht snelle verbindingen heeft met de regio-gemeenten, hoeft het openbaar vervoer dan niet vast te lopen in de binnenstad.

Maar de stad was toen nog artikel-12 gemeente, had geen geld en stond onder curatele van het Rijk. Die tunnel ging daarom niet door. Nadat de tegenstanders van de tram (D66 en GroenLinks) bij de raadsverkiezingen in 1994 fors hadden gewonnen, vonden de vier partijen in het college een compromis in een busbaan. Er zal een netwerk van lijnen komen, in plaats van één centrale as. Dwars door de stad zal een betonnen tapijt worden aangelegd, voor schokvrij vervoer. Het fundament is tevens geschikt voor de aanleg van een tramlijn, als dat later toch nodig blijkt. Wanneer de baan in 1998 klaar is, zullen er in de spits zestig tot tachtig per uur bussen rijden.

De baan is nog niet met gejuich ontvangen. Dubbelgelede bussen zullen over het hele tracé in beide richtingen rijden. Nu zijn de buslijnen voor een deel over twee routes gesplitst. In de Nobelstraat wordt het wringen. Op de Biltstraat komt een betonnen goot die voor het overige verkeer onneembaar is. Auto's zullen hier voortaan achter fietsers moeten blijven rijden. Actievoerders hebben inmiddels met kalklijnen op het wegdek en kruizen op de bomen een impressie gegeven van de nieuwe indeling van de Biltstraat. De hele operatie gaat gepaard met een drastische beperking van het autoverkeer. Doorgaand verkeer via het centrum of de singels wordt onmogelijk. In de Biltstraat moet het aantal auto's tot een derde worden teruggebracht.

Na twintig jaar discussie is het niet aannemelijk dat de betonnen baan niet doorgaat. Toch vertoont de lijn twee rafelige uiteinden. Zo is de aansluiting bij het station nog niet opgelost: dat kan pas als burgemeester Opstelten half juni met het Utrecht Centrum Project een uitweg heeft gevonden voor de stagnerende reconstructie van het gebied rond het station en winkelcentrum Hoog Catharijne.

Ofschoon een goede aansluiting van de busbaan op het station voor het rijk doorslaggevend is voor subsidiëring, zal daarover voorlopig geen duidelijkheid worden geboden. De gemeente Utrecht hoopt dat een tijdelijke oplossing voldoende is om goedkeuring van het rijk te krijgen.

Dan kent de Uithof nog een probleem. Bussen, taxi's en ziekenauto's rijden nu over de Heidelberglaan, het hart van het universiteitscentrum. “Ze jagen ons menselijk kapitaal nu al dagelijks de stuipen op het lijf”, klaagde directeur bedrijfsvoering en verantwoording van de universiteit, M. Rook, onlangs in het universiteitsblad. Hij ziet maar één oplossing: “Juist in de Uithof moet de busbaan ondergronds.”