Stroomopwekking vuilverbranding goed voor milieu

ROTTERDAM, 21 MAART. Het verbranden van afval gecombineerd met energie-opwekking levert veel minder milieukosten op dan het opwekken van dezelfde hoeveelheid elektriciteit met een elektriciteitscentrale die olie, gas of kolen stookt.

Dat blijkt uit een rapport van het Centrum voor energiebesparing en schone technologie in Delft dat vandaag is gepubliceerd. De studie is gemaakt in opdracht van de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) in Utrecht. Samen wekken de Nederlandse installaties voor afvalverbranding (AVI's per jaar 450 megawatt stroom op, ongeveer net zoveel als een flinke elektriciteitscentrale.

De kosten voor milieu-effecten van de AVI's, inclusief de opbrengst van energie-opwekking door deze installaties, worden voor 1997 in het rapport geraamd op 59 miljoen gulden tegen 100 miljoen aan milieukosten van deze hoeveelheid energie (450 MW) door een grote elektriciteitscentrale.

Ongerekend naar milieukosten voor de geproduceerde elektriciteit scoren de AVI's 1,7 cent per kilowattuur gunstiger dan een grote centrale. Dit jaar is dat verschil nog wat kleiner, omdat de bestaande verbrandingsinstallaties een laag gemiddeld elektrisch rendement hebben. Maar in 1997 stijgt dat rendement aanzienlijk, omdat dan een aantal moderne AVI's in gebruik wordt genomen. Vanaf het jaar 2000 ligt een verdere verbetering van het rendement in het verschiet doordat de hoeveelheid te storten afval wordt teruggedrongen.

Het ministerie van milieuhygiëne (VROM) wil het storten van afval zo snel mogelijk terugdringen. Probleem daarbij is dat de pure kosten voor het storten en de huur/exploitatie van terreinen veel lager zijn dan voor verbranding, zegt directeur ir. Nic. van den Brink van de VVAV. Gemiddeld kost het storten 100 tot 150 gulden per ton afval, tegen 150 tot 200 gulden per ton voor verbranding. “Bovendien is het stortverbod voor een reeks van afvalstoffen erg moeilijk te controleren”, zegt Van den Brink.

Volgens de VVAV-directeur is de uitstoot van de gevaarlijke dioxinen bij afvalverbranding, die een aantal jaren geleden nog leidde tot tijdelijke stillegging van enkele AVI's, nu praktisch tot nul gereduceerd. “Ons aandeel in de totale dioxinenvorming in Nederland was in 1991 nog 90 procent. Door forse milieu-investeringen is dat teruggelopen tot 6 à 7 procent vorig jaar.

Alle AVI's hebben nu rookgasinstallaties die de dioxinen afvangen. De maximaal toegestane norm die door VROM is vastgesteld, is 0,1 nanogram ofwel een tiende van een miljardste gram per kubieke meter rookgas dat uit de schoorstenen komt. Alle AVI's zitten daar ruim onder, de meeste zelfs met een factor 6 à 10.''

Namens zijn vereniging doet Van den Brink nu een beroep op de overheid om de milieuheffingen die burgers en bedrijven betalen voor de elektriciteit die wordt opgewekt door AVI's, terug te geven aan de exploitanten. Omgerekend bedraagt de opbrengst van de zogenoemde ecotax 28,30 gulden per ton verbrand afval, en van de MAP-heffing (Milieu Actie Plan van de energiebedrijven) 9,40 gulden per ton. Deze heffingen op de elektriciteit die wordt opgewekt met behulp van windmolens en zonnecollectoren, de zogenoemde 'groene stroom', worden ook terugbetaald de exploitanten daarvan. Ir. Van den Brink: “Het afval dat wij verbranden bestaat voor 70 procent uit biomassa. Dat proces geeft dus geen extra emissie van broeikasgassen. Als deze opbrengst van bijna 38 gulden per ton afval ons wordt teruggegeven, kunnen de tarieven omlaag en worden de kosten van verbranden en storten bijna vergelijkbaar.”