Stadspartij Rotterdam royeert raadslid dat zetel niet wil afstaan

ROTTERDAM, 21 MAART. De Rotterdamse Stadspartij heeft raadslid M.A. van Grunsven geroyeerd. Van Grunsven raakte met haar partijbestuur in conflict toen ze in strijd met eerder gemaakte afspraken weigerde na twee jaar in de raad plaats te maken voor partijgenoot D. Hoogcarspel.

De ledenvergadering van de Stadspartij op 29 februari schaarde zich met een minieme meerderheid achter het zittende bestuur. Van Grunsven trachtte tijdens die vergadering de stemming onder meer te beïnvloeden door vlak voor de vergadering enkele kennissen als lid aan te melden, waaronder een baby van 4,5 maanden oud. Partijvoorzitter W. Bekenkamp hield op zijn beurt een betoog om aan te tonen dat Van Grunsven onbetrouwbaar was. Hij drong aan op een 'humane wegsleepregeling' voor het raadslid. Van Grunsven werd onder meer verweten dat ze in strijd met oude afspraken haar vaste onkostenvergoeding niet aan de Stadspartij doneerde. Na de voor haar ongunstige stemming van de ledenvergadering zei Van Grunsven wellicht op eigen titel in de raad te blijven. Rond 13 april zal ze een besluit nemen.

De Stadpartij kwam bij de raadsverkiezingen van 1994 met twee zetels in de raad. Hoofdpunt van de partij was het verzet tegen de opdeling van Rotterdam, een plan dat sinds het referendum van juni vorig jaar voorlopig van de baan is. Het voornemen politici tussentijds te laten rouleren is geleend van Provo en de West-Duitse Groenen, waar het systeem in de jaren tachtig ook tot grote verdeeldheid leidde toen politici weigerden tussentijds te vertrekken.

Van Grunsven zegt het roulatiesysteem te beschouwen als maatregel om slecht functionerende raadsleden te lozen, waaronder ze zichzelf niet rekent. Volgens het partijbestuur is het echter de bedoeling meer leden van deze nieuwe partij politieke ervaring te laten opdoen. Het raadslid Kneepkens mag wel de hele raadsperiode uitzitten. Hij zegt naar aanleiding van het conflict dat “het beter was geweest de Stadspartij de dag na het refendum over de stadsprovincie op te heffen.”