Sport moet ook flexibiliseren

De flexibilisering van Nederland zal ingrijpende gevolgen hebben voor de sport. Vooral de veranderende arbeidstijden en het groeiend aantal flexi-werkers zullen invloed hebben. Voor de flexi-werkers zal het steeds moeilijker worden om zich aan verenigingen te binden. Zij leven vaak in onzekerheid, niet alleen financieel maar ook qua woonplaats en tijdsmogelijkheden. Overwerken, verlenging van nachtdiensten en meer weekendarbeid staan op gespannen voet met de beoefening van wedstrijdsport. Die is georganiseerd rondom de doordeweekse avonden (training) en het weekend (competitie). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de sportkoepelorganisatie NOC*NSF in een brief aan de bewindslieden van EZ en VWS en aan de leden van de Tweede Kamer, haar bezorgdheid heeft uitgesproken over de flexibilisering van de arbeidstijden. Toch lijkt het toch ook verstandig om een antwoord te formuleren op de flexibilisering van de samenleving. Voor de sportwereld luidt dat antwoord: flexibilisering!

Trainingen en competities van sportverenigingen zijn alleen toegankelijk voor leden en vinden op vaste tijdstippen plaats. In een flexibiliserende samenleving zal dat steeds meer gaan knellen. Daar komt bij dat ook de sportvoorkeur steeds gevarieerder wordt. Veel mensen willen sporten op zelfgekozen tijdstippen en beperken zich niet tot één tak van sport. Daarom moeten sportbonden en sportverenigingen voor een aanbod zorgen naast de reguliere competitie, eenmalige activiteiten bijvoorbeeld, of kortdurende competities. Maar de flexibilisering kan verder reiken. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van een concept dat in de auto-industrie, het onderwijs of de meubelbouw populair is. Dat concept heet 'modularisering'. Modularisering is een bijzondere vorm van flexibilisering: consumenten stellen hun eigen, op maat gesneden pakket samen met behulp van kleine, op elkaar afgestemde bouwstenen. In de auto-industrie bijvoorbeeld worden steeds minder kant-en-klare modellen gemaakt. In plaats daarvan kan de klant kiezen: wèl of geen stuurbekrachtiging, diverse uitvoeringen van het interieur, een veelheid aan kleuren. Er onstaan legio mogelijkheden.

Voor een toepassing van het modulaire denken in de sport moeten sportverenigingen openstaan voor niet-leden. Voor flexi-werkers bijvoorbeeld. Die willen de ene keer misschien wel tennissen, de volgende keer volleyballen om dan weer eens badminton te spelen. Dus moeten de tennis-, volleybal- en badmintonvereniging hun activiteit op elkaar afstemmen en voor dergelijke 'ééndagsvliegen' toegankelijk zijn, zònder meteen een volwaardig lidmaatschap te eisen en het volle pond aan contributie te heffen. Op die manier bieden de gezamenlijke sportverenigingen de mogelijkheid om mensen hun eigen 'sportpakket' te laten samenstellen. Op termijn zouden verenigingen óók overdag activiteiten moeten aanbieden. Voor mensen die vanwege hun werk de ene week alleen op donderdagavond en de andere alleen op dinsdagmiddag kunnen sporten.