Sociaal overleg Duitsland in het slop

BONN, 21 MAART De onderhandelingen tussen de Duitse regering en de sociale partners over halvering van de werkloosheid in het jaar 2000 hebben een zware klap gekregen nu de Duitse metaalwerkgevers het 'bondgenootschap voor werk' gisteren 'dood' hebben verklaard. Of, zoals hun vereniging Gesamtmetall het ziet, de 'pseudo-consensus' in het grote gevecht om kostenverlagingen en meer werk is voorbij.

Pijnlijk is deze verklaring in elk geval, vier dagen voor de verkiezingen in drie deelstaten, voor de regeringscoalitie van kanselier Helmut Kohl, onder wiens leiding de metaalwerkgevers twee maanden geleden een reeks principe-afspraken over een Bündnis für Arbeit maakten met de vakbond IG Metall. De vakbeweging en de oppositionele SPD riepen Kohl dan ook gisteravond al op om de metaalwerkgevers terug te halen naar de onderhandelingstafel. Die voelen daarvoor niets, zij zijn van plan om een nieuwe bond op te richten waarvan de leden wèl het geldende service-pakket kunnen krijgen maar niet verplicht zijn zich te houden aan landelijke CAO-afspraken.

Werner Stumpfe, de aanstaande nieuwe voorzitter van de werkgeversvereniging Gesamtmetall, noemde de totnutoe gemaakte afspraken over een Bondgenootschap voor werk gisteren “volkomen waardeloos”. Volgens hem gaan zij voorbij aan de echte oorzaak van de werkloosheid, namelijk de hoge bruto loonsommen en produktiekosten in Duitsland. Wil de Duitse industrie concurrerend blijven, moeten de produktiekosten 20 procent omlaag, de helft door meer efficiëncy in de bedrijven (o.a. door flexiblisering van werktijden en beter gebruik van de machines), een kwart door verlaging van premies en belastingen én een kwart door matiging in de CAO's en kortingen op speciale vergoedingen als kerst- en nieuwjaarsgeld, doorbetaalde vrije dagen wegens familiegebeurtenissen etc.

De metaalwerkgevers, die steeds meer leden zien verdwijnen omdat zij niet aan dure en voor hun bedrijf onpraktische landelijke CAO's willen meedoen, zijn zeer verbolgen over een voorafgaande eis die de IG Metall heeft gesteld voor het Bondgenootschap voor werk. Namelijk dat zij in 1996 al 110.000 nieuwe banen moeten scheppen als voorwaarde voor CAO-matiging vanaf 1997 (een reële 0-lijn tot het jaar 2.000). De deelnemers aan het overleg bij Kohl zijn veel te optimistisch geweest, “aan zulke banengaranties kan de metaalindustrie geen bijdrage leveren”, aldus Stumpfe. Volgens hem is de tijd van de “witte zalf en de strijd om het houden wat je hebt” voorbij. Een baan is vandaag het belangrijkste wat men kan hebben en die valt niet naar het model van de IG Metall te behouden. Duitsland heeft de afgelopen jaren met de afgesloten CAO's een te hoge prijs voor zijn sociale vrede betaald, zei Stumpfe, die bereid is “wat minder sociale vrede” te aanvaarden als de nationale economie weer zó wordt versterkt dat het sociaal zekerheidsstelsel financierbaar blijft.

Dieter Schulte, de voorzitter van de DGB (de Duitse FNV), reageerde woedend op het besluit van Gesamtmetall. Hij waarschuwde de metaalwerkgevers dat zij zich niet aan de sociale consensus mogen onttrekken. Schulte verweet de metaalwerkgevers dat zij “capituleren” voor de werkloosheid die eind februari tot een record van 4,3 miljoen was opgelopen. Minister Rexrodt (FDP, economische zaken) vroeg de metaalwerkgevers ook om van hun besluit terug te komen. De regering blijft vasthouden aan een Bondgenootschap voor werk, zei hij. Een eerste akkoord van dat beoogde type is gisteren wèl bereikt in de Duitse textielindustrie, waar een meerjarige CAO à 1,5 procent met uitzonderingsclausules voor zwakke bedrijven werd afgesproken.