Moeder helpen met de afwas: vijftien cent

Mijn moeder koesterde de opvatting, dat kinderen - meisjes althans, want ze had één dochter - niets in het huishouden hoefden te doen. Dat was niet zo'n geëmancipeerde gedachte als het op het eerste gezicht lijkt, want het was niet meer dan uitstel van executie. “Als je eenmaal een eigen huis hebt zit je er tot Sint Juttemis aan vast”, zei ze. “Als volwassen vrouw zul je nog vaak genoeg de plee moeten schrobben en de bedden moeten opmaken en de meubels afstoffen.” Jouw tijd komt nog wel, was de onderliggende onheilstijding.

Jarenlang was er in huis hetzelfde zondagochtendritueel. Eerst een grote kop koffie (voor mij met de helft melk), dan bond zij een schort voor en trokken we de trap op. Zij nam de stofzuiger mee en ik de slang, want ik was heus niet te beroerd om hier en daar de helpende hand toe te steken. Als de badkamer aan de beurt was poetste ik bijvoorbeeld ijverig alle zeepresten van de zeepschaal af. En terwijl mijn moeder de ouderlijke slaapkamer aan het stofzuigen was schikte ik met alle plezier voor de grote spiegel haar make-up spulletjes in een mooie opstelling rond de parfumfles, altijd dezelfde, van Fabergé.

Soms werd mijn hulp helemaal niet op prijs gesteld, bijvoorbeeld bij het opmaken van de bedden. De stof werd zo strak gespannen als een biljartlaken en de hoeken werden met een haast martiale precisie om en over elkaar gevouwen. Hoeslakens bestonden er bij mijn weten toen nog niet, en ook al hadden ze bestaan, dan nog was zo'n slordig gerimpelde hoek haar een doorn in het oog geweest. Die lakens werden zo strak getrokken dat ik 's avonds bijna niet in bed durfde te stappen, uit angst als een erwt op een trampoline weer te worden gelanceerd.

Op één gebied maakte mijn moeder, die overigens fulltime werkte, het zich gemakkelijk: het wassen en strijken werd aan de wasserij uitbesteed. Dat vond ik zelf ook een goed idee, al was het alleen om het plezier van het ophalen van de schone was. Die werd verpakt in grote knisperende lappen dun bruin pakpapier, waaruit bij het openscheuren een heerlijke huiselijke geur op steeg. De keurig gevouwen overhemden van mijn vader werden, ieder nog met het papieren bandje om, in de kast gelegd, links die met korte mouw, rechts met lange.

Na verloop van tijd werd het vraagstuk van het huishouden complexer. Ik hoefde weliswaar niets te doen, maar evenmin hoefden mijn ouders mij zakgeld te geven. Als ik geld wilde moest ik dat verdienen - met klusjes in huis, bijvoorbeeld. Zo maakte ik via het huishouden kennis met de wetten van het kapitalisme, en werd er aan de relatie ouders-kind een dimensie toegevoegd, die van werkgever-werknemer. Ineens keek ik met heel andere ogen naar het huis, de tuin, de auto. Hoeveel was de afwas waard? Het sproeien van de tuin was leuk om te doen, maar was mijn tijd financieel gezien niet beter besteed aan het stoffen van de voorkamer? Zou ik worden gekort op het tarief voor het wassen van de auto omdat ik niet bij het dak kon?

Deze nieuwe arbeidsrelatie in huis leidde tot lange sessies bij het avondeten, de jaarlijkse cao-onderhandelingen in de metaalsector zijn er niets bij, waar we alle denkbare klussen in huis stuk voor stuk doornamen, op hun belang en de bijbehorende inspanning evalueerden en over de prijs bakkeleiden. Nog altijd verdenk ik mijn moeder ervan, de vergoeding van de karweien waar zij zelf een hekel aan had, kunstmatig hoog te hebben gehouden om ze aan mij als jonge ondernemer te kunnen slijten. Maar bewijzen kan ik het niet.

Al snel bleek dat er grenzen aan de onderhandelingsruimte zaten. Voor de afwas bijvoorbeeld was de tegenpartij niet bereid meer dan vijftien cent te betalen. Ontevreden verliet ik de kamer, maar enkele minuten later keerde ik terug en verklaarde stellig: “Ik eis een kwartje, en anders doe ik het niet!”

“Nou, dan doe je het niet,” was het lakonieke antwoord. De basisprincipes van de economie zoals marktwerking, vraag en aanbod en onderhandelingstechniek werden mij in één klap duidelijk. Toch heb ik thuis lange tijd de afwas gedaan, dus zullen we op twintig cent zijn uitgekomen, en ik geloof dat het later alsnog een kwartje werd. Achteraf heeft mijn moeders houding bij mij een gezonde laissez-faire mentaliteit ten opzichte van het schoonmaken gekweekt: het beste kun je een ander ervoor betalen.