Meedeinen op woelige baren

David Ross: Power from the waves. Oxford University Press 1995, 212 blz. Prijs: ¢8 19.99. ISBN 0 19 856511 9

'De beweeglijkheid en opeenvolgende ongelijkheid van golven, die nadat ze zo hoog als bergen zijn gerezen in het volgende moment naar beneden vallen, nemen in hun beweging alles mee wat bovenop drijft.'

Met deze woorden begint een patentaanvraag uit 1799 van 'vader en zoon' Girard uit Parijs, met betrekking tot een drijvend ponton in zee. Het idee was om het op en neer deinend ponton te verbinden met een enorme hefboom, waarvan het steunpunt op de kust stond. De installatie zou op deze wijze pompen en schoepenraderen kunnen aandrijven.

Met dat patent is het verder niets geworden, maar het idee om de energie van de zee te gebruiken heeft sindsdien velen geïnspireerd. Zo schijnt ook Edison aan het einde van de vorige eeuw te hebben overwogen om in havens dynamo's door golfslag te laten draaien, om zo elektriciteit voor de seinen op te wekken. Maar ook dat bleef bij een idee.

Oscillerende luchtstroom

Uit het onlangs verschenen 'Power from the waves' van de Engelse journalist David Ross blijkt dat de eerste serieuze pogingen om de energie van de golven te benutten in Japan plaats vonden. Hier begon professor Yoshio Masuda in 1945 met zijn onderzoek om met kleinschalige golfgeneratoren elektriciteit op te wekken, iets wat uiteindelijk lukte, want er functioneren inmiddels 300 van dat soort installaties in de Grote Oceaan. Masuda gebruikte de beweging van de golven om in een verticale cilinder een heen en weer bewegende luchtstroom te verkrijgen die een generator aandreef.

Op het eerste gezicht lijkt dat een onlogische omweg, want de energie-inhoud van water is immers vele malen groter dan lucht. Maar de Japanner wist op deze wijze het grootste probleem op te lossen van dit soort installaties. De directe kracht van de golven is te groot voor de gangbare turbines. Zijn installaties gebruikten kleppen die de luchtstroom zo stuurden dat deze in één en dezelfde richting bij de turbine aankwam. Dit gaf de nodige problemen, de kleppen lekten en het omleiden van de lucht ging ten koste van de efficiency.

Inmiddels zijn er ook veel andersoortige installaties ontworpen en op experimentele schaal toegepast. Zo staat er sinds 1985 een installatie aan de Noorse kust waarbij de golven met behulp van een taps toelopend kanaal een reservoir vullen. Het water loopt via een laag gelegen turbine weer terug naar zee. De installatie, met een bescheiden vermogen van 350 kW, is tot nu toe de succesvolste golfinstallatie.

Het vlot geschreven boek van Ross maakt overduidelijk hoe aantrekkelijk het is om de energie van de zee in te zetten voor de opwekking van elektriciteit. Het potentieel is enorm, inventarisaties hebben geleerd dat de wereldzeeën evenveel energie kunnen leveren als momenteel op aarde verbruikt wordt. Groot voordeel is dat het om een schone, onuitputtelijke bron gaat, zonder uitstoot van milieuvervuilende stoffen. Het is dan ook niet voor niets dat bijvoorbeeld de Engelse regering golfenergie lang als de meest veelbelovende duurzame energiebron heeft beschouwd, hoewel de nucleaire lobby er volgens Ross alles aan heeft gedaan om deze energiebron als onrendabel voor te spiegelen.

Maar hoe veelbelovend deze wijze van energie-opwekking in theorie ook mag zijn, de praktijk blijkt allesbehalve eenvoudig te zijn. Het grote probleem is vooral, hoe de natuur zo te beheersen valt dat de installaties niet aan de kracht van de golven ten onder gaan. De recente ervaring met de Engelse Osprey (ocean swell powered renewable energy) centrale maakt dat eens te meer duidelijk. Deze installatie bestaat uit twee, twintig meter hoge tanks die een ruimte omsluiten, waarbij de door de golven omhoog gestuwde lucht een Wells generator aandrijft. De Osprey centrale kreeg enkele dagen na de tewaterlating, afgelopen augustus, een uitzonderlijk zware storm te verduren, nog voordat de ballast tanks volledig gevuld waren. De tanks scheurden en de installatie raakte zwaar beschadigd.